De vliegende Hollander

De vliegende Hollander (1) (Jos Stelling, 1995, Ned/Bel/Duits/Italië). Ned.3, 20.49-21.43u.

De televisie kondigde gisteren aan dat we hedenavond kunnen kijken naar 'het eerste deel van Jos Stellings speelfilm De vliegende Hollander'. Uiteraard steekt de werkelijkheid wat genuanceerder in elkaar. Stellings tijdens de Tachtigjarige Oorlog gesitueerde variatie op de legende over de onsterfelijke schipper is niet simpelweg in vier mootjes gehakt. De aflevering van vanavond stopt - na 52 minuten - op een ogenblik dat de bioscoopversie nog geen half uurtje onderweg was. In totaal vertoont de televisie zo'n 70 minuten méér mythologisch beeldmateriaal over de queeste van een bastaard (René Groothof) naar zijn vader. De vraag is of het heeft geholpen.

Twee jaar geleden viel De vliegende Hollander een zuinig tot ronduit negatief vonnis van de vaderlandse film-pers ten deel. En er kwam geen hond kijken. Zelfs voor een speelfilm van Stelling was het aantal van 17.000 betalende bezoekers bedroevend weinig. De Illusionist en De Wisselwachter hadden het beter gedaan.

In deze krant was Pieter Kottman onverbiddelijk. Naar zijn smaak had Stelling een 'schitterend plaatjesboek' gemaakt waarvan 'de visuele pracht' in schril contrast stond met de 'povere inhoud'. Het scenario zou tal van hinderlijke gaten en onduidelijkheden vertonen. Kottman kwam tot de conclusie dat De vliegende Hollander een film was 'zonder enige intrinsieke waarde, gemaakt omwille van zichzelf.' Daar kon Stelling - behalve een megalomaan fantast ook een kwajongen met een klein hartje - het mee doen.

Heeft hij zich kunnen revancheren? Het lijkt voor de hand te liggen dat men de in de bioscoop gesignaleerde leemtes niet meer aan zou treffen in de televisie-versie. Aan de montagetafel had men destijds begrijpelijkerwijs de grootste moeite gehad om het materiaal in te korten tot een acceptabele bioscooplengte. Afgaande op de eerste aflevering is de lengte-winst echter vooral ten goede gekomen aan het ritme, de ademhaling van het plaatjesboek. De overvloedige symboliek - over de aardse beerput en de kracht der verbeelding - komt beter tot zijn recht en daarmee de persoonlijke stijl van Stelling, sinds mensenheugenis veel meer een 'visueel ingesteld mens' dan een nauwgezette verhalenverteller. Ook op de televisie blijft Stelling dus trouw aan zichzelf. En de scenaristische bedenkingen tegen De vliegende Hollander blijven onverkort van kracht.