De vlag van Rudusov en de kopbal van Grün

Tweemaal eerder, in 1973 en 1985, was Nederland-België beslissend voor deelname aan het WK-voetbal. De oud-internationals Barry Hulshoff en Michel van de Korput kijken terug.

SINT TRUIDEN, 5 SEPT. Bijna 24 jaar na dato kan Barry Hulshoff nog steeds niet met zekerheid zeggen of de Belg Jan Verheyen buitenspel stond toen hij op 18 november 1973 in het Olympisch Stadion in Amsterdam het enige doelpunt maakte. “Op dat moment waren we daar wel zeker van”, zegt de oud-Ajacied, trainer bij de Belgische eerste-klasser Sint-Truiden.

“Wij domineerden de hele wedstrijd”, herinnert hij zich van de interland tussen het Nederlands elftal onder leiding van dr. Frantisek Fadrhonc en het Belgisch elftal onder leiding van Raymond Goethals. Oranje had aan een gelijkspel genoeg om zich te plaatsen voor het WK. België moest winnen. Hulshoff: “We speelden zeer sterk, maar onze voorhoede (Rep, Cruijff, Rensenbrink, red.) kon geen openingen forceren. De Belgen verdedigden stug, waar ze nu nog goed in zijn, en probeerden te counteren.

Lambert was hun belangrijke man, maar die ondervond veel hinder van een blessure. Het was een wedstrijd van aanvallen en verdedigen. België kreeg één kans, anderhalve minuut voor tijd met die vrije trap van Van Himst waar dat doelpunt van Verheyen uit voortkwam.''

Libero Aad Mansveld gaf volgens voorstopper Hulshoff (50) het sein de buitenspelval te openen. “Daar hadden we afspraken over gemaakt. Maar de Belgen hadden daar kennelijk op gerekend, Johnny Rep iets minder. Het moet op het randje zijn geweest.” Zijn geheugen laat Hulshoff dankzij tv-beelden en plakboeken niet in de steek. “Je wordt er nog steeds mee geconfronteerd.”

De tv-beelden geven volgens Hulshoff geen uitsluitsel of de Russische scheidsrechter Kazakov de juiste beslissing nam door de goal wegens buitenspel af te keuren, nadat de vlag van grensrechter Rudusov omhoog was gegaan. “Je ziet Rep linksonder in beeld en daarna gaat de camera naar Verheyen, die je helemaal ziet vrijstaan.” Als het doelpunt was goedgekeurd, zou België naar het WK zijn gegaan en was Nederland een syndroom bespaard gebleven. Nederland ging in 1974 naar West-Duitsland, maar zonder Barry Hulshoff. “Dat was een domper.” Een maand voor het WK werd hij aan een meniscus geopereerd.

Met de oud-internationals kwam Hulshoff tegenstander Verheyen nog wel eens tegen. “Voor en tijdens die wedstrijd in '73 waren de Belgen bang dat ze met 3-0 of 4-0 zouden verliezen. Ze waren al lang blij dat dat niet gebeurde. Pas achteraf realiseerden ze zich dat ze hadden kunnen winnen.” Hulshoff ziet zoon Gert Verheyen nu als speler van Club Brugge. “Die moet het van zijn kracht en inzet hebben, zijn vader destijds van techniek en snelheid.”

Nederland-België blijft een bijzondere interland, zegt Hulshoff. “Eén van beiden voelt zich altijd minder dan de ander. Meestal zijn dat de Belgen. Maar die kunnen zich enorm oppeppen, vanuit een egeltoestand zoals ze hier zeggen. Ze maken zich zo sterk dat ze met die stekels nog aardig kunnen prikken. Vooral deze trainer, Leekens, weet hen extra te motiveren.”

WAGENBERG, 5 SEPT. Een kopbal van de Belgische verdediger Georges Grün maakte op 20 november 1985 een einde aan een droom die Nederland tot die dag had gekoesterd. Sterker nog, de droom van de kwalificatie voor het WK voetbal van 1986 in Mexico leek tot vijf minuten voor het einde van de interland ook uit te komen. Zo dichtbij was het Nederlands elftal van Leo Beenhakker en zijn assistent Dick Advocaat op een plaats bij de vierentwintig beste ploegen ter wereld. Maar door die kopbal van Grün in de 85ste minuut ging niet Nederland maar België naar Mexico.

“Het betekende uitschakeling”, zegt Michel van de Korput nu droogjes. “Het was ook mijn laatste wedstrijd in Oranje. Dat wist ik op dat moment nog niet. Een paar maanden later bij FC Köln kreeg ik een schop en zat ik met een afgescheurde achillespees.” De nu 41-jarige Van de Korput heeft met voetbal niks meer te maken, de voormalige verdediger is in loondienst, “in het beddegoed”. Onlangs stopte hij als speler van het zesde elftal van VCW in zijn woonplaats Wagenberg, bij Breda. “Die jonge ventjes zaten bovenop mijn lip. Ik speel voetbal voor m'n plezier en als ze geen meter meer van je wijken, is het ook niet leuk.”

Op 20 november 1985 hield bondscoach Beenhakker hem in de rust aan de kant. Nederland en België hadden elkaar tot dat moment in evenwicht gehouden, 0-0. Er moest iets gebeuren, want Nederland moest met twee doelpunten verschil winnen om kwalificatie voor het WK veilig te stellen. Beenhakker koos voor meer stootkracht in de voorhoede en offerde daarvoor een verdediger op. John van Loen maakte die avond zijn debuut in Oranje.

“Ik zal wel niet zo goed zijn geweest, anders had hij me niet gewisseld”, zegt Van de Korput, die later nog in België zou voetballen, bij Germinal Ekeren, met het jonge talent Henk Vos. Vooral de kou tijdens die interland is de ex-Feyenoorder bijgebleven. “Het had flink gevroren en daardoor was het een ontzettend slecht veld. We droegen speciaal schoeisel.” Van de Korput verkoos in de tweede helft de warmte van de radiokamer in de Kuip. “Aanvankelijk pakte die wissel ook goed uit. We kwamen met 2-0 voor.” Van Loen verloor geen kopduel en na een uur scoorde Peter Houtman 1-0, tien minuten later trof Rob de Wit het Belgische doel. Nederland stond met één been in Mexico. Op dat moment was het schokeffect van Van Loen, die geen kopduel verloor uitgewerkt. De Rode Duivels kregen veel kansen, maar steeds stond Hans van Breukelen een Belgische treffer in de weg. “De druk was te groot, het zat er aan te komen”, zegt Van de Korput over het beslissende doelpunt van de Belgen. Doelpuntenmaker Grün werd even niet gedekt door de man die voor Van de Korput in de ploeg was gekomen, John van Loen.

Nederland miste op een haar na het WK. “Het feit dat Wim Kieft in de eerste wedstrijd tegen België uit het veld werd gestuurd, al in de eerste minuut, heeft ons eigenlijk de kop gekost.” Lang heeft Van de Korput er niet van wakker gelegen. “Natuurlijk, je verspeelde het WK. Iedereen had een klotegevoel. Maar diezelfde avond ben ik nog naar Keulen gereden, omdat een paar dagen later de volgende wedstrijd op het programma stond.” Bennie Wijnstekers moest van ellende janken in de kleedkamer bij het vooruitzicht dat hij nooit op een WK zou spelen. “Om zoiets hoef ik niet te huilen. Wat dat betreft ben ik een koele kikker. Er zijn ergere dingen in het leven.”