Componist voorvoelt eigen dood

Toonmeesters: Claude Vivier, zondag a.s., Ned.3, 21.33-22.43u. 14 sept.: Klaas de Vries; 21 sept.: György Ligeti.

“Diep in de nacht van 8 maart 1983 werd de Frans-Canadese componist Claude Vivier, 35 jaar, in zijn Parijse woning met een mes vermoord en van zijn geld en portefeuille beroofd. De dader, een jongen voor de nacht, had Vivier eerder die avond ontmoet in een bar en mee naar huis genomen.

In zijn kamer werd een laatste, dramatische compositie aangetroffen - Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele. Daarin bezingt Claude Vivier zijn angsten en spreekt van een jongen, die een dolk midden in zijn hart steekt.''

Dit is het begin van de eerste van drie nieuwe afleveringen in de serie Toonmeesters, die de VPRO vanaf zondag uitzendt. Cherry Duyns en Reinbert de Leeuw besteden na Claude Vivier nog aandacht aan de componisten Klaas de Vries en György Ligeti.

Enkele jaren geleden begon deze zeer succesvolle serie, waarin het genre documentaire wordt gecombineerd met gedeeltelijke uitvoeringen van muziekstukken, met programma's over Henryk Gorécki, Olivier Messiaen, Mauricio Kagel, Galina Oestwolskaja en Sofia Goebaidoelina.

De verbazingwekkende aflevering over Claude Vivier heeft in de serie een buitengewoon karakter door een aantal bovennatuurlijke aspecten. Het is een speurtocht naar een componist, die 'een vluchtig leven leidde' en over wie maar heel weinig bekend is, hoewel hij nog maar betrekkelijk kort geleden overleed en tal van mensen hem kenden als een charismatisch verteller over muziek.

Viviers levenseinde, dat doet denken aan dat van de filmer Pier Paolo Pasolini, is deels een mysterie, net als het begin van zijn leven. We weten niet eens wie zijn ouders waren - hij kwam in 1948 als baby in een weeshuis in Montreal, ging toen naar pleegouders, die Vivier heetten, en hem wegens onhandelbaarheid ook weer terugbrachten naar het weeshuis, maar die hem later alsnog in hun huis haalden. Pas als zesjarige begon hij te spreken.

Claude Vivier kwam eerst op een seminarie, waarvan hij werd verwijderd. Later ging hij naar het conservatorium: 'Muziek werd zijn religie'. Hij zwierf over de wereld - 'een tocht door de werelden in hem' - en 'hij wilde alle talen leren'. Vivier schiep, zoals De Leeuw zegt, ook een eigen taal met zelfverzonnen woorden en klanken 'als uit een andere wereld', die deels samenvallen met zijn etherische, soms transcendentale muziek.

Vivier studeerde in Utrecht op het Instituut voor Sonologie, waar hij 'Meneer Mooi' heette, omdat hij zo graag het woord 'mooi' gebruikte. Hij studeerde in Keulen bij Karlheinz Stockhausen, waarover zijn medestudent Clarence Baarlo vertelt: “Stockhausen vond Vivier in zijn schaapsveljasje aanvankelijk te vies om hem les te geven.” Hij reisde naar Bali en Japan, waar zijn muzikale opvattingen definitief werden gevormd, hij ging weer terug naar Montreal en hij vertrok naar Parijs.

“Toen hij naar Parijs ging, wist ik dat ik hem niet meer levend terug zou zien”, zegt Thérèse Desjardins, in Montreal de beste vriendin van Vivier, die door haar wordt beschreven als 'een engel'.

Zoals Vivier zijn eigen dood voorvoelde en neerlegde in Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, zo had zij voorgevoelens over zijn dood. Ze vertelt zelfs dat ze voelde dat hij stierf en hem in Parijs opbelde, wel veertig keer. “Getuigen zeiden later dat er onophoudelijk werd opgebeld.”

Reinbert de Leeuw ziet het leven, het doodsverlangen en de composities van Vivier als één geheel. Dat bewijst De Leeuw als dirigent het sterkst met het slot van Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele? Muziek en zang stoppen plots na de zin 'en pakte een dolk en stak die in het midden van mijn hart'.