Arm, maar niet zielig in Leeuwarden

De Schepenbuurt in Leeuwarden is een van de armste buurten van Nederland, zo blijkt uit de Armoedemonitor 1997. De bewoners hebben het er echter naar hun zin en ook deskundigen zien een kentering in de situatie.

LEEUWARDEN, 5 SEPT. Taeke Ynema zit achter een witte boterham met kaas en Fries roggebrood aan de eettafel in de woonkamer. Aan de wand hangt een tegeltje met daarop de spreuk: Velen weten de prijs van alles, maar de waarde van niets. Ynema (51), vijf jaar werkloos en met een bijstandsuitkering van 1.551 gulden per maand, kent zowel de prijs als de waarde van een seizoenskaart van Cambuur Leeuwarden. Hoe graag hij ook naar zijn geliefde voetbalclub gaat, een uitgave van 150 gulden ineens zit er niet in. Gelukkig zijn er nog de trainingen van Cambuur, waardoor hij niet altijd “doelloos omloopt”.

Zeven jaar geleden verhuisde het gezin Ynema van het nabijgelegen dorp Berlikum naar hun huidige woning in de Leeuwarder Schepenbuurt. In de naoorlogse wijk aan de oostkant van de Friese hoofdstad is 39,1 procent van de beroepsbevolking werkloos; 20 procent zit in de bijstand. In de Schepenbuurt heeft 35,9 procent van de inwoners een inkomen onder de 16.000 gulden per jaar. Daarmee staat de wijk op de 59ste plaats van de deze week gepubliceerde 'Armoedemonitor 1997'. Geen wonder dat veel bewoners van deze gemoedelijke volksbuurt elkaar tegenkomen bij de 'soos', zoals de sociale dienst er wordt genoemd.

De Schepenbuurt mag dan als probleemwijk bekend staan, de bewoners hebben het er naar hun zin. 'Buurman Dirk', zoals iedereen de 56-jarige Dirk Bouwes aanspreekt, leidt bezoekers met plezier rond door het zes straten tellende buurtje met ongeveer 1.500 bewoners. Hij wijst op de nieuwe speeltuin, de opgeknapte flats en wat lacherig op drie hennepplanten op een balkon. Dealers en drugspanden zijn de bewoners niet onbekend, maar de overlast ervan blijft binnen de perken. Bouwes, die zes jaar geleden na een reorganisatie werd ontslagen, zegt 60 tot 80 uur per week als vrijwilliger in het buurtwerk te steken. “Ik zou dit werk graag als Melkertbaan willen doen, maar die kans zit er niet in.” Na drie jaar lobbyen bij de gemeente heeft hij weinig hoop meer.

Ynema en Bouwes zijn twee van de 6.000 uitkeringsgerechtigden uit het bestand van de sociale dienst in Leeuwarden. “Zestig procent van deze mensen komt niet meer of nog niet aan de bak”, zegt directeur O. Herder van Sociale Zaken in de Friese hoofdstad. Uit een onderzoek dat de gemeente volgende week zal presenteren, blijkt onder andere dat deze heterogene groep bestaat uit 45-plussers met een lage opleiding, alleenstaande moeders en verslaafden. “Het is deels een groep die zichzelf niet als problematisch ziet en zijn weg heeft gevonden in de werkloosheid.” Toch vallen volgens Herder nog duizend tot 1.500 mensen “blijvend buiten de boot”.

Van de gemeentelijke begroting gaat ruim dertig procent - 150 miljoen gulden - op aan uitkeringen, bijzondere bijstand en minimabeleid. Met een werkloosheid van 24 procent valt Leeuwarden op in een land dat met zijn succesvolle poldermodel tot ver over de grenzen de aandacht trekt. 'Het gaat goed met Nederland, nu Leeuwarden nog', schreef de Rotterdamse econoom E. Bomhoff onlangs in deze krant.

Pag.10: Leeuwarden nog niet tot afsterven gedoemd

Burgemeester H. Apotheker wil in zijn statige werkkamer het negatieve beeld van Leeuwarden graag weerleggen. Hij hekelt de eenzijdige interpretatie van statistieken en spreekt van een “stad met twee gezichten” die weliswaar een hoge concentratie uitkeringsgerechtigden kent, maar tegelijkertijd economisch groeit. Met enige trots vertelt Apotheker dat tussen mei 1995 en mei 1996 ongeveer 1.850 mensen een arbeidscontract kregen binnen zijn gemeente, vooral in de commerciële dienstverlening. “Er is toen een kentering opgetreden. Sinds twee jaar groeit de werkgelegenheid weer.”

Maar de werkloosheid blijft desondanks hoog. Apotheker wijt dit ten dele aan de regionale magneetfunctie van de stad: van de 46.000 banen die Leeuwarden heeft, wordt meer dan de helft bezet door mensen van buiten de gemeente. In een aantal gevallen zijn dit overigens oud-Leeuwarders die in de jaren zeventig en tachtig in de omringende dorpen de middenklasse-woningen vonden die Leeuwarden zelf niet kon bieden. Ook herintredende vrouwen en hbo'ers, die zich na hun opleiding in Leeuwarden ter plekke als werkzoekende laten inschrijven, drijven het werkloosheidscijfer op.

Er wordt op een aantal fronten gewerkt aan oplossingen voor dit hardnekkige probleem. Volgende week presenteert de commissie-Langman zijn eindrapport. De oud-minister van Economische Zaken en voormalig topbankier (Fries van geboorte) heeft op verzoek van het kabinet onderzocht op welke manier de economische positie van het noorden kan worden versterkt. In bestuurlijk-Leeuwarden gaat men er vanuit dat de Friese hoofdstad zal worden aangewezen als groeicentrum voor de al aanwezige dienstverlening. “We moeten het hebben van de bedrijven die hier zijn begonnen: Aegon, Postbank en Avero”, stelt Apotheker. Hij verwacht dat deze bedrijven zullen uitbreiden en andere in dezelfde sector zich in Leeuwarden zullen vestigen.

Dienstenstad Leeuwarden moet compensatie bieden voor de excentrische ligging van de stad. “Leeuwarden ligt buiten de economische as Rotterdam-Lelystad- Heerenveen-Drachten- Groningen”, zegt professor P. Pellenbarg, hoogleraar economische geografie in Groningen. “Maar daarmee is de stad nog niet tot afsterven gedoemd.” Pellenbarg ziet behalve in de dienstverlening ook kansen in 'recreatie en cultuurtoerisme'.

Burgemeester Apotheker is optimistisch. “Binnen tien jaar moet de hoge werkloosheid met de helft zijn teruggedrongen.” Hij verwacht dat er jaarlijks duizend banen bijkomen. Maar dat is vermoedelijk te laat voor mensen als Bouwes en Ynema in de Schepenbuurt. Voor Ynema is er nog de hoop op een gesubsidieerde baan als stadswacht waarvoor hij nu kandidaat is. Voor Bouwes is er minder perspectief. “Een baan krijg ik niet meer”, verwacht hij. Aan het eind van de rondleiding door de Schepenbuurt wijst hij op de aangrenzende fabriekspanden van de vroegere Condens, nu het zuivelconcern Friesland Dairy Foods. Het personeelsbestand van deze onderneming is de afgelopen jaren bijna gehalveerd van 2.000 naar 1.100 werknemers. Bouwes: “Destijds werkte de hele buurt bij de Condens. Nu bijna niemand meer.”