ALDO ROSSI 1931-1997; Tijdloze eenvoud

Misschien is Aldo Rossi nog het bekendst geworden door zijn koffiepot. Hij ontwierp La Conica Espresso Maker in 1984 voor de Italiaanse firma Alessi. Het is een kleine, ronde toren met een goud bolletje op een kegelvormig dakje dat tevens de deksel is. Iedereen die in de jaren tachtig was aangestoken door de opmars van het, vooral Italiaanse, design schonk koffie uit de kan van Rossi.

De strenge lijnen van de ouderwetse, geëmailleerde koffiepotten, uitgevoerd in blauw, groen of rood, intrigeerden Rossi van jongsaf aan. Hij beschouwde de kannen als miniaturen van zijn latere bouwkunst en dat is kenmerkend voor de wijze waarop deze bedachtzame architect zich altijd door klassieke, geometrische vormen heeft laten inspireren.

Na zijn studie in Milaan werd Rossi vooral bekend als theoreticus. Hij doceerde in Italië, Zwitserland en Amerika, leidde tussen 1955 en 1964 het joyeuze tijdschrift Casabella en schreef in 1966 het boek L'Architettura della Città, een hartstochtelijk pleidooi voor de historische stad dat in zeven talen werd vertaald. Daadwerkelijk bouwen deed hij in die jaren vooral in zijn eigen geboortestreek, Noord-Italië. Zijn doorbraak als architect naar een groter, internationaal publiek kwam in 1980 met het Teatro del Mondo, een drijvend, houten theater ontworpen voor de Biënnale in Venetië. De theatrale creatie, met een kinderlijk vlaggetje in top, dobberde stil en geheimzinnig op het water voor het Dogenpaleis. Dit sprookjeskasteel, met een toren gelijkend op zijn latere koffiekan, laat het wonderlijke vermogen van Rossi zien om iets volslagen nieuws te maken dat toch een scala aan herinneringen oproept. Een architectuur die haar nostalgische, of liever gezegd weemoedige trekken ontleent aan tijdloze eenvoud.

Eenzelfde stemming van melancholie kenmerkt de talloze tekeningen en kleine kleurschilderingen die Rossi het grootste deel van zijn leven heeft gemaakt. Deze aanstekelijke kunstwerkjes - schijnbaar pretentieloos - waren vooral bedoeld als vingeroefeningen voor zijn architectonische ontwerpen: ensembles van gebouwen betrapt in vogelvlucht, landschappen, stedelijke scènes. En ook hier weer zijn favoriete kleuren, het rood van Bologna, het lichtblauw dat in Italië 'Il Celeste della Madonna' wordt genoemd en het groen van de luiken van Noord-Italiaanse huizen. Zo zorgde Rossi met zijn bescheiden kunstwerken, veelal op schetsboekformaat, voor de opmerkelijke opleving van de architectuurtekening waardoor de 'echte' kunst in internationale galeries en musea er een geduchte concurrent bij kreeg.

Een jaar na het Teatro del Mondo kwam zijn eerste buitenlandse opdracht, een woonblok aan de Berlijnse Friedrichstrasse. Het hoekgebouw, gedragen door een quasi overdreven, machtige zuil, keek toen nog uit op de Muur. Checkpoint Charlie lag om de hoek. Tussen 1980 en 1990 volgden talloze bouwwerken in Europa, Amerika en Japan: kantoorgebouwen, hotels, musea, wooncomplexen, winkelcentra, stadhuizen, theaters, congrespaleizen, villa's en een begraafplaats. Naast de oogst aan bouwwerken en tekeningen bestaat het oeuvre van Aldo Rossi ook uit een omvangrijke collectie meubelen en gebruiksvoorwerpen, uiteenlopend van stoelen, banken, horloges, tapijten en badcabines.

Ook Nederland heeft zijn eigen Rossi's. De mooiste is het Bonnefantenmuseum in Maastricht dat in 1995 werd geopend. Dit zware, sculpturale gebouw vertoont alle sporen van zijn grote liefdes: baksteen, strakke raamcomposities, een conische toren boordevol historische reminiscenties en een magistrale trap. Het zijn vier basiselementen waarmee Rossi, in een strenge geometrische en symmetrische choreografie, een modern museumgebouw heeft ontworpen waarvan de verschijningsvorm volstrekt origineel is zonder nieuw te zijn. Daarin schuilt Rossi's uniciteit: de mooiste poëzie bestaat uit gewone woorden die door de dichter nieuwe, ongewone kracht hebben gekregen.