Abstracte Schubert bij Van Oort

Holland Festival Oude Muziek. Concerten: Bart van Oort, Concerto Köln. Gehoord: 4/9 Utrecht.

In 1994 waren het de pianosonates van Beethoven, die in de vertolking door musici met uiteenlopende achtergronden het Festival Oude Muziek een dankbaar thema bezorgden. Het in de verte hieraan verwante 'De klaviermuziek van Franz Schubert', dat één van de thema's is van het huidige festival, is minder geschakeerd en programmatisch niet zo'n trouvaille, nu dit jaar uitgebreid de tweehonderdste geboortedag van de componist wordt herdacht. Toch wordt hiermee met name een aantal jonge Nederlandse fortepianisten de kans geboden hun visies te ontvouwen op deze pas laat ontdekte parels uit de klavierliteratuur.

Fortepianist Bart van Oort weet te boeien met uitgewogen fraseringen, een heldere articulatie en een consistent betoog in Schuberts soms langgerekte sonatedelen. De late Sonate in A-groot (D 959), die bij pianisten die dit werk op de moderne vleugel vertolken desolaat van sfeer en aangrijpend kan zijn, krijgt bij Van Oort een veel minder dramatische lading. Het is de abstractie die zijn vertolking tot een interessante maakt. Van Oort onderstreept de schoonheid van de eenvoud in Schuberts muziek. Een liggende toon en een repeterend notenmotiefje boven een gebroken drieklank (voorlaatste pagina van het Andantino) krijgen door de heldere articulatie en het onderscheid tussen de registers een geweldige dieptewerking, die juist op de fortepiano zo fraai tot haar recht komt. De kleine schoonheidsfoutjes deden daar weinig aan af. De Duitse klavecinist Gerald Hambitzer trok donderdag om een geheel andere reden de aandacht. Met een enorm verband om zijn linker middelvinger (de musicus ontpopte zich als keukenprins) sloeg hij zich manhaftig door het bijwijlen aan Domenico Scarlatti herinnerende Klavecimbelconcert van Francesco Durante, één van de Italiaanse barokcomponisten die Concerto Köln in dit festival op het programma heeft.

Concerto Köln lijdt aan een euvel waaraan wel meer, ook vooraanstaande, oude-muziekensembles lijden: als groep worden boeiende prestaties geleverd en worden er alleraardigste programma's bedacht, maar solistisch ontbreekt het de musici aan uitstraling en techniek. Leider Werner Ehrhardt streek er in het Tweede Concert van Durante fors naast, en het aritmische en wolfsvalse solospel van Andrea Keller in een Vioolconcert van Pergolesi was abominabel. Gelukkig kreeg het gezelschap de kans zich te revancheren in een nette uitvoering van het Stabat mater van Pergolesi, met als solisten de sopraan María Cristina Kiehr en de counter Martin Oro, die als vervanger optrad van Gloria Banditelli.