Abraham?

Heeft Abraham echt bestaan? Het bijbelverhaal zelf blijkt al verbluffend ongeloofwaardig. Abraham zou op 75-jarige leeftijd nog huis en haard in Ur der Chaldeën verlaten hebben om elders een nieuw leven te beginnen.

Enige jaren later zou hij, ofschoon zijn vrouw zelf al terecht opmerkt 'zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?' (Genesis 18 vers 12), nog een zoon hebben gekregen. Sterker nog: na de dood van Sara 'voer Abraham voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketûra' (Genesis 25 vers 1). Bij deze vrouw - hij moet dan inmiddels al ruim over de honderd zijn - verwekt hij nog zes kinderen. Ik kan mij niet herinneren daarover ooit een preek te hebben gehoord. Ook op de zondagsschool werd dit tweede huwelijk van Abraham nimmer ter sprake gebracht. Men sprak er niet over; men schaamde zich plaatsvervangend. Zelfs in bijbel-quizzen werd nooit de vraag gesteld: hoe heette de tweede vrouw van Abraham.

Uiteindelijk sterft Abraham als hij honderdvijfenzeventig jaar oud is. Een hele leeftijd in een tijd waarin de mensen gemiddeld niet ouder werden dan dertig! Tussen haakjes: hoe merkwaardig dat Sara als hij nog maar halverwege zijn leven is, al opmerkt 'dat mijn heer oud is.' Word je 175 dan is tachtig allerminst oud, dan ben je nog niet eens op de helft!

In de verhalen over Abraham is regelmatig sprake van kamelen. Vergeleken met de hond, die waarschijnlijk al tienduizend jaar geleden gedomesticeerd werd, is de domesticatie van de kameel een betrekkelijk recent verschijnsel. In de tijd van Abraham, ruwweg zo'n tweeduizend jaar voor Christus, waren er in midden-Azië inderdaad al gedomesticeerde kamelen. Het is dus niet ondenkbaar dat Abraham beschikt kan hebben over tamme lastdragers. Op grond van de vermelding van kamelen kunnen we, anders dan sommige behulpzame briefschrijvers mij hebben verzekerd, niet besluiten dat het verhaal van Abraham onhistorisch is.

Meer houvast - of eigenlijk juist het tegendeel daarvan - levert het verhaal van Abrahams krijgstocht in Genesis 14. Vier koningen uit de regio sluiten een monsterverbond en trekken op tegen vijf koningen van onder andere Sodom en Gomórra. Omdat van die vier koningen zowel hun namen als hun land van herkomst worden vermeld, kan de historicus proberen met behulp van buiten-bijbelse bronnen enige greep te krijgen op deze geschiedenis. Dat is onder meer geprobeerd door John Van Seeters. In zijn boek uit 1975 getiteld Abraham in History and Tradition, zegt hij dat het ondenkbaar is dat de vier koningen die in Genesis 14 vermeld worden ooit een coalitie zouden hebben kunnen vormen. In zijn eigen woorden: 'De vermelding van een coalitie tussen de Hetieten, de Babyloniërs, de Assyriërs en de Elamieten is puur denkbeeldig en geen historicus gespecialiseerd in de vroege tweede eeuw voor Christus kan ooit serieus zo'n suggestie overwegen. De Hetieten hebben nimmer samen gewerkt met welke van deze machten dan ook.'

Ook de namen van drie van de vier koningen stellen ons voor raadselen. Kedor-Laómer zou de koning van Elam zijn. Alleen dat woord Kedor, zegt Van Seeters, klinkt enigszins Elamitisch. Maar, zo deelt hij mee, 'de naam Kedor-Laómer, kan niet teruggevonden worden op de tamelijk complete lijst van Elamitische koningen uit die tijd.' De koning van Sinear, een streek in Babylonië, heet volgens Genesis Amrafel. Volgens Van Seeters kan deze Amrafel niet identiek zijn met koning Hammurapi die wij uit andere bronnen kennen, maar enige andere kandidaat voor die Amrafel is niet te vinden. Koning Tideal kan warempel geïdentificeerd worden als koning Tudhalias van de Hetieten, maar koning Arioch van Ellasar levert de grootste problemen. Noch de naam van die koning, noch die van zijn land is op enigerlei wijze te plaatsen of thuis te brengen.

Dan de namen van de vijf Dode Zee-koningen waartegen deze vier duistere coalitie-koningen optrekken. Het onhistorische karakter van dit hoofdstuk wordt verder benadrukt door het type namen die aan de vijf koningen worden gegeven die heersten over de steden rondom de Dode Zee. Het zijn helemaal geen echte namen, maar 'afgekorte kwaadaardige invectieven', zegt Van Seeters. De naam van koning Bera betekent 'in het kwaad.' Die van koning Birsa 'in onrechtvaardigheid.' Die van koning Sinab betekent misschien 'degeen die de vader der goden haat.' Die van Semémber moet misschien gelezen worden als Shemabad en betekent dan: 'zijn naam is kwijtgeraakt.' En tenslotte betekent de naam Bela 'verwoest.'

Kortom: het hele verhaal rammelt. Volgens Van Seeters is het verhaal ontstaan tijdens de Babylonische ballingschap, maar zelfs dan is het volgens deze Amerikaan nauwelijks te begrijpen dat de auteur 'er zo'n potje van maakte.'

Omdat Lot tijdens die krijgstocht van de vier coalitie-koningen tegen de vijf Dode Zee koningen in Sodom woont, wordt ook hij door het viertal weggevoerd. Eén van de mannen van Lot weet te ontsnappen, begeeft zich naar Abraham en 'boodschapt' hem het lot van Lot. Terstond bewapent Abraham (waarmee?) de driehonderdachttien ingezeten van zijn huis en jaagt de vier koningen na. En niet alleen dat, maar hij ziet er ook kans toe om met zijn toch niet grondig op militaire avonturen voorbereide 318 man, Lot te bevrijden!

Van Seeters raakt helemaal van streek van deze krijgstocht. Bij het gezamenlijke militaire optreden van de vier koningen moeten zeker zo'n paar duizend man betrokken zijn geweest, daar de middelen van één koning als ontoereikend werden beschouwd. En toch moeten we geloven dat één opperbevelhebber met een clubje van 318 man, 's nachts bij een verrassingsaanval, zo'n geweldige macht 'volledig heeft uitgeschakeld.'

Ook op grond van nog andere gegevens, bijvoorbeeld over de half nomadische levenswijze van Abraham, die op geen enkele manier strookt met wat toen onder zowel echte nomaden als onder echte veehouders gebruikelijk was, komt Van Seeters uiteindelijk dan ook tot de conclusie: het hele verhaal over Abraham is zo problematisch dat het onmogelijk enige historische betekenis kan hebben. 'Het moet op een heel andere manier bekeken worden.'

Een heel andere manier bekeken? Ach, waarom niet de zeer voor de hand liggende conclusie getrokken dat het hele verhaal over Abraham van begin tot eind compleet verzonnen is door één of meer Israëlieten tijdens de Babylonische ballingschap. Abraham heeft doodgewoon nooit echt bestaan.