ABN Amro: groei in Londen

ROTTERDAM, 5 SEPT. ABN Amro wil haar internationale vermogensbeheeractiviteiten uitbreiden en heeft Londen aangewezen als het nieuwe centrum voor de beoogde groei. De bank kiest verder voor expansie op eigen kracht en is niet geïnteresseerd in overname van de Schotse vermogensbeheerder Ivory & Sime, die naar verluidt aansluiting zoekt bij een kapitaalkrachtige partner, zoals een grote bank op het Europese vasteland.

Eerder dit jaar liepen besprekingen met de Britse zakenbank en vermogensbeheerder Capel Cure-Myers op niets uit. ABN Amro heeft dezer dagen een nieuwe expert, T. Cross Brown, aangetrokken van de zakenbank Lazard om het internationale vermogensbeheer in Londen te versterken, zo bevestigt een woordvoerder van ABN Amro. Een vergelijkbare strategie om internationaal te expanderen gebruikte de bank eerder bij haar effectenzaken, financieel advies voor grote bedrijven en bij beleggingsresearch. Begin dit jaar trok de bank onbedoeld veel aandacht toen een topvermogensbeheerder van Deutsche Morgan Grenfell in Londen, N. Horlick, naar ABN Amro zou “overlopen”, hetgeen niet gebeurde. De bank ontkende met kracht dat sprake was van een poging een team deskundigen weg te kopen.

Het zwaartepunt van het vermogensbeheer bij ABN Amro (eind juni 144 miljard gulden onder beheer) ligt nu in Amsterdam. Van de 850 mensen die bij ABN Amro vermogens beheren voor professionele klanten, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, werken er 250 in Amsterdam en 45 in Londen.

De personele bezetting in Londen zal met enkele tientallen mensen per jaar stijgen, zo verwacht de woordvoerder van ABN Amro. “Wij groeien internationaal en met vermogensbeheer voor professionele beleggers als kool. Je krijgt een sturingsvraagstuk. Als je internationaal wilt groeien, ga je naar de plek waar je de mensen daarvoor kunt krijgen.”

Vorig jaar kocht ABN Amro twee kleinere vermogensbeheerders in Londen. Grote nieuwe overnames in deze sector zijn echter kostbaar en de bank is bang dat daarbij niet kan worden voldaan aan de financiële eis dat de activiteiten 13 procent rendement op het geïnvesteerd vermogen moeten realiseren.