Versterven (2)

Als ik het artikel van B.E. Chabot lees, krijg ik de indruk, dat we zo snel mogelijk een schriftelijke wilsverklaring moeten opstellen voordat we gaan dementeren. Uit deze schriftelijke wilsverklaring moet blijken dat we afzien van een milde dood voor het geval we als dementerende in een verzorgingstehuis of verpleegtehuis terechtkomen, er slecht aan toe zijn en hierdoor niet willen eten en drinken.

Doen we dit niet dan lopen we het risico om in de toekomst als mogelijk dementerende in een verzorgingstehuis of verpleegtehuis de elementaire zorg zoals eten en drinken te moeten ontberen.

Waarom zouden we een situatie laten ontstaan waarin we schriftelijk moeten vastleggen, dat we geen doodswens hebben en deze elementaire zorg zolang mogelijk willen ontvangen? Natuurlijk is het mogelijk dat iemand reeds een doodswens koestert voor het geval dat de betrokkene in de toekomst gaat dementeren. Maar indien diens medemensen, zoals artsen en verpleegkundigen in verzorgings- of verpleegtehuizen, onbekend zijn met een dergelijke doodswens, is het niet aan hen om gemakshalve aan te nemen dat deze doodswens wel bestaat. De keuze tussen leven en dood is te belangrijk om hier het adagium 'wie zwijgt, stemt toe' te laten gelden. Een dementerend persoon heette vroeger ook wel kinds te zijn. Kinderen pleegt men te beschermen, ook tegen henzelf. Waarom zouden dementerende bejaarden niet beschermd behoeven te worden? Of geldt ook hier de natuurwet dat de weerloze maar ten gronde moet gaan? En wordt deze wet versluierd door een schijnbaar ethisch vernisje?