Versterven (1)

Psychiater B.E. Chabot zet bij levensverkorting, doden of euthanasie de arts-patiëntrelatie op zijn kop (NRC Handelsblad, 30 augustus). Van de kant van de patiënt, omdat deze zich op de arts richt als op iemand die hem de dood kan garanderen. Van de kant van de arts, omdat deze niet meer absoluut garant staat voor het leven: de zieke heeft van hem de dood te vrezen.

De arts-patiëntrelatie is een vertrouwensrelatie waarin het leven een cruciale rol speelt, en dient dit te blijven.

Bovendien haalt hij appels en peren door elkaar. Longontsteking en hartstilstand zijn volstrekt niet met elkaar te vergelijken en afzien van (kunstmatige) voeding al helemaal niet.

Wanneer verschillende handelingen onder één definitie worden gebracht, wordt de suggestie gewekt dat zij ook onder dezelfde ethische kwalificatie vallen.

De rapporten wekken de indruk, dat de Commissie Aanvaardbaarheid Levensbeëindigend handelen in de valstrik is getrapt, die zij zich door haar ongebruikelijke definitie van levensbeëindigend/bekortend handelen zelf heeft gespannen.

Chabot trapt in dezelfde valkuil. Honger- en dorstgevoel verdwijnen niet als de patiënt lamgespoten, in coma gebracht is. Zij zijn in comateuze toestand niet meer door de patiënt kenbaar te maken.

Er zijn genoeg gevallen bekend en in de media naar voren gebracht van mensen die in coma wel alles konden ervaren, maar geen reacties konden geven en daar later duidelijke uitspraken over deden.

Het is dankzij Marjoleine de Vos dat wij nooit gewend willen raken aan het 'volijverige doodgravertje' van de Commissie Aanvaardbaardheid Levensbeëindigend handelen van de KNMG!