Superbeleggers bereiken hun limieten op de effectenbeurs

De Nederlandse pensioenfondsen hebben een luxe probleem. Hun aandelen zijn op de beurs zo hard in waarde gestegen, dat de effecten te zwaar gaan wegen in hun beleggingsportefeuille.

ROTTERDAM, 4 SEPT. “Wat doen Shell en Unilever”, wil de beheerder van een groot pensioenfonds weten. De pensioenfondsen van de twee Anglo-Nederlandse multinationals worden in de branche met argusogen gevolgd. 'Doe wat de buurman doet', is volgens sommige critici van de pensioenfondsen nu eenmaal het leidende beginsel in de pensioenbranche.

De Nederlandse pensioenfondsen zijn met een beheerd vermogen van inmiddels zo'n 650 miljard gulden ware superbeleggers. En onder hen behoren de pensioenfondsen van Unilever en Shell tot de meest agressieve investeerders in aandelen: respectievelijk 50 of zelfs 60 procent van hun vermogen beleggen zij op de internationale effectenbeurzen. Dat is (bijna) het dubbele van de percentages bij het doorsnee Nederlandse pensioenfonds. Een paar geleden had een gemiddeld pensioenfonds “maar” 20 procent in aandelen belegd, inmiddels is dat 31 procent.

De verschuiving houdt nauw verband met de noodzaak om hogere rendementen te boeken om de extra lasten van de vergrijzing op te vangen. Meer aandelen kopen, de categorie beleggingen die op lange termijn het best rendeert, is daarbij de oplossing die elk pensioenfonds in de praktijk brengt.

De beslissing over de verdeling van de beleggingen berust formeel bij het bestuur van de pensioenfondsen, waarin werknemers en werkgevers vertegenwoordigd zijn. Elk fonds moet zijn eigen keuze maken, afhankelijk van onder meer de risico's die het bestuur wil lopen en de samenstelling van de groep werknemers en gepensioneerden. Ook pensioengigant ABP (210 miljard gulden vermogen) kan sinds de privatisering in 1996 zelf zijn beleggingskeuzes maken.

Hoe meer jonge mensen in een fonds zitten, hoe meer in aandelen belegd kan worden, zo luidt de vuistregel. Zij hebben letterlijk de tijd om een onverhoopte terugval van de aandelenmarkt later weer in te halen. Zijn er relatief veel gepensioneerden, die een maandelijks inkomen van het fonds ontvangen, dan liggen effecten met een vaste rente meer voor de hand.

Hun oude liefde voor aandelen leverden Shell (20 miljard gulden vermogen) en Unilever (6,7 miljard gulden) en indirect ook hun werknemers de afgelopen jaren fantastische rendementen op. Dat drukt de bedrijfskosten en versterkt de concurrentiepositie. Pensioenfonds PGGM (sectoren zorg en welzijn), met 66 miljard gulden beleggingen het nummer twee fonds in Nederland, belegt al meer dan 55 procent in aandelen. Het Spoorwegpensioenfonds (ruim 9 miljard gulden vermogen) is hard op weg naar 50 procent, zo vertelt directeur vermogensbeheer drs A. Groeveld. “Wij hadden gedacht dat op een redelijk stabiel groeipad te kunnen realiseren. Ik denk niet dat je daar de afgelopen maanden van kon spreken, maar 't is zo, en 't is niet direct nodig nu aandelen te verkopen.”

Dankzij het hoge rendement op de grote beleggingen in aandelen hoeven Unilever en zijn werknemers al zeven jaar geen pensioenpremie betalen, Shell kan volgend jaar de premie verlagen. Zitten deze 'voorbeeldfondsen' ook aan hun limiet en moeten zij in de hausse van de eeuw 'noodgedwongen' aandelen verkopen? De branche volgt hun verrichtingen met argusogen. En dat lijken de twee zich maar al te goed te realiseren.

Het Shell pensioenfonds heeft de lat voor zijn aandelenbeleggingen dit jaar nog verder verhoogd naar 60 procent om de koersstijgingen te kunnen bijbenen. Het fonds mag zelfs tijdelijk daarboven uitgaan, laat een woordvoerder van Shell weten namens algemeneen directeur drs. C. van Rees. Ook Unilever weigert de sluier op te lichten. De beleggingen in aandelen zijn dit jaar met vijf procentpunt gestegen naar 55 procent. “De limiet is nog niet bereikt”, zegt een Unilever-woordvoerder.

Terwijl sommige op de golven van de beurshausse blijven surfen, lijken steeds meer fondsen langs de kant te blijven. Als zij nog aandelen bijkopen, dan zijn het buitenlandse. Wat doet gigant (200 miljard gulden) ABP? “Als die zich in bed omdraait, danst iedereen mee”, zegt een grote college. Het ABP, dat zijn aandelenbezittingen sterk wil uitbreiden, weigert commentaar. Het lijkt er overigens op dat het ABP kleine pakketten aandelen verkoopt van bedrijven waarin zij substantiële belangen heeft.

De jaren dat de pensioenfondsen op grote schaal aandelen kochten om het aandelenpercentage in hun beleggingsportefeuille te verhogen, zoals 1995, zijn voorbij. Het Akzo-pensioenfonds verkocht vorig jaar voor een bedrag van 118 miljoen gulden aandelen, KPN voor 75 miljoen gulden, het Hoogovens pensioenfonds voor 40 miljoen gulden en Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven ruim 200 miljoen gulden.

Bij het Vervoer- en Havenfonds (4 miljard gulden belegd vermogen) is de reden voor de verkopen overigens specifiek: een nieuw pensioensysteem dwingt tot een andere beleggingsstrategie. “Toen de besluitvorming was afgerond zijn wij vorig jaar al met de verkopen van aandelen begonnen”, zegt algemeen directeur mr J. Rietbergen. “Wij benutten de beleidsruimte voor aandelenbeleggingen die wij hebben aan de positieve kant, maar dat staat geen ongebreidelde groei toe”, zegt directeur beleggingen drs. J. Baan van het bedrijfspensioenfonds KPN (8,7 miljard gulden beleggingen).

“Daar zijn wij dit jaar ook mee bezig geweest”, zegt algemeen directeur drs. J. Nelissen van het Hoogovens Pensioenfonds (7,2 miljard gulden vermogen). “Het valt niet mee binnen de grenzen (30 procent aandelen; red) te blijven.” Tegenover de fondsen die aandelen afstoten, staat een beperk aantal pensioenbeheerders die nog wil uitbreiden. Hoofd beleggingen drs. A. van Tienen van het pensioenfonds van de Rabobank (6 miljard gulden vermogen), dat vijf procentpunt extra in aandelen wil groeien (naar 45 procent):“Op dit niveau kopen wij niet fors, daarvoor zijn de beurzen te ver opgelopen. Ik moet er niet aan denken dat wij de aandelenbeleggingen afgelopen jaren niet hadden uitgebreid. Dit soort rally's mag je niet missen.”