Stuurloze Russen feesten even in het jarige Moskou

Moskou jubileert. Een aanleiding tot bezinning op de nationale identiteit: zes jaar na de val van het communisme zijn de Russen nog wanhopig op zoek naar een 'nationaal idee'.

MOSKOU, 4 SEPT. “Ik weet niet hoe het met jou zit”, zegt de ene dronkaard, zich kruipend voortslepend door de straten van Moskou, tegen de andere. “Maar zonder nationaal idee kom ik niet meer vooruit.”

Treffender had de cartoonist van de Izvestija Ruslands zoektocht naar een nieuwe identiteit nauwelijks kunnen verbeelden. De 148 miljoen Russen hebben zich sinds de daverende klap waarmee de Sovjet-Unie in 1991 uiteen viel nog steeds niet hervonden.

Om een eind te maken aan het stuurloze gedobber had president Jeltsin bij zijn nipte herverkiezing vorig jaar - toen dertig miljoen Russen hun stem uitbrachten op de communistische tegenkandidaat - opgeroepen tot nationale verzoening rond een nog te formuleren thema. Hij wees een staatscommissie aan om binnen een jaar met zo'n 'nationaal idee' te komen.

Het jaar is om en nog altijd sleept Rusland zich moeizaam voort, als een gemankeerde grootmacht. De wijze mannen hebben een lijvig rapport geproduceerd met als hoofdconclusie dat “de historische ervaring leert dat de zoektocht naar een nationaal idee belangrijker is dan het idee zelf'. Waar moet het heen met Rusland?

De tsaristische leuze 'Orthodoxie, Autocratie en Saamhorigheid' heeft net zozeer afgedaan als het 'Proletariërs aller landen, verenigt u', en er is niets voor in de plaats gekomen. De oergedachte dat de ideale structuur van Rusland 'een klooster met een leger' is, is evenmin van deze tijd. De erfgenamen van het ooit zo gevreesde Rode Leger houden zich ternauwernood in leven met eigenhandig gerooide aardappels en, zoals een Siberische krant berichtte, zwerfhonden. En ondanks Jeltsins oproep tot meer ontzag voor de prestaties van de kosmonauten kunnen de tuimelingen van de Mir bezwaarlijk een heel volk in vervoering brengen, zoals ooit Joeri Gagarin (“De aarde is blauw!”) dat wel deed.

Toch is er temidden van het grote verval ook iets nieuws verrezen, en dat is het herbouwde Moskou. De stad heeft zo'n metamorfose ondergaan, dat de oudere Moskovieten zich in het centrum nog maar moeilijk kunnen oriënteren. Tienduizenden arbeiders hebben dag en nacht gemetseld en gestuukt en geverfd. Vannacht om twaalf uur is hun werk af: vrijdag, zaterdag en zondag viert Moskou zijn 850-jarig bestaan.

Pag.5: Manegeplein symbool van Russische desoriëntatie

Het achteneenhalve eeuwfeest heeft talloze ambitieuze bouwprojecten in de hoofdstad aangejaagd. Het meest tot de collectieve verbeelding sprekend is de herrijzenis van de in 1931 door Stalin gesloopte Christus-de-Verlosserkathedraal op de oever van de Moskva. Deze grootste van alle russisch-orthodoxe kerken was in 45 jaar door drie tsaren gebouwd, als eerbetoon aan de Voorzieningheid die Napoleon in 1812 bij de poorten van Moskou had verjaagd.

Maar omdat Stalin uitgerekend op die plek het Paleis der Sovjets wilde bouwen - hoger dan de Empire State Building, met op het dak een Lenin-standbeeld hoger dan het Vrijheidsbeeld - liet hij het godshuis aan gruzelementen slaan. Omdat de bouwput voor het arbeiderspaleis, dat nooit van de grond is gekomen, telkens vol liep met water hadden de autoriteiten er uiteindelijk een openluchtzwembad van gemaakt. Gisteren, zes jaar na de val van het communisme, kreeg Moskou zijn kathedraal terug.

De met honderden kilo's bladgoud bewerkte, honderd meter hoge replica is in tweeëneenhalf jaar gebouwd. Eigenlijk door alle Russen: de patriarch kreeg grote en kleine giften en nam goudstaven van bankiers in ontvangst, en de wereldvermaarde cellist Rostropovitsj gaf een benefietconcert. Bij de inwijding (van de buitenzijde), gisteren, waren de ah's en oh's niet van de lucht. De bewonderaars spraken van “het symbool van de kracht van onze natie” en “het silhouet van het nieuwe Rusland”.

Maar door te herbouwen wat Stalin heeft vernield zijn de Russen hooguit terug bij af. De vraag rijst: hoe verder? Dat niemand daar een antwoord op heeft, laat zich het best illustreren aan de facelift van het Manegeplein, vlakbij het Kremlin. Tot voor kort was dat een afschuwelijke asfaltvlakte, vanwaar tijdens de 1-mei-parades de tanks opstoomden naar het Rode Plein. Nu is er een ondergronds winkelcentrum gebouwd van drie verdiepingen diep, dat het duurste ter wereld moet worden met een maandhuur van 6.000 gulden per vierkante meter.

Half boven de grond is er een wandelpromenade langs een kunstmatige beek vol beelden uit Russische sprookjes. De bankjes en lantaarns doen denken aan Parijs. De twee diepste galerijen van het winkelcentrum hebben als thema de zeventiende, respectievelijk de achttiende eeuw. En op de lichtkoepel die het geheel overspant is de wereldkaart geschilderd met de namen van alle landen - als echo van het holle Sovjet-ideaal van de Vriendschap der Volkeren.

Het nieuwe Manegeplein, dat zaterdag wordt geopend met een carnaval, is het toonbeeld van de Russische desoriëntatie. Hangend over de balustrades van blauw dooraderd marmer kunnen de Moskovieten zich straks vergapen aan de kapitalistische praal, notabene op dezelfde plek waar ze zich plachten te vergapen aan de militaire hardware waarmee dat kapitalisme op afstand diende te worden gehouden. Vanwaar deze Umwertung aller Werte?

Aleksandr Solzjenitsyn, die als schrijver van de Goelag Archipel en winnaar van de Nobelprijs een groot moreel gezag genoot, heeft geprobeerd zich nog tijdens de ondergang van de USSR op te werpen als vader van alle Russen. Hij schreef een pamflet 'Hoe Rusland Hervormd Moet Worden', waarin hij een godsdienstig nationaal reveille propageerde. Maar zulke denkbeelden sloegen niet aan. De toon werd eerder gezet door de Nieuwe Russen, de klasse der profiteurs die in de chaos van het post-communisme een fortuin vergaarden. Zij introduceerden de modegrillen (vandaag met z'n allen naar McDonalds, morgen naar Maxims), liepen te koop met hun slechte smaak (mobiele telefoon in de hand, zegelringen aan elke vinger) en gaven de aanzet voor een ethiekloos commercieel klimaat met afpersing als handelsmerk.

Na vijf chaotische jaren is nu sprake van een proces van bezinning. Wat is het streven van de Russen? Na het verdwijnen van de commando-economie was de slinger doorgeslagen naar het 'bandieten-kapitalisme', maar nu ontstaat er enige ordening in de markt. Kaartjes voor het Bolsjoi-theater, om maar wat te noemen, waren lang uitsluitend bij zwarthandelaren tegen woekerprijzen te krijgen, maar tegenwoordig kun je af en toe ook weer bij de kassa terecht.

Ook de polarisatie in de politiek wordt minder absoluut, maar een baken of een richting lijkt nog niet gevonden. Boris de Eerste, zoals de president zich gekscherend heeft genoemd, vecht nog steeds met de schimmen uit het verleden. Zo is het nog te vroeg om het communisme, in de vorm van Lenins lijk, voorgoed ten grave te dragen. Een voorstel om hem uit zijn mausoleum op het Rode Plein te halen werd beantwoord met bomaanslagen op beelden van de tsaar.

Vandaar dat het centrale spektakel van de viering van 850 jaar Moskou een a-politiek karakter krijgt. Morgenavond zal op de kasseien van het Rode Plein de sprookjesfiguur Ivan de Dwaas (het naïeve, indolente volkstype) het in een explosie van muziek, theater, licht en geluid opnemen tegen een 25 meter hoge, vuurspuwende draak. Om zich te verdedigen bouwen Ivan en de zijnen een stad (Moskou) met stadsmuren (het Kremlin). Zij krijgen hulp van Sint Joris (de spirituele kracht van de orthodoxe kerk) maar samen kunnen zij het Kwaad niet verslaan zonder het luiden van een klok - die oproept tot eenheid en vastberadenheid.

Die klok, zeggen de bedenkers van het spektakel, zou het symbool van het nieuwe Rusland kunnen worden. In ieder geval moet de show “de wereld en de natie laten zien waar de Russen met recht trots op zijn.”