Stippellijntje

Op mijn blanco papier landt een vlieg. Hij houdt zijn vleugels, twee vliesdunne wiekjes met een motief van twijgen, horizontaal boven zijn rug. Van bovenaf heeft hij wel iets van een V. De V van vlieg.

Van zijn zes poten tilt hij de voorste twee op, strekt ze als armen voor zich uit en wrijft ze langs en over elkaar alsof ze tot boven de ellebogen onder het vuil zitten. Dan neemt hij zijn kopje onder handen en wrijft zich tot achter de oren droog. Daarbij buigt hij telkens het hoofd om de lijndunne armen alle ruimte te geven.

De voorpoten staan weer op het papier. Wie denkt, dat nu het middelste paar aan de beurt is, vergist zich. Dat paar wordt overgeslagen. Hij tilt zijn achterste twee poten op. Eerst strekt hij ze horizontaal naar achteren en wrijft ze langs en over elkaar. Ik hoef niet bang te zijn dat hij zijn evenwicht verliest, want welke capriolen hij ook maakt, hij heeft altijd nog vier poten over om op te staan. Na de wasbeurt vouwt hij de achterpoten onder zijn vleugels en strekt ze opnieuw. Dit doet hij een paar keer: intrekken-strekken, intrekken-strekken. Tijdens dat strekken duwt hij ze tegen de onderzijde van zijn vleugels als waren dat raampjes die hij moest zemen. Hij zeemt zo krachtig dat hij de vliesjes beurtelings optilt.

Nu schuift hij onder aan zijn kop een rietje uit en tast daarmee mijn handschrift af.

Vliegensvlug is hij verdwenen. Hij beschrijft arabesken boven mijn hoofd. Ik kon nergens aan zien dat hij ging opstijgen. Hij ademde niet diep in en zakte niet door zijn zes knieën om zich af te zetten. Eerder leek het of de ondergrond hem afschoot. Geen vogel stijgt zo snel en zo geruisloos.

Daar loopt hij weer; over zijn eigen beschrijving. Maar is dat lopen? Hij verplaatst zich als een acteur in een stomme filmt: schokje na schokje, zonder overgangen. Zo vloeiend als zijn vluchtlijnen zijn, zo hoekig schuift hij over mijn tekst. Zijn schaduw gaat schoksgewijs met hem mee. Ik zou dit in blokletters moeten beschrijven en zijn arabesken moeten kalligraferen.

Wanneer zijn poten zouden afgeven, zou ik zes stippellijntjes zien. Maar hij laat geen sporen achter. Hij is te licht om indruk te maken.