STATISTIEK

(1) Kanker is na hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaak in Nederland. Iets meer dan een kwart van alle sterfgevallen wordt veroorzaakt door kanker. Dat zijn zo'n 36.000 personen per jaar. Het aandeel van de kankersterfte is in de loop der jaren toegenomen. (2) Dit wordt veroorzaakt door de vergrijzing. Want hoe hoger de leeftijd, hoe groter de kans op kanker: van de 100.000 jongeren tot 24 jaar overlijden er vijf aan kanker, terwijl dat er per 100.000 85-plussers zo'n 3.000 zijn.

(3) Maar het aandeel van de kankersterfte in de totale sterfte neemt juist weer af boven het vijftigste levensjaar. Jonge mensen overlijden vooral door zelfmoord en ongelukken en veel minder door ziekte. Pas vanaf het veertigste levensjaar gaat kanker een grote rol spelen. Vooral bij vrouwen, bij wie borstkanker dan vaker gaat voorkomen. Van de vrouwen die tussen hun veertigste en zestigste levensjaar overlijden, is meer dan de helft door kanker gestorven. Bij de sterfgevallen op hogere leeftijd gaat kanker weer een kleinere rol spelen. Andere (ouderdoms-)ziekten gaan dan optreden, zoals hart- en vaatziekten en Alzheimer. Maar het absolute aantal sterfgevallen door kanker blijft wel stijgen naarmate een hogere leeftijdsgroep bekeken wordt.

(4) Verreweg de belangrijkste vorm van kanker is longkanker: een kwart van alle sterfgevallen door kanker wordt hierdoor veroorzaakt. Bij mannen is dit zelfs 38 procent. Vrouwen krijgen veel minder vaak longkanker (7 procent). Bij hen is borstkanker de belangrijkste vorm van kanker: 22 procent van alle vrouwen met kanker sterft door borstkanker.

(5) Alleen bij vrouwen tot dertig jaar komt borstkanker minder vaak voor: tussen hun 15de en 29ste komt huidmelanoom het vaakst voor. Bij kinderen - zowel meisjes als jongens - is leukemie de belangrijkste vorm van kanker.

(6) Ondanks het dodelijke imago dat de ziekte heeft, blijven kankerpatiënten tegenwoordig veel vaker in leven dan vroeger. Uit een onderzoek dat tussen 1958 en 1974 werd gehouden, bleek bijvoorbeeld dat slechts 40 procent van de kinderen bij wie kanker was geconstateerd, na vijf jaar nog in leven was. In de periode 1974-1992 was dit 'overlevingspercentage' al gestegen tot 66 procent. Bij bijna alle kankervormen doet deze verbetering zich voor, in meer of mindere mate. Voor de meeste typen tumoren geldt dat de patiënt vijf jaar na constatering van de ziekte nog in leven is. Maar er zijn negatieve uitschieters: longkanker (13 procent overleeft de eerste vijf jaar), slokdarmkanker (10 procent), kanker aan de galwegen (9 procent) en alvleesklierkanker (7 procent).

(7) Maar voorkómen blijft natuurlijk beter dan genezen. Dat hoeft niet moeilijk te zijn, want kanker wordt in de overgrote meerderheid van de gevallen veroorzaakt door vermijdbaar gedrag: roken en ongezond eten.

Bronnen: CBS, IKZ, 'Oncologie' (Bohn, Scheltema & Holkema)