Rouw om Lady Di kan iets van deze eeuw verklaren

Geen tijd is zo moeilijk te begrijpen als de eigen tijd. De opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk kunnen wij doorgronden, de Italiaanse Renaissance heeft nog maar weinig geheimen, en de Industriële Revolutie is inzichtelijk als een open boek. Maar oog in oog met het heden staan wij met onze mond vol tanden.

Wanneer de Britse natie in een stuip geraakt door de dood van een prinses en de wereld zonder gêne meeweent, is het moeizaam zoeken naar oorzaken, redenen en verklaringen voor een plotselinge collectieve geesteshouding die wankelt tussen ouderwetse massahysterie en modern medeleven zonder grenzen.

Men zegt wel dat journalisten de duiders van het huidige tijdsgewricht zijn, maar dat is een misverstand. Het probleem is juist dat er zoveel journalisten zijn, en zo weinig nieuws. Tienduizendmaal reeds zagen wij de verkreukelde auto waarin Diana het leven liet, en steeds weer heette het dat de schandaalpers (dat zijn de anderen) ranzige foto's had genomen van het wrak. In talloos veel miljoenen woorden is verslag gedaan van bloemenzeeën en bloedproeven. Telkenmale zagen wij hoe mensen zich schreiend tegen de hekken van Buckingham Palace stortten - bij nader toezien steeds dezelfde mens tegen hetzelfde hek, maar wel op zevenenveertig tv-kanalen tegelijk.

Na het nieuws ('prinses dood door ongeluk') kwam al snel de duiding en het formuleren der opinies op gang. De opinies besloegen het voorspelbare spectrum van de zware constitutionele beschouwingen in The Times, tot de ironische noot van Jan Blokker in de Volkskrant, en de verontwaardiging over de overspannen aandacht in de media, dit keer van de 'schrijver en criminoloog' H. Franke in NRC Handelsblad. 'Nou, en?' trachtte deze de dood van Lady Di te bagatelliseren.

Met die vraag sloeg hij de plank meters mis. De dood heeft uiteraard geen enkele betekenis, en een auto-ongeluk met dronken chauffeur waarschijnlijk nog minder, maar de wijze waarop een natie reageert op zoiets heeft wel degelijk betekenis. En die reactie, de collectieve onderdompeling in rouw, zal historici en antropologen nog jaren voer geven om te kunnen begrijpen hoe het was in de jaren negentig van de twintigste eeuw. Zo kan de dood van Lady Di een begin van inzicht verschaffen in het grootste raadsel van deze tijd: wijzelf.

Onze tijd heet massaliteit, en oneindig reproduceerbare massaliteit bovendien. Vanuit historisch-materialistisch perspectief heeft de massaficatie van de samenleving een technologische onderbouw. Prinses Diana kon slechts zijn wie zij was dankzij de uitvinding van de telelens, de ontwikkeling van nieuwe druktechnieken die kleurendruk voor kranten mogelijk maken, de digitalisering van fotoreproductie en de wonderbaarlijke vermenigvuldiging der televisiekanalen.

Deze zaken maken de wereld klein, maar emoties des te groter. Door de oneindige reproductie van een enkele traan kan licht een publieke psychose ontstaan. Landen hebben geen gevoelens, en volken hebben geen karakter, luidde ooit de gulden regel, want dat te denken leidt tot generaliseringen. Wie nu naar Groot-Brittannië kijkt, weet wel beter. Hier lijdt een natie aan iets - de vraag is slechts aan wat.

Zeker is dat wat zich nu ontvouwt rondom de kist in alle opzichten een krachtmeting is tussen het oude en het moderne, tussen de wereld van voor het digitale tijdperk en de wereld van erna. Het Huis van Windsor liet de baar wikkelen in de koninklijke vlag met hermelijnen rand, ooit een zwaar beladen symbool, maar nu een symbool dat veel minder zegt dan een teddybeer die voor het oog van de camera op de stoep wordt gedeponeerd. Dit gevecht heeft nu al geleid tot een veldslag van 'invented traditions', zoals die tussen de royale-maar-niet-koninklijke begrafenis tegen de bloemenborstwering op straat (is er ooit een boeket gelegd op de plek waar Kennedy werd vermoord?).

Niet voor niets was Diana zelf in velerlei opzicht de belichaming van deze conflicten tussen pre-modern en post-modern: zij balanceerde tussen publieke zelf-expressie en de wil tot een privé-leven, tussen egotisme en charitas, tussen pijnlijke openheid en het verlangen met rust gelaten te worden, tussen de hoop koningin te worden en de wens zichzelf te zijn. Bij dat alles was zij eclectisch in de modernste zin des woords: liefdadigheid in aidsklinieken werd afgewisseld met diners in het Ritz-hotel, en even gemakkelijk pendelde zij tussen de mijnenvelden van Angola en de wijnvelden van St. Tropez.

Bovendien - en hier ligt mogelijk een begin van een antwoord - paste prinses Diana naadloos in het moderne 'literaire' beeld van de werkelijkheid. Oscar Wilde zei ooit dat het leven slechts een goedkope imitatie is van kunst, en wie een afstandsbediening heeft zal dat nooit meer betwijfelen. Lady Di was - en is - de hoofdrolspeelster in een eigentijdse versie van de assepoestermythe.

De structuur van deze mythe (men kan niet ongestraft mooi en gelukkig zijn) wordt avond aan avond geïmpregneerd in het collectieve geheugen. Boden ooit de Ilias en de Odyssee een handvat om greep te krijgen op het bestaan, nu verschaffen Coronation Street, Eastenders, Neighbours, Goede Tijden, Slechte Tijden, en Goudkust houvast. Elke dag opnieuw lezen in Groot-Brittannië dertig miljoen mensen een tabloid en kijken ten minste zoveel mensen naar een soap-serie. Deze vormen van verbeelding bieden een werkelijkheidsbesef dat is gebaseerd op in essentie literaire categorieën. Hier is de voedingsbodem waarop prinsessen kunnen gedijen.