Kunsthaar blijft altijd in model

Prothesen bestaan er voor allerlei lichaamsdelen. Ook voor hoofdhaar. Een pruik wekt nog vaak de lachlust op. Maar voor de kankerpatiënt na de chemokuur vormt de pruik een uitkomst.

Als klein meisje wilde ze altijd kapster worden, maar haar ouders wilden daar niets van weten. Tegenwoordig is de roodharige Cora Odenkirchen bedrijfsleidster bij Sikkenk Haarmodecentrum in Haarlem, een begrip voor iedereen die een pruik nodig heeft. Ze volgde er geen opleiding voor, want die bestaat gewoonweg niet. Dat het bedrijf is aangesloten bij het landelijke Top Haarwerkers Gilde wil zeggen dat er vakkundig wordt gewerkt, de voorraad op peil is en de klanten voldoende privacy en psychische begeleiding krijgen.

In de etalage van de winkel staat een rij vrouwelijke etalagepoppen van Balmain, de elegante zwanenhals nog eens extra geaccentueerd met een shawltje. De pruiken die ze dragen zijn afkomstig uit Duitse, Engelse en Franse fabrieken en worden door de medewerkers van Sikkenk op maat gemaakt voor de clientèle. De inrichting is licht en rustig, voor de pascabines hangen gordijnen tot op de grond. Er is ook een speciaal mannenhoekje. Hier staan herenkoppen met pruikjes, toupetten, zelfs staartjes, vlechtjes en baardjes. De kant en klare haarstukjes liggen opgeslagen in kartonnen doosjes, als in een schoenenwinkel.

Met het imago van de pruik is het ten onrechte slecht gesteld, vindt Odenkirchen: “Mensen denken nog altijd aan de slechtzittende pruiken van vijfentwintig jaar geleden.”

De branche probeerde het tij nog te keren met benamingen als postiche of 'tweede kapsel', maar tevergeefs. En er is nog wel zoveel verbeterd, in alle opzichten, vertelt de bedrijfsleidster, die zelf met een kopie van haar eigen haren regelmatig de Zandvoortse zeewind trotseert. Ze tovert een bruin getint bewijsstuk uit een doosje. Het kunsthaar is eerlijk gezegd niet van echt te onderscheiden, het valt mooi en is fraai gemêleerd van kleur. Op het achterhoofd zijn de lokken op een luxaflex-achtige ondergrond aangebracht: door deze trenches is de ventilatie uitstekend en kun je gewoon op je hoofd krabben. Het kapje is van doorzichtig monofilm, dus als je een scheiding maakt, zie je alleen maar je hoofdhuid. Het is bij sommige modellen zelfs voor het eerst in de pruikenhistorie mogelijk om het haar achterovergekamd te dragen, dankzij een doorzichtig randje aan de voorkant.

Het allernieuwste, maar haast niet te betalen, is het cyberhaar, waarmee de drager ook kan slapen of de sauna in. Ter vergelijking: een dames- of herenpruik van kunsthaar kost tussen de 495 en 1700 gulden, de cyberversie is er alleen voor heren die er 3500 gulden of meer voor over hebben. Maar zelfs het gewone synthetische haar is te prefereren boven echt haar dat minstens zo duur èn nog eens bewerkelijker is - kunsthaar blijft altijd in model, je moet het alleen flink borstelen en gewoon door een sopje halen alsof het een bloesje is dat je niet hoeft te strijken. Bang voor schuivend haarwerk hoeft eigenlijk niemand meer te zijn: met tweezijdig klevende pleisters en/of schuifspeldjes blijven de pruiken stevig zitten. Wie wil gebruikt gewoon ouderwetse lijm. Het grootste gevaar is eigenlijk een onverwachte boomtak in het bos.

Doordat de moderne pruiken de hoofdhuid niet verstikken, kan het haar eronder gewoon teruggroeien, bijvoorbeeld na een chemokuur of bestraling. Want vrijwel alle klanten van Sikkenk komen op medische indicatie. Odenkirchen merkt helaas dat steeds vaker jonge mensen een afspraak maken. De meeste kankerpatiënten doen dit voor de behandeling, om een pruik te kunnen kiezen die zoveel mogelijk op het eigen haar lijkt. Deze wordt vervolgens gereserveerd. Pas wanneer het echt uitvalt (soms blijft dit de patiënt bespaard), op maat gemaakt en aangeschaft.

Allopetia, oftewel kaalheid, is een andere ziekte waarmee de pruikenverkoopsters worden geconfronteerd. Vooral de spontane versie ervan, die met Caroline van Monaco de wereldpers haalde, komt meer en meer voor: door spanningen kan haar plotseling uitvallen. Bij sommigen groeit het weer terug, bij anderen niet. Zo heeft Sikkenk een klant die bij stress binnen vierentwintig uur al haar haren kwijt is.

Is iemand te ziek om langs te komen, dan gaan de Sikkenk-dames op ziekenhuisbezoek met een koffer vol pruiken die gekozen zijn na telefonisch overleg met de verpleegkundigen. “Als ik al bij binnenkomst zie dat ik de verkeerde haarwerken bij me heb, laat ik niets uitproberen. Dan kom ik liever een andere keer terug met betere modellen”, vertelt Odenkirchen. “Ik zal iemand nooit de verkeerde pruik laten passen, want dat is vreselijk ontmoedigend. Dan denkt de patiënt echt dat een haarstuk iets rampzaligs is en die heeft het meestal toch al zwaar genoeg. De eerste pruik die je opzet, moet eigenlijk de beste zijn.”