Hagenaar verkrampt tegen Britse houwdegen Rusedski; Krajicek vervalt in oude fout

NEW YORK, 4 SEPT. Zijn schouders hingen slap naar beneden, hij slofte langs de baseline, stuiterde af en toe zijn met zijn racket en in zijn ogen viel een permanente blik van ongeloof te lezen. Bij geen enkele tennisser is de lichaamstaal zo pregnant als bij Richard Krajicek. Voor tv-commentator John McEnroe was het gisteren alsof hij zichzelf zag ploeteren in de somberste momenten van zijn carrière, toen hij zijn wellicht klassieke zelfhaat in de Nederlander weerspiegeld zag.

Op grond van zijn Wimbledon-titel waant Krajicek zich lid voor het leven van de besloten sociëteit voor toptennissers. Bijna hooghartig verklaarde de 25-jarige Hagenaar dat hij op grandslamtoernooien alleen mag verliezen van spelers in de categorie Sampras, Chang en Kafelnikov, niet toevallig de eerste drie van de wereldranglijst. De wrange realiteit op de US Open leerde Krajicek dat hij de lat beter wat lager kan leggen.

De nummer 18 van de ATP-ranking weigerde de gedachte toe te laten dat Greg Rusedski na vier nederlagen tot een Angstgegner was uitgegroeid. Het perspectief van een finaleplaats wenkte na de aftocht van Sampras en Krajicek was er bovendien van overtuigd dat het servicekanon met een Brits en een Canadees paspoort mentaal zou bezwijken onder het idee voor het eerst in zijn loopbaan de beste vier op een grandslam te bereiken. Daar leek het inderdaad even op, toen Rusedski bij een 5-2 voorsprong in de tiebreak van de derde set door de stress werd bevangen.

Uitgerekend op setpoint voor Krajicek haalde Rusedski echter het beste in zichzelf naar boven en met een fraaie backhand-return, gevolgd door een krachtige forehand-passing forceerde de Britse nummer 1 een matchpoint dat hij onmiddellijk verzilverde. “Van zo iemand mag ik niet verliezen”, jammerde Krajicek. Alsof zijn vijfde nederlaag tegen Rusedski - 7-5, 7-6 (7-4) en 7-6 (8-6) - nog als een verrassing kwam. Te gemakkelijk had Krajicek de koele cijfers opzij geschoven in de stellige overtuiging dat op een grandslamtoernooi andere wetten gelden.

Maar juist op het psychologische vlak verviel Krajicek in een fout die hij ook al op Roland Garros had gemaakt. Ook in Parijs liet hij zich verblinden door een gunstige loting, waarna hij door Patrick Rafter werd ontnuchterd. Krampachtig schuift Krajicek zich na zijn onttroning op Wimbledon naar voren als een speler die het in zich heeft een tweede grandslamtitel te winnen. In zijn ziel is nu eenmaal geen ruimte voor middelmaat. Het daaruit voortvloeiende streven naar perfectie heeft zijn charme, maar maakt Krajicek ook uitermate kwetsbaar.

Voor het eerst bereikte Krajicek in New York de kwartfinales, maar gelukkig kon hij daar onmogelijk mee zijn. Met een cynische ondertoon in zijn stem: “Wie heb ik nou verslagen? Black en Filippini, daar ligt niemand wakker van. Dan krijg ik een walk-over tegen Corretja en win ik van Mantilla, de nummer 12 van de wereld die alleen op gravel kan tennissen. Rusedski was mijn eerste test en dan laat ik het meteen afweten. Ik vind mezelf nog steeds beter dan de andere spelers in mijn schema. Daarom is het zo frustrerend te verliezen van iemand als Rusedski.”

In dat oordeel lag te veel dédain verborgen voor een tennisser met dezelfde wapens als Krajicek, die begin dit jaar in San Jose Chang en Agassi versloeg om na setwinst in de finale tegen Sampras met een polsblessure te moeten opgeven. Rusedski heeft het afgelopen seizoen duidelijk meer progressie geboekt dan Krajicek, die dit jaar slechts twee toptien-spelers versloeg.

Het bijna destructieve spel van Rusedski is ondanks zijn opmars nog steeds een kwelling voor het oog. De service blijft zijn belangrijkste wapen en in het duel met Krajicek verbeterde hij zijn record door de bal uit de opslag met een snelheid van 228,5 kilometer per uur over het net te jagen. De ironie wilde dat de Britse houwdegen met zijn eeuwige tandpasta-glimlach dat punt verloor, maar Rusedski is het wereldrecord van de Australiër Philippoussis (230 kilometer) tot op een fractie genaderd.

Sinds de Amerikaanse oud-prof Brian Teacher zich heeft ontfermd over Rusedski heeft hij zijn repertoire weten uit te breiden. Urenlang bestudeerde de Engelsman videobeelden van zichzelf. Hij verbeterde zijn voetenwerk om meer rendement uit zijn returns te halen en toont zich zelfverzekerder in zijn volley's. Krajicek kijkt liever niet naar zichzelf en zeker niet als hij zo bedroevend speelt als gisteravond in het kille Arthur Ashe Stadium, waar een strakke wind vooral het serveren bemoeilijkte.

Dat was uiteraard niet de beslissende factor in de gortdroge partij tussen de degelijke Rusedski en de soms zelfs lethargische Krajicek, die zijn tegenstander al in de openingsgame brak om prompt zijn eigen service “op een zilveren dienblad aan te bieden”. Vooral in zijn returngames toonde Krajicek zijn zwakte. De backhand was weer eens een aap op zijn rug, terwijl hij op de service van Rusedski toch voldoende kansen kreeg. Het was echter zo'n partij die Krajicek vermoedelijk nog wel vaker zal spelen, waarbij het hoofd maar niet kan accepteren dat het lichaam verkrampt als het bevelen moet opvolgen.

Dat is de paradox in het gecompliceerde karakter van Richard Krajicek, die alleen van zichzelf lijkt te kunnen houden als hij alles onder controle heeft. Negatief vond hij zichzelf niet op de baan, al dacht McEnroe daar gisteren anders over. Negatief stond hij gisteravond wel tegenover zichzelf. In een dergelijke gemoedstoestand is tennis wel het laatste dat hem weer bezinning brengt.

Krajicek had al besloten volgend jaar minder toernooien te spelen. Gisteravond overwoog hij ook de Australian Open te laten schieten. “Zo'n lange trip voor maar één serieus toernooi”, verzuchtte Krajicek, die dit jaar ontbrak in Melbourne na zijn knieoperatie. In januari 1998 zou Krajicek zijn positie op de wereldranglijst dus alleen maar kunnen verbeteren. De tweede nederlaag tegen een Britse tennisser na zijn smartelijke ondergang tegen Tim Henman op Wimbledon was hem echter zo rauw op de maag gevallen dat hij zijn racket verbitterd opborg als een symbool van misère en wanhoop.