Gore's imago van onkreukbaarheid wankelt

WASHINGTON, 4 SEPT. De Amerikaanse vice-president Al Gore dreigt het imago een misschien wat saaie, maar toch onkreukbare politicus te zijn, te verliezen, uitgerekend nu hij zich opmaakt voor de lange strijd om de presidentsverkiezingen in het jaar 2000.

De afgelopen maanden is al gebleken dat Gore een grote rol heeft gespeeld bij de wel heel intensieve fondsenwerving van het Witte Huis voor de verkiezingscampagne van vorig jaar. Steeds meer wijst er nu op dat Gore daarbij een loopje heeft genomen met de wettelijke regels die gelden voor het inzamelen van politieke bijdragen.

Gisteren gaf het ministerie van Justitie opdracht tot een vooronderzoek naar aanwijzingen dat Gore of andere hoge regeringsfunctionarissen strafbare feiten hebben gepleegd. En alsof dat de vice-president niet genoeg in verlegenheid brengt, hervat vandaag de Senaatscommissie die het schandaal van de fondsenwerving onderzoekt haar hoorzittingen. Bovenaan de agenda staat een episode uit de verkiezingscampagne die Gore nog lang zal achtervolgen: zijn bezoek in het voorjaar van 1996 aan een boeddhistische tempel in de buurt van Los Angeles.

De nonnen en monniken deden daar royale donaties aan de Democratische partij (in totaal 55.000 dollar), bedragen die ze vervolgens weer vergoed kregen van de tempel. De operatie had veel weg van een grote witwas-operatie, die moest verhullen dat het geld eigenlijk van de tempel kwam - religieuze organisaties zijn in de VS vrijgesteld van belasting en mogen geen politieke donaties doen. Ook buitenlanders die niet in de VS wonen moeten zich van donaties onthouden, en de tempel lijkt op zijn beurt weer gefungeerd te hebben als doorgeefluik voor de Taiwanese leider van de boeddhistische sekte. Drie nonnen getuigen vandaag over de kwestie.

Het besluit van het ministerie van Justitie om Gore's fondsenwerving aan een onderzoek te onderwerpen, kan uitmonden in de benoeming van een speciale aanklager. De Republikeinen in het Congres dringen er al maanden op aan dat dat gebeurt, omdat een speciale aanklager de beste garantie is dat een schandaal tot op de bodem wordt uitgezocht. Om dezelfde reden hebben de Democraten zich er steeds tegen verzet.

Gore blijkt vanuit het Witte Huis in 1995 en 1996 zeker 46 keer telefonisch geldschieters benaderd te hebben met het verzoek om een bijdrage. De Amerikaanse wet verbiedt dergelijke partijpolitieke activiteiten in overheidsgebouwen. Maar minister Reno van Justitie argumenteerde tot nog toe dat Gore de wet niet had overtreden, omdat hij geen geld voor zichzelf of enige andere kandidaat inzamelde, ook wel hard money genoemd. De telefoontjes van de vice-president zouden alleen betrekking hebben gehad op zogeheten soft money, geld dat in beginsel bestemd is voor algemene doeleinden als het bevorderen van de kiezersopkomst en het versterken van het partijpolitieke apparaat. Donaties in soft money zijn niet gereguleerd (er geldt bijvoorbeeld geen maximumbedrag voor) en daarom is het, volgens de interpretatie van Reno, ook niet verboden er in overheidsgebouwen om te vragen.

Maar Bob Woodward van The Washington Post, de helft van het duo dat 25 jaar geleden met hardnekkige onderzoeksjournalistiek het Watergate-schandaal aan het rollen bracht, onthulde gisteren dat zeker 120.000 dollar van het geld dat Gore bij elkaar belde wel degelijk is aangewend, als hard money, voor directe campagnedoeleinden. Zodra het geld binnenkwam werd het door de Democratische partij op een rekening voor hard money geplaatst. Dat gebeurde zonder dat Gore ervan afwist, meldde het Witte Huis snel. Justitie zal de donateurs nu naar verwachting vragen of de bestemming van het geld in het telefoongesprek met de vice-president aan de orde kwam, en anders zal de Senaatscommissie dat wel doen.

Gore komt door dit alles in een onvoordelig licht te staan. Toch gaf hij gisteravond acte de présence bij - uitgerekend - een bijeenkomst voor de inzameling van campagnegelden, in dit geval voor een Democratische kandidaat voor het gouverneurschap van Virginia. Want zonder geld kan de Amerikaanse politiek niet draaien.