Fondsen; Verwarring tussen concurrenten

Naast het Koningin Wilhelmina Fonds opereert sinds enkele jaren in Nederland een tweede fonds, afkomstig uit de Verenigde Staten. De betrekkingen tussen de fondsen zijn niet al te hartelijk.

HET IS EEN middelgroot bedrijf, met een hoofdkantoor in twee strak verbouwde villa's aan de zuidwestelijke, groene rand van Amsterdam, met een jaaromzet van ruim 100 miljoen gulden, met bijna tachtig medewerkers in vaste dienst (zowel deeltijd als voltijd) en een fijnmazig netwerk van deskundige adviseurs.

De Nederlandse Kankerbestrijding/ Koningin Wilhelminafonds (KWF), opgericht in 1949, is sinds jaar en dag een instituut op de markt van fondsenwerving in Nederland, met een naamsbekendheid van ruim boven de negentig procent.

Honderdduizend vrijwilligers gaan volgende week met de collectebus op pad voor de jaarlijkse geldinzamelingsactie. Zo'n leger op de been te brengen, vergt een immense organisatie, zeker in moderne tijden van geïndividualiseerde carrièreburgers die het wezen van de collecte steeds minder uit de kerkbanken hebben meegekregen. Collectanten zijn daardoor steeds moeilijker de straat op te krijgen.

Het Koningin Wilhelmina Fonds heeft er iets op gevonden. Het fonds heeft zich een plek verworven in de cadeaudoos die het bedrijf Felicitas aflevert bij nieuwe bewoners van een buurt. Tussen de zakjes droge soep en niet te versmaden aanbiedingen voor 'op maat gesneden' verzekeringspakketten treft de nieuwe buurtgenoot nu een oproep om de collectebus van het KWF te helpen hanteren. Dat mes snijdt aan twee kanten: het goede doel is gediend en de nieuwe bewoner krijgt een buurtparade op de koop toe. Het bestand van collectanten is via de verhuisdoos weer op het gewenste peil gebracht.

De opbrengst van de jaarlijkse collecte kan overigens relatief bescheiden worden genoemd. Erfenissen leveren driemaal zoveel op en vaste donateurs fourneren het dubbele van wat via de collectebussen toestroomt. Het Rode Kruis heeft om die reden de collecte vorig jaar afgeschaft. Het KWF peinst daar niet over, meldt Monda J.M. Heshusius, de directeur voorlichting en PR van het fonds. “Wij beschouwen de collectanten als onze ambassadeurs, zij geven ons fonds een gezicht.”

'Vecht mee, blijf geven!', meldt de brochure ter ondersteuning van de nationale collecte, die dezer dagen in een miljoenen-oplage in heel Nederland is verspreid. Het geschrift is vormgegeven in de kleuren rood, wit en blauw. “Sinds de Amerikanen op de markt zijn verschenen, communiceren wij nadrukkelijker onze nationale kleuren”, zegt de PR-directeur.

De Amerikanen. Sinds bijna drie jaar heeft het Koningin Wilhelmina Fonds in Nederland niet langer het monopolie op de fondsenwerving voor kankeronderzoek. Een Amerikaans fonds heeft zich, via een springplank in Londen, in Den Haag gevestigd. Onder de naam Wereld Kanker Onderzoek Fonds stuurt het wervende folders en nieuwsbrieven rond waarin de relatie tussen voeding en kanker centraal staat.

KWF-zegsvrouwe Heshusius wil het concurrerende fonds met een nuchtere blik bekijken. “Wij zijn niet bang dat ze onze inkomsten onder druk zetten. Mijn voornaamste bezwaar is dat ze verwarring zaaien met allerlei slecht onderbouwde publicaties. Als ze weer een mailing het land in hebben gestuurd, moeten wij hier twee extra mensen aan de telefonische hulplijn zetten om de verbazing en ongerustheid van mensen weg te nemen.”

Het Nederlandse filiaal van het Amerikaanse fonds (American Institute for Cancer Research) bezet een krappe kamer in een bedrijfsverzamel-villa aan de rand van de Haagse ambassadewijk. Het fonds heeft in Nederland twee voltijdsmedewerkers in vaste dienst. G.J. Eikmans, een consultant uit Zeist op het gebied van gezondheidsvoorlichting en -opvoeding, treedt op als free lance woordvoerder. “Wij worden in Nederland op vele fronten ernstig tegengewerkt”, verzucht hij in de lounge van het nabijgelegen Haagse Promenade-hotel, waarnaar hij zijn bezoek meeneemt “omdat de dames op kantoor bezig zijn met een mailing”.

Enkele weken geleden heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF) slag geleverd met de directie van het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) over het gebruik van de afkorting WKOF. Deze zou te veel lijken op de afkorting KWF. Eikmans: “Wij hebben het KWF toegezegd dat wij onze afkorting niet meer zullen gebruiken. Wij willen geen herrie. Maar ik kan u wel zeggen dat het KWF zich in dat gesprek uiterst vijandig heeft opgesteld.”

De PR-consultant geeft een reeks voorbeelden van tegenwerking die zijn Amerikaanse opdrachtgevers in Nederland zouden ondervinden. De cultuur onder de Nederlandse fondsenwervers noemt hij “kneuterig”, de sfeer onder de oncologische onderzoekers kenschetst hij als “naar binnen gekeerd”. Diverse kankerdeskundigen in Nederland zouden “geestelijk onder druk zijn gezet” om vooral geen banden aan te knopen met de nieuwe fundraisers.

Het Centraal Bureau Fondsenwerving, dat toezicht houdt op deugdelijke geldinzameling in Nederland, luidde vorig jaar in zijn jaarverslag de noodklok over “een dozijn Amerikaanse organisaties” dat de Nederlandse charitasmarkt komt “afromen”, dat “geen wortels heeft in de Nederlandse samenleving” en dat zich zou profileren met mailings in een “agressieve toonzetting”.

Valt het Wereld Kanker Onderzoek Fonds op deze hoop te vegen? Nee. Althans, de jaarverslagen en publicaties van zowel het Amerikaanse fonds als het Nederlandse filiaal geven geen aanleiding die conclusie te trekken. Tot dat oordeel komt prof.dr. M. Katan, een vooraanstaand onderzoeker op het terrein van voeding en kanker aan de Landbouw-universiteit Wageningen, die de rapporten en folders op verzoek van deze krant heeft bekeken.

“Het zijn geen charlatans”, stelt Katan. “Hun voorlichtingsboodschap komt overeen met wat in Nederland ook wordt verspreid door het Koningin Wilhelmina Fonds, het Voorlichtingsbureau voor de Voeding en de organisatie Europe Against Cancer. In het algemeen kun je zeggen dat dergelijke organisaties hun voorlichting baseren op onvoldoende harde gegevens. Maar dat valt het Wereld Kanker Onderzoek Fonds niet afzonderlijk aan te rekenen.”

Katan zegt in het overzicht van gesponsord Amerikaans onderzoek “vertrouwde namen” van collega's tegen te komen. Een omvangrijke publicatie van het Amerikaanse fonds, die op 1 oktober in Londen wordt gepresenteerd, noemt hij “serieus en solide”. De Wageningse deskundige legt er de nadruk op dat hij alleen oordeelt over het wetenschappelijk gehalte. “Hoeveel er aan de strijkstok blijft hangen, kan ik niet beoordelen.”

Zuiver financieel bekeken scoort het Wereld Kanker Onderzoek Fonds bepaald minder gunstig dan het Koningin Wilhelmina Fonds. Het KWF besteedt ruim de helft van het ingezamelde geld aan onderzoek, ruim eenderde aan voorlichting en patiëntenbegeleiding, terwijl het resterende tiende deel nodig is voor het werven van de fondsen. Uit het Amerikaanse fonds komt nog geen kwart bij het onderzoek terecht, bijna de helft gaat naar voorlichtingscampagnes, terwijl eenderde wordt aangewend om de kosten voor fondsenwerving te dekken.

Over de bestedingen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds in Nederland valt nog weinig te zeggen. Uit het door KPMG opgestelde accountantsrapport blijkt dat de Amerikanen in Nederland vooralsnog ruim 440.000 gulden hebben moeten investeren om de verliezen van de boekjaren sinds mei 1994 te compenseren. Tegenover die lasten staat ruim 1,1 miljoen gulden aan geworven fondsen, die vrijwel geheel aan voorlichtingsmateriaal zijn uitgegeven. Van het in Nederland ingezamelde geld is vooralsnog geen cent naar het kankeronderzoek gegaan.

Woordvoerder Eikmans erkent dat zijn fonds financieel nog niet sterk staat. “Door de negatieve atmosfeer in Nederland gaat het wat langzamer dan we hadden voorzien”, zegt hij. “Maar de verwachting is dat we dit jaar uit de rode cijfers zullen komen.”

Vragen over de opmerkelijke verschillen tussen de uitgaven van het Nederlandse en het Amerikaanse fonds bestempelt Eikmans als 'typisch Nederlands': “Wat wij in Nederland gewoon vinden, hoeven wij nog niet op de hele wereld van toepassing te verklaren. Dat is een houding die ik eerlijk gezegd nogal arrogant vind.”

Hij voegt er overigens aan toe dat zijn fonds vast van plan is te opereren volgens de Nederlandse richtlijnen die gelden om erkenning te krijgen van het toezichthoudende Centraal Bureau voor Fondsenwerving. De regels schrijven onder meer voor dat niet meer dan een kwart van de ingezamelde gelden opgaat aan wervingskosten.

Eikmans: “Het wordt tijd dat de strijd tegen kanker centraal komt te staan in alle discussies. Onderlinge strijd tussen fondsenwervende organisaties lijkt me zonde van de energie.”