Alternatieve circuit; Zoeken naar louter positief nieuws

Een levensbedreigende ziekte is een 'holistische ervaring'. Dat is het motto van veel alternatieve therapieën. Ze staan dan ook op gespannen voet met de medische wetenschap.

HET MALAFIDE GEHALTE van een alternatieve kankertherapie laat zich langs een meetlat aflezen: hoe hoger de prijs en de gouden bergen, hoe groter de kans dat een patiënt slachtoffer wordt van een geldwolf in schaapskleren. Het is een stelregel in de medische wetenschap die enige orde tracht te scheppen in het expanderende aanbod aan alternatieve kankertherapieën. Slechts een handjevol alternatieve geneeswijzen biedt serieuze 'concurrentie' aan de klassieke geneeskunst.

'Meester Ibrahim' is het een raadsel waarom zijn kankerbehandeling (een combinatie van zwarte magie en 'nieuwe inzichten') nog geen wereldwijde navolging vindt in ziekenhuizen. In zijn Rotterdamse praktijkruimte, tevens slaapkamer van drie Deense doggen en opslag voor 'authentiek handgemaakte oriëntaalse kunstvoorwerpen', ontvangt het medium gemiddeld vier kankerpatiënten per jaar. Een tumor, zo stelt de van oorsprong Marokkaanse landbouwer, is een baken in het lichaam, aangelegd door de geest van een voorvader.

In tien sessies à 150 gulden per half uur toont de patiënt berouw voor zijn 'oneerbiedigheid' jegens zijn voorouders, door het bewandelen van het 'pad der zeven deugden' (een patroon van keitjes op de vloer die om beurten gekust moeten worden) en het branden van zwarte kaarsen op een altaartje. De Meester garandeert genezing, al is het nu een 'slappe tijd' voor zijn praktijk. De laatste cliënt overleed afgelopen maart. “Buiten mijn macht om, de man toonde gewoon niet oprecht berouw, dat is fataal.”

De zieke als dader of ten minste bepalende factor, en niet als slachtoffer van zijn situatie, het is wat sommige alternatieve behandelaars eufemistisch omschrijven als 'het heft in eigen handen nemen'. Voor 75 tot 125 gulden per uur kan dat, bij voorkeur als aanvulling op een reguliere behandeling, bij een van de circa zeventig Simontontherapeuten in Nederland. De therapie is bedacht door de Amerikaanse radioloog C. Simonton, die een verband legt tussen stress en het (dis)functioneren van het immuunsysteem.

Volgens Simontontherapeut Annet Tiemann ontstaat kanker wanneer een jeugdtrauma onvoldoende is verwerkt. Met behulp van hypnotherapie kan het trauma worden opgespoord. Zo kan een kankerpatiënt het slachtoffer zijn geweest van incest, maar dat hebben verdrongen om te kunnen overleven, meent de therapeut uit Zwartewaal. “Tijdens de volwassenheid komt het trauma toch weer boven, in de vorm van stress. Die slaat in het lichaam. Dat verzwakt en is niet meer bestand tegen kanker.”

Een bepaalde groep mensen zou extra gevoelig zijn voor een dergelijk proces, namelijk die met het persoonlijkheidstype C: onzekere mensen die geen nee kunnen zeggen, weinig zelfvertrouwen hebben en hun eigen problemen weinig aandacht gunnen. “Een ziekte is voor dit type bovendien een excuus om eindelijk nee te kunnen zeggen tegen een verzoek van anderen. Ziekte is ook een vorm van rust, onbewust verlangt het C-type daarnaar en naar een situatie waarin de aandacht eindelijk eens op zichzelf is gericht.”

In ongeveer tien sessies leert de patiënt omgaan met het trauma, maar ook met angst om te sterven of met pijn. De confrontatie met een jeugdtrauma kan verstrekkende gevolgen hebben, bijvoorbeeld een breuk met de ouders. “Een moeilijke beslissing, maar ik steun ze er in. Ik zeg dan: kies voor jezelf, kies nu eens eindelijk helemaal voor jezelf.”

Hoewel de medische wetenschap op gespannen voet staat met het alternatieve circuit, dringt de laatste jaren het besef door dat methoden zoals die van Simonton voorzien in een behoefte die er onder kankerpatiënten blijkbaar is: die van psychische begeleiding tijdens een periode dat het leven wordt beheerst door onzekerheid en angst.

Het Rotterdamse Helen Dowling Instituut voor biopsychosociale geneeskunde onderzoekt het effect van psychische begeleiding van onder anderen kankerpatiënten en voorziet ook in psychosociale hulp. Psycholoog Adriaan Visser, verbonden aan het instituut, onderstreept dat er enige aanwijzingen, maar geen harde bewijzen zijn dat het gedrag van invloed is op het verloop van kanker. De stelling dat persoonlijkheidskenmerken invloed zouden hebben op het ontstaan van kanker is volgens hem veel dubieuzer. “Kanker is nog altijd een lichamelijke kwaal, die iedereen kan overkomen. Mensen met kanker verschillen niet van anderen, behalve dat zij plots gedwongen zijn te beseffen dat hun leven eindig is.” En: “Een alternatieve therapie kan heel gevaarlijk zijn, wanneer de zieke tot schuldige aan zijn situatie wordt gemaakt. Het legt een extra last op de schouders van de kankerpatiënt, die zich toch al in een kwetsbare situatie bevindt.”

Annet Tiemann legt kritiek op de methode-Simonton naast zich neer. “Mensen die hier niet achter staan, krijg ik toch niet in mijn praktijk. Mijn cliënten willen vechten voor hun leven, dus ik stel hen en hun behoefte aan begeleiding centraal.” Bovendien, zegt Tiemann, zal die behoefte alleen nog maar groeien zolang reguliere artsen te weinig tijd nemen met hun patiënten te praten over hun gevoelens.

Uit onderzoek door psychologe Nicolette van der Zouwe in 1991 werd duidelijk dat patiënten zich al snel gereduceerd voelen tot een scan of röntgenfoto en een persoonlijk gesprek met de oncoloog missen. Een alternatief genezer betrekt de patiënt actief bij de ziekte, wat de belangrijkste reden is te kiezen voor een niet-reguliere behandeling.

“Kiezen voor een alternatieve behandeling is een laatste strohalm en heeft niets te maken met de tijd die een arts voor de patiënt uittrekt”, meent L.M. Gualthérie van Weezel, psychiater bij de Sociaal Medische Dienst van het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam. Hij wijst op de ambivalente relatie van een kankerpatiënt en de oncoloog. “Het woord arts is synoniem met ellende. Je wordt als patiënt als het ware ziek gemaakt, want je komt met een pijnloos knobbeltje in je borst en de arts begint meteen over de mogelijkheid van amputatie en overlevingskansen. Het is inherent aan het vak van kankerspecialist. Heel begrijpelijk dat een kankerpatiënt op zoek gaat naar een brenger van louter positief nieuws, een alternatief genezer.”

Dergelijke behandelaars kunnen de kankerpatiënt echter opzadelen met een schuldgevoel als blijkt dat de kanker toch is gevorderd, ervaart Gualthérie van Weezel. “Ik heb hier mensen die te horen kregen: 'je hebt er ook niet hard genoeg voor gevochten'. Die alternatieve genezers maken misbruik van de onmacht van een patiënt.”

Om de patiënt een ander aanspreekpunt te bieden dan de behandelend arts, heeft het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis een Sociaal Medische Dienst. De dienst biedt individuele consulten en praatgroepen, een telefonisch spreekuur en heeft sociaal-verpleegkundigen die op elke afdeling een aanspreekpunt vormen. Door patiënten geestelijk goed op te vangen, moet worden voorkomen dat zij zich psychisch in de steek gelaten voelen. Ook wanneer een patiënt afziet van een reguliere behandeling, geeft de dienst desgewenst psychische begeleiding. Op 150 inpandige patiënten en 80.000 klinische contacten lijkt het team, bestaande uit elf medewerkers, onder wie eéEÉn psycholoog en één psychiater, echter nauwelijks toereikend.

Antroposofisch arts K.J. Tusenius van Internistenpraktijk Berg en Bosch waarschuwt dat een afwijzende houding tegenover alternatieve geneeswijzen resulteert in een afstandelijk relatie tussen arts en patiënt. “De patiënt krijgt het gevoel dat de arts hem niet respecteert, niet serieus neemt als hij geïnteresseerd is in een alternatieve behandeling.” Tusenius staat met 'twee benen in twee werelden' omdat hij een antroposofische visie (gebaseerd op de filosofie van Rudolf Steiner dat geest en lichaam een twee-eenheid zijn) combineert met een reguliere behandeling van kanker.

In de antroposofische internistenpraktijk kunnen de patiënten desgewenst aanvullende weerstandsverhogende behandelingen ondergaan. Het middel Iscador (een maretakextract) wordt geacht het immuunsysteem te prikkelen. Ook zijn er kunstzinnige therapieën en worden bewegingsoefeningen (Heil-euritmie) gegeven. Een antroposofische arts zal bovendien aandacht schenken aan gebeurtenissen in het leven die mogelijk invloed hadden op het ontstaan van kanker. Alleen als de patiënt daar na goed overleg op staat, blijft een chemo- of radiotherapie achterwege.

Bij J. Vlasman (56) werden drie jaar geleden uitzaaiingen rondom de luchtwegen geconstateerd, nadat zijn nierkanker in 1990 na een operatie overwonnen leek. Bij de bezoeken aan zijn oncoloog had hij het gevoel een “kil laboratorium van Philips binnen te wandelen”, waarna hij koos voor een 'menselijkere', antroposofische behandeling met Iscador.

Vlasman is een voorstander van erkenning en opname van het middel in het ziekenfondspakket. Een ampul Iscador kost zo'n tien gulden, Vlasman krijgt er vijf ingespoten en dat tweemaal per week. “Al met al heb ik er uit eigen middelen tot op heden zo'n 12.000 gulden aan uitgegeven”, schat hij. “De door de oncoloog voorgestelde chemokuur, inclusief de kosten voor een langdurige opname, is in feite vele malen duurder en was oorspronkelijk ook maar een experiment dat werd overgenomen uit de Verenigde Staten. Geen arts kan garanderen dat chemo zal aanslaan”, stelt Vlasman.

Hij wordt door zijn reguliere artsen als een medisch wonder gezien, omdat de kanker zich niet verder lijkt te verspreiden en hij in zijn werk en vrije tijd functioneert als een gezond mens. “Vreemd, artsen geloven wel in wonderlijke genezingen, maar niet in de mogelijkheid dat er misschien een natuurlijk remmend middel tegen kanker is gevonden.”

Toch wil hij geen valse hoop wekken; hij noemt zichzelf een 'geluksvogel bij wie de Iscador goed aansloeg'. “In het ziekenhuis gaven ze me 20 procent kans te overleven. In Berg en Bosch kreeg ik geen procent meer. Of ik nu door de kat of de hond wordt gebeten, dood ga ik toch. Ik zal sterven aan kanker, ik heb een tijdbom in mijn lijf. Het gaat er nu alleen nog om die tijdbom op een zo prettig mogelijke manier nog een paar jaar rustig te houden. Al kan ik straks natuurlijk net zo goed van een keukentrapje vallen.”