Sterren zijn de baas in Hollywood

VENETIE, 3 SEPT. Harrison Ford loopt tussen twee sexy bodyguards naar de wc en hij ziet eruit als zijn eigen wassen beeld. Hij loopt en gebaart ook langzamer dan alle anderen, alsof hij permanent in slow motion is gezet. Ford is in close-up al dagen aanwezig in Venetië. Hij speelt de Amerikaanse president in de enige echte blockbuster die dit jaar op het festival te zien is en de affiches van Air Force One hebben de prominentste plaats op de posterparade tegenover het Palazzo del Cinema.

Maandagavond vloog de ster zijn eigen vliegtuig naar Venetië, en gisteren stond hij in kamer 123 van hotel Excelsior de journalisten te woord die na de persconferentie nog niet genoeg hadden gehoord. Iedereen keek het eerste naar zijn linkeroor, want daar zit sinds Fords 55ste verjaardag deze zomer een gaatje en een zilveren ringetje in.

De punchline voor de reclamecampagne van Air Force One, genoemd naar het presidentiële vliegtuig waarin de film zich voor het grootste deel afspeelt, luidt 'Harrison Ford is the American president', maar de eventuele dubbelzinnigheid van deze uitspraak, wenst Ford niet uit te buiten. “Ik heb geen politieke ambities”, zegt hij droog. “Ik ben tevreden met het werk dat ik nu doe.” Volgens de formidabele acteur van The Fugitive, Indiana Jones, Star Wars en Patriot Games is het niet waar dat hij altijd helden speelt. “Ik speel gewone mensen die in uitzonderlijke situaties moedig en onzelfzuchtig zijn. Anderen noemen hen dan helden.”

Wolfgang Petersen, de Duitse regisseur van Air Force One, was enthousiaster over zijn ster, die zichzelf waarschijnlijk ook geen filmster noemt. “Hij is de enige acteur die van de Amerikaanse president een intelligente actieheld kan maken. Hij is iemand van het kaliber van Humphrey Bogart of John Wayne.” Volgens de regisseur, die met Das Boot, een film over de avonturen van een Duitse onderzeeër in de Tweede Wereldoorlog internationaal doorbrak, zijn het in Hollywood alleen nog de sterren en de grote regisseurs, de Fords en de Petersens kortom, die aan de touwtjes trekken. “Ik had met de bazen van de Duitse televisie meer problemen dan met de studio's in Hollywood, zei de regisseur, die met Air Force One voor het eerst het recht op de final cut van zijn eigen film veroverde, ook in kamer 123. In Air Force One wordt het vliegtuig van de president gekaapt door een terrorist (Gary Oldman) die in Kazachstan een communistische dictator terug aan de macht wil hebben. Veiligheidsagenten weten Ford naar zijn ontsnappingscapsule te loodsen, maar de president blijft zonder dat iemand het weet aan boord. Want daar zijn ook zijn vrouw en zijn dochtertje...

De beste teksten in de film zijn voor Oldman en het voortdurend salueren van de president is na twee keer al lachwekkend, maar Air Force One is als achtbaanrit vol special effects avontuurlijk genoeg.

Films over de Amerikaanse president zijn een trend en in Venetië was er nog een te zien, The Second Civil War van Joe Dante, die eerder onder andere Gremlins maakte. De president (Phil Hartman) is een ei dat heen en weer geslingerd wordt door publiciteits- en andere adviseurs. Zijn tegenstander is de gouverneur van Idaho (Beau Bridges), die besloten heeft de grenzen van zijn staat voor alle immigranten, en vluchtelingen dicht te gooien. De president stelt Idaho een ultimatum van 67,5 in plaats van 70 uur opdat zijn vrouwelijke kiezers het slot van hun favoriete soap niet hoeven te missen. Hij wil zelf trouwens ook graag kijken.