Rotterdam zwijgt na vonnis zaak-Brinkman

ROTTERDAM 3 SEPT. In het Rotterdamse stadhuis zweeg men gisteren in alle talen over het vonnis van de president van de Haagse rechtbank. Zij oordeelde dat korpsbeheerder Peper in zijn rapport aan minister Dijkstal over de affaire-Brinkman “uiterst subjectief en suggestief” te werk is gegaan. De Rotterdamse burgemeester wilde niet reageren, omdat zoals een ambtenaar zei, “de bal nu bij Dijkstal ligt”.

Maar de gemeenteraad krijgt morgen de kans nog eens een politieke balans op te maken. Op 3 juli sprak een grote meerderheid van de raad in een motie uit dat de besluitvorming begin juni in het regionaal college van de Rijnmondburgemeesters die tot het opzeggen van het vertrouwen in korpschef Brinkman leidde “niet zorgvuldig” was verlopen.

Manuel Kneepkens (Stadspartij) houdt een interpellatie naar aanleiding van het uitlekken, half augustus, van een memorandum van Brinkmans opvolger als Rotterdamse korpschef, B.A. Lutken, die op 1 oktober aantreedt. Bij de interpellatie kan het oordeel van de Haagse rechtsbankpresident over de behandeling van Brinkman niet buiten beschouwing blijven, zo wordt verwacht.

De president van de Haagse rechtbank stelt in haar overwegingen dat de vergoeding aan Brinkman de gebruikelijke wachtgeldregeling “aanmerkelijk te boven” zal moeten gaan. Omdat Brinkman nog tien jaar diensttijd in rekening kan brengen, wordt gerekend met een 'gouden handdruk' van tegen de twee miljoen gulden. Als het Rotterdamse politiekorps die rekening moet betalen, zal er moeten worden bezuinigd, want de begroting laat geen extra uitgaven toe, voorziet het raadslid Van Middelkoop (PvdA).

De terugkeer van Brinkman als korpschef is voor de raad waarschijnlijk geen onderwerp van debat. De politievakbonden hebben al hun duidelijk 'nee' laten horen. Wat dit betreft wordt burgemeester Peper gered door de bonden, die korpschef Brinkman in opdracht van korpsbeheerder Peper juist een kopje kleiner moest maken.

Minister Dijkstal zei gisteren in de Tweede Kamer dat hij nog niet weet hoe hij met deze situatie moet omgaan. Hij achtte het echter niet waarschijnlijk dat de uitspraak van de rechter gevolgen zal hebben voor de benoeming van de nieuwe korpschef, Lutken. “Er heeft een benoeming plaatsgehad die juridisch honderd procent in orde was”, zei Dijkstal. “De rechter heeft over dat punt verder geen uitspraak gedaan.” Hoe hij eventueel met twee korpschefs in Rotterdam moet omgaan, weet hij nog niet. “Ik zal daar nauwkeurig studie naar verrichten”, aldus de minister.

Tijdens de bezwaarschriftenprocedure naar aanleiding van het ontslag van Brinkman, die op 12 september begint, zal Dijkstal de gehele ontslagprocedure op last van de rechter opnieuw moeten doornemen.