PvdA zet 'de kurk weer op de vernieuwing'

Laat de slotbrug neer en kom uit het stadhuis. Dat was vier jaar geleden het motto van PvdA-vernieuwer F. Rottenberg. De Amsterdamse PvdA maakt zich op voor de verkiezingen voor de gemeenteraad.

AMSTERDAM, 3 SEPT. De Amsterdamse eigenaar van twee boetieken voor kinderkleding was ook door de VVD benaderd. “Door de manier waarop ik praat sta ik nu eenmaal dicht bij de mensen”, zegt Henk Grifhorst, gekleed in een breedgeschouderd pak met daaronder een T-shirt. Of hij de kloof met de kiezer nu bij de VVD of bij de PvdA dicht, dat maakt Grifhorst in principe niet uit. “Ik was al paars bij me geboorte.”

Alleen, bij de PvdA kan hij als kleine zelfstandige misschien meer bereiken. “Johan Cruijff heeft ook bij Feyenoord gevoetbald. Er was een Ajacied voor nodig om hun kampioen te maken.” Om op de kandidatenlijst voor de Amsterdamse PvdA te komen, moest Grifhorst wel eerst nog even lid worden.

Een “oer-Amsterdammer”, zo omschreef de kandidaatsstellingscommissie de boetiekeigenaar. Grifhorst is bestuurslid van het Amsterdamse Midden- en Klein Bedrijf, voorzitter van een winkeliersvereniging, is fondsenwerver voor het Ronald MacDonald-huis en werkte in zijn vakantie aan een opvanghuis voor zwerfkinderen in Brazilië. De ministers Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) bestookt hij met brieven over particuliere werkgelegenheidsplannen. Volgens Grifhorst kun je jongeren die op het slechte pad zijn beland bijvoorbeeld beter laten werken dan ze te straffen. “Bijvoorbeeld twaalf waterpompen maken voor Somalië. Dan moeten ze daarvoor eerst een vak leren. Na afloop van die straf weten ze dan wel hoe ze een nieuwe start kunnen maken.”

Grifhorst denkt “honderden tot duizenden mensen” aan het werk te kunnen helpen. Maar mocht hij in de raad komen, dan zal hij wel moeten leren “dat niet alles wat ik bedenk ook mogelijk is”. “Ze hebben al tegen me gezegd: 'Henk, we worden alleen al moe van de manier waarop jij spreekt'. In een half uur bedenk ik tien ideeën.”

Laat de slotbrug neer en kom uit het stadhuis. Dat was vier jaar geleden de boodschap van de toenmalige PvdA-partijvoorzitter en vernieuwer F. Rottenberg. De PvdA had bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1990 een verpletterende nederlaag geleden. Eind vorig jaar schreef de PvdA'er J. Monasch in opdracht van het Centrum voor Lokaal Bestuur van de Wiardi Beckman Stichting het boekje Nieuwe Rozen. Daarin waarschuwde Monasch voor “een sluipende restauratie van oude gedachten en gewoonten”.

PvdA-bestuurders kunnen volgens Monasch over het algemeen “de bestuurderszetel maar moeilijk loslaten”.

Vier jaar geleden verving de Amsterdamse PvdA, de grootste afdeling van het land, voor de gemeenteraadsverkiezingen de helft van haar raadsleden. Vorige week presenteerde de partij de nieuwe kandidatenlijst. De drie zittende wethouders (J. van der Aa, G. ter Horst en D. Stadig) voeren de lijst aan. Alle huidige fractieleden staan hoog op de lijst. De lijsttrekker wordt omschreven als een betrouwbaar man, maar “geen meeslepende persoonlijkheid”.

“Vernieuwing is niet het hoofdkenmerk van deze lijst”, zegt de scheidend lijsttrekker/fractievoorzitter E. van der Laan die optrad als adviseur van de kandidaatsstellingscommissie. In tegenstelling tot vroeger gaat het volgens hem nu namelijk “uiterst relaxed in de fractie”. Dat de allochtone en jonge PvdA'ers - op wie de kandidaatsstellingscommissie juist zo trots is - vooral onder op de lijst zijn beland, is volgens Van der Laan vooral “een luxeprobleem”. De commissie moest ook zorgen voor continuïteit en de kwaliteit van de huidige raadsleden liet volgens Van der Laan nu eenmaal weinig te wensen over. “Moeten we een uitstekend raadslid als Annemarie Hoogland er dan maar uithalen?”

“Een klassieke misser”, zegt Hoogland (plaats dertien) zelf over de lijst. “De lijst is bedroevend behoudend.” De Amsterdamse PvdA bezet nu veertien zetels. Bij de bovenste veertien kandidaten op de nieuwe lijst staan vier nieuwkomers. “Onder wie drie witte mannen”, zegt Hoogland. “In deze fractie zitten nog meer Friezen dan Marokkanen.”

Ook jonge partijleden ontbreken volgens Hoogland boven aan de lijst. “Er zit geen enkele twintiger bij. Ikzelf ben inmiddels ook al weer dertig.” Gezien het “talent dat was gescout” had er volgens Hoogland “een grotere uitdaging kunnen liggen”. Ze vindt het jammer dat “stevige vrouwen” als de Surinaamse Harriët Duurvoort (nummer 15) en de Marokkaanse Fatima Elatik (nummer 16) niet hoger op de lijst staan. “De kurk zit weer op de vernieuwing.”

De voorzichtige plaatsing van nieuwkomers op de lijst getuigt ook volgens Lennard Booij van “weinig lef”. Booij is initiatiefnemer van Niet Nix, een organisatie van PvdA-jongeren die net als Rottenberg de vernieuwing hoog heeft staan. “Juist omdat je een progressieve partij bent met een emancipatoir gedachtengoed, moet je ook laten zien dat je in de praktijk zo werkt.” Bovendien is volgens hem “niet kritisch geëvalueerd of de wethouders wel goed werk hebben verzet”. Zo heeft wethouder Ter Horst tijdens het GVB-debacle flink onder vuur gelegen.

Boetiekeigenaar Henk Grifhorst vindt het wel “een beetje naïef”, de keuze om hem op de zeventiende plaats te zetten. Hij die zoveel praktijkkennis heeft over de Amsterdamse werkgelegenheid. “Ik bedoel: als je in de poep staat, weet je hoe dat ruikt.” Grifhorst is niet het type om aan de zijkant te blijven staan. “Als ik niet in de raad kom, niet getreurd, dan zeg ik mijn lidmaatschap zo weer op.”