Politiechefs

DE POLITIECARROUSEL wordt het genoemd: het rouleren van topmensen binnen de politie. De doelstelling is hooggestemd: management development. De directe aanleiding ligt dichter bij de grond. De IRT-enquête heeft het nodige bestuurlijke onvermogen achter het goudgalon blootgelegd.

Het heeft even geduurd voordat de carrousel op gang kwam - de ambtelijke rechtspositie heeft een reputatie te verliezen - maar nu begint hij toch echt vaart te maken. Zwaargewichten als Brand (Den Haag) en Nordholt (Amsterdam) zijn opgestapt. Een opkomend talent als Van de Hulst gaat over naar de BVD. En de rustige Lutken (Tilburg) neemt het ontredderde Rotterdamse korps over van de vastgelopen oud-generaal Brinkman.

Met name het afscheid van Nordholt markeert het einde van een tijdperk waarin een aantal markante politiechefs zich hebben ingezet voor de emancipatie van de politie als een professionele organisatie. Het gevaar van een zekere overdrijving lag om de hoek. Een open calèche was niet voldoende om de scheidende korpschef naar zijn afscheidsfeestje in het Concertgebouw (waar hij destijds ook aantrad) te voeren. Ook rondvaartboot en politiemotor met zijspan moesten er aan te pas komen. Bij al zijn verdiensten personifieerde Nordholt als weinig anderen het gevaar van “verzelfstandiging” van de politie, waarbij deze haar eigen agenda opstelt.

DAT GELDT overigens niet exclusief voor de uitgesproken hoofdcommissarissen van de grote korpsen, die ooit werden beloond met de Machiavelli-prijs voor overheidsvoorlichting. Van de Hulst oordeelde het dienstig de machtige politiebonden ten afscheid de welgemeende waarschuwing mee te geven zich te beperken tot rechtspositionele kwesties en niet te veel te roeren in algemene beleidsvragen onder het motto dat het altijd om politiewerk gaat.

Lutken heeft op zijn beurt ook niet stilgezeten. Hij bedong dat hij in zijn nieuwe baan het secretariaat gaat vervullen van het college van burgemeesters, hetzelfde gremium dat Brinkman ten slotte liet struikelen, inclusief dat van het presidium. Als secretaris beheert Lutken onder meer de agenda. Als korpschef heeft hij al het recht vergaderingen bij te wonen. Het is dan ook de vraag of ook nog het secretariaat erbij de zuiverheid van de verhoudingen ten goede komt.

Er doet zich voor Lutken echter opeens een veel grotere valkuil voor. Zijn voorganger Brinkman heeft de bestuursrechter in Den Haag weten te overtuigen dat zijn ontslag dient te worden opgeschort wegens onzorgvuldigheden in de procedure - ook al heeft opvolger Lutken zijn benoeming al op zak. Daarmee dreigt de onmogelijke situatie te ontstaan dat Rotterdam per 1 oktober twee korpschefs heeft, een benoemde en een niet-ontslagene.

ZORGVULDIGHEID was nu juist de reden die minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) in juni telkenmale aanvoerde als verklaring voor zijn getreuzel in de affaire-Brinkman. Dat argument heeft de rechter nu genadeloos doorgeprikt. De verwijten slaan niet in de laatste plaats terug op burgemeester Peper en 'zijn' college van burgemeesters: zíj hebben de tegenstellingen met Brinkman opgeblazen. En passant krijgt de ondernemingsraad van het korps, de bron van het hele conflict, een veeg uit de pan.

Bij deze uitspraak past de kanttekening dat er een verschil bestaat in de benadering van arbeidsconflicten door de gewone rechter en de ambtenarenrechter. De kantonrechter zoekt in de regel naar een financiële uitkomst waarbij de verbreking van de arbeidsrelatie voorop staat. In ambtenarenzaken wordt de rechter van oudsher geacht een ontslagbesluit als zodanig te toetsen en stelt de jurisprudentie strikte eisen aan een eventuele schadevergoeding.

De trend in het moderne ambtenarenrecht is onmiskenbaar om wat meer ruimte te geven aan de financiële afdoening van arbeidsconflicten in ruil voor wat meer flexibiliteit. Maar juist met deze consequentie blijft de Tweede Kamer het, na de omstreden gouden handdruk voor procureur-generaal Van Randwijck, moeilijk hebben. Ook nu weer in de affaire-Brinkman. Maar de omstandigheid dat een afkoopsom in dit geval vooral ten laste zal komen van het Rotterdamse regiokorps, dat de puinhoop heeft laten ontstaan, zal de Kamerleden wel wat meer ontvankelijk maken. Men zal wel moeten, want het is ook na de uitspraak van de Haagse rechter onwaarschijnlijk dat Brinkman werkelijk terugkeert als korpschef.

GELD IS trouwens het laatste van de problemen van Dijkstal en Peper. Ieder op eigen wijze zullen zij verantwoording moeten afleggen voor de gebleken slordigheden. Voor de minister is al een overleg met de Tweede Kamer vastgesteld. Maar Peper moet formeel terug naar het regionale college van zijn collega-burgemeesters. Dat is pas goed een onmogelijke situatie.