'Ostwaren' zoeken westers winkelschap

Fabrikanten in de voormalige DDR kunnen hun goederen nauwelijks kwijt in het westen van Duitsland. In Düsseldorf pogen ze nu, ondersteund door bondskanselier Kohl, meer 'Ostwaren' in het westen te verkopen.

WALDHEIM, 3 SEPT. Kapitalisme leren blijkt voor Oostduitse managers lastiger dan ze voor de val van de Muur ooit hadden gedroomd. “We dachten: nu zijn we ondernemers en gaan we de vrije markt op. Al snel ontdekten we dat de markt niet vrij is en dat je ondernemers niet op hun woord kunt geloven.”

De jonge ondernemer Heiner Hellfritzsch nam na de Wende in 1990 met enkele collega's het bedrijf in Saksen over waar hij werkte: Florena. In de DDR was de fabrikant van scheer- en huidcrèmes het grootste cosmeticaconcern. Na de privatisering bleek Florena niet uitgerust voor de vrije markt. Sterk afgeslankt moest directeur Hellfritzsch met zijn ploeg vrijwel opnieuw beginnen. Hij ondervond de harde lessen van het kapitalisme. Hellfritzsch: “Ondernemers hielden zich niet aan hun woord en betaalden de afgesproken leveranties niet. En op de Westduitse markt was Florena een ongewenste nieuwkomer.”

Zeven jaar later heeft het bedrijf uit Waldheim, vlakbij Dresden, “een grote sprong naar voren gemaakt”, zegt Hellfritzsch in zijn werkkamer. De 45-jarige ingenieur uit Halle heeft een neus voor trends en luchtjes. Jarenlang golden de crèmes van Florena als de 'Nivea' van het Oosten. Inmiddels is het Hellfritzsch en zijn ploeg gelukt de wit-blauwe tubes, potjes en flesjes een eigen imago te geven.

De tweehonderd werknemers slaagden er in de omzet te verveelvoudigen tot 70 miljoen mark. Ook lukte het door te dringen op de Westduitse markt, bezaaid met gevestigde producten. Overleven in de gure wind van de hevige concurrentie is niet eenvoudig. “Elke dag weer moeten we een nieuwe strijd leveren”, zegt Hellfritzsch.

Florena is een van de honderden merken die deze week in Düsseldorf te vinden zijn op een beurs voor Oostduitse consumentenproducten. Het bedrijf is gelukt wat talrijke andere producenten uit de voormalige DDR maar niet voor elkaar krijgen: een plek veroveren in de Westduitse supermarkt.

Niet bekend

Oostduitse producten hebben in het westen van het land slechts drie procent marktaandeel. Onderzoek wijst nochtans uit dat elke tweede Wessie bewust producten uit het Oosten zou willen kopen, als ze maar worden aangeboden.

Pagina 17: Oostduitse economie wil maar niet opleven

Onder het motto 'meer Ostwaren in de winkel' nam bondskanselier Helmut Kohl het initiatief de driedaagse beurs te organiseren, zodat vertegenwoordigers van de Westduitse Aldi, Rewe, Spar, Metro en Allkauf in contact kunnen komen met Oostduitse producenten. Het moet lukken, meent de kanselier, om het marktaandeel te verdubbelen. Thüringer worstjes etend en handenschuddend wierf hij - omringd door cameraploegen - voor zijn Oostduitse landgenoten.

Toen een televisiejournaliste hem vroeg of de beurs in Düsseldorf “de doorbraak” moet opleveren voor de nieuwe deelstaten in het oosten, keek de kanselier verstoord. “De doorbraak is toch allang bereikt, alleen heeft uw zender dat nog niet gemerkt.”

Precies hier wrikt de schoen. Hoewel sinds de hereniging bijna duizend miljard mark naar het oosten is gestroomd voor de wederopbouw trekt de economie - na een aanvankelijke korte opleving - maar niet aan. Ontegenzeglijk is er veel gebeurd.

De levensstandaard in de nieuwe deelstaten is duidelijk gestegen. Een kleurentv, een auto en wasmachine behoren nu tot de standaarduitrusting van een modaal gezin. Het bezit van telefoon, video en computer neemt snel toe.

Ook zijn er nieuwe wegen, spoorlijnen, metro's aangelegd. De dienstensector bloeit. De industrie kent enkele paradepaardjes, zoals Opel in Eisenach, Jenoptik bij Dresden en Dow Chemical.

Toch laat de modernisering van het oosten onverlet dat de industrie ingrijpend is afgeslankt, er te weinig nieuwe producten op de markt komen, bedrijven kampen met een gebrek aan eigen kapitaal, er onvoldoende buitenlandse investeerders zijn en niet genoeg capabele managers om leiding te geven aan de omschakeling van plan- naar markteconomie. Zelfs de Spanjaard José Ignacio López, de omstreden manager die er bij Volkswagen werd uitgezet wegens beschuldigingen over bedrijfsspionage, wordt nu door een noodlijdende spinnerij in Chemnitz aangetrokken als 'redder in nood'.

Het moeizame inhaalproces is vorig jaar volledig tot stilstand gekomen, constateerde het Duitse economische onderzoeksinstituut DIW. “De investeringen zijn onvoldoende om in het oosten een stabiele, zelfdragende groei te creëren”, moet dr. Eike Röhling toegeven, bij het ministerie van Economische Zaken in Bonn verantwoordelijk voor de zogenoemde Aufbau Ost. “De hoge werkloosheid overschaduwt alle verworvenheden”, meent Röhling.

De kloof tussen de arbeidsmarkten in het westen en oosten van Duitsland wordt steeds groter, stelde de Bundesanstalt für Arbeit, de overkoepelende organisatie van arbeidsbureaus, in haar jongste maandrapport vast. Zo steeg de werkloosheid in het oosten tot 1,4 miljoen, terwijl in heel Duitsland ruim 4 miljoen mensen geen baan meer hebben. Officieel heeft 18,1 procent van de beroepsbevolking in de voormalige DDR geen werk. Worden hierbij de verborgen werkloosheid meegerekend en de mensen die in werkgelegenheidsprojecten zijn ondergebracht, dan blijkt een kwart tot een derde van de beroepsbevolking in het oosten geen baan te hebben. Bonn betaalt er ruim dertig miljard aan werkloosheidsuitkeringen.

“Van de zestien gezinnen in ons woonblok hebben er nog maar twee werk”, zegt Gabriele Schröder van de ondernemingsraad bij Florena. Ze is vijftig jaar, loopt moeilijk en is blij dat zij bij Florena niet is weggesaneerd. Maar twaalf uur werken per dag is niet ongewoon en over salarisstijgingen heeft niemand het meer.

Deze week werd ook bekend dat het oosten van Duitsland op 200 miljoen mark minder aan steun kan rekenen, omdat Bonn moet bezuinigen. Het gaat hierbij vooral om voordelige maatregelen voor het bedrijfsleven. Zo kunnen ondernemingen aanspraak maken op investeringssubsidies, afschrijvingen van de belastingen en jonge ondernemers krijgen rentevrije leningen. Het economisch onderzoeksinstituut RWI uit Düsseldorf stelt in een recent rapport vast dat de massale subsidies aan het oosten in het verleden billijk waren. Inmiddels is het volgens het instituut wenselijk dat bedrijven minder afhankelijk worden van steun. Subsidies dienen gericht per project te worden verstrekt en enkel nog aan bepaalde achtergebleven regio.

Directeur Hellfritzsch had Florena niet kunnen opbouwen zonder steun van de staat, zegt hij. “Als startend ondernemer moet je mensen hebben die in je geloven. Die zijn er in het begin niet. Vertrouwen moet je winnen. Zonder goedkope kredieten van de staat was het ons niet gelukt te komen waar we nu zijn.” Een plek op de schappen van de Westduitse supermarkt is voor Oostduitse producenten echter zeker zo belangrijk, meent hij. Florena hoeft geen “bonus” te krijgen uit medelijden. “We willen in de concurrentie alleen ons hoofd boven water kunnen houden.”