Latijns Amerika hoorde de mooiste Europese muziek

Festival Oude Muziek. San Ignacio, van Zipoli door Elyma o.l.v. Gabriel Garrido en La púrpura de la rosa van Tomás de Torrejón y Velasco door The Harp Consort o.l.v. Andrew Lawrence-King. Gehoord: 31/8; 2/9 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Wat de Spaanse conquistadores, goudzoekers en andere avonturiers volgens het Festival Oude Muziek in Latijns-Amerika aan authentieke muziek hebben kunnen horen, daar zullen we maar niet te diep op in gaan. Het thema 'Latijns-Amerika' leidde het ensemble Sirinu tot het uitvoeren van een regendans. Als ik een regengod was geweest, had ik ogenblikkelijk de bliksem doen inslaan. Want de uitvoeringen waren wel aardig om te zien - de musici getooid met helmen van ossenhuid in een imitatie van die van de Spaanse veroveraar - maar om te horen? Spontaan besloot ik bij de eerstvolgende gelegenheid de indianen op Hoog Catharijne iets extra's in de pet toe te werpen, want de muziek van de Andes klinkt dáár onvergelijkelijk veel verfijnder en virtuozer.

Een heel ander verhaal is wat de indianen in de zeventiende en achttiende eeuw door de Europeanen kregen voorgezet. Zo trachtten de jezuïeten in twee missiegebieden in het huidige Bolivia (Chiquitos en Moxos) de inheemse bevolking godvruchtigheid bij te brengen door middel van de geestelijke opera San Ignacio de Loyola. Dit nu was niet alleen bijzonder onderhoudend om te zien - de musici gestoken in stemmige kloosterpijen, engelen die hoog vanuit de nok in Vredenburg afdaalden in het gouddoorstikte kostuum van de Spaanse machthebber - maar ook bracht het gehoorde extase teweeg.

Prachtige muziek van Domenico Zipoli (1688-1726), Martin Schmid (1694-1772) e.a. in een sluitend samenwerkingsverband uit het begin van de achttiende eeuw, waar Pergolesi zich niet voor zou hoeven te schamen. Dat alles werd enerverend uitgevoerd, soms wat rommelig, zowel blij- als vrijmoedig. Het heterogene, zo men wil koloniale, klankkarakter werd daarbij in de hand gewerkt door de vele inheemse tokkelinstrumenten en doffe trom.

Rosa Dominguez was de sopraan met in religieuze zin de belangrijkste boodschap, die oorspronkelijk simultaan werd gesproken in de taal van de indianen; gezongen en gesproken tegelijk, hoe verzin je het. Dominguez was uitgedost met een forse, zwarte baard, maar klonk uitzonderlijk vrouwelijk verleidelijk, volumineus en genuanceerd, vol en rank, raak en gedurfd in de vele versieringen.

Nog nieuwsgieriger stemde een uitvoering van La púrpura de la rosa (Het bloed van de roos) van Tomás de Torrejón y Velasqo, in 1701 in Lima opgevoerd ter gelegenheid van de achttiende verjaardag van Philips V, koning van zowel Spanje als de overzeese gebiedsdelen. Het is de oudst bewaard gebleven opera in de Nieuwe Wereld, maar er moeten in Lima al in 1613 muziektheateropvoeringen hebben plaatsgevonden, waaronder vanaf 1670 de 'autos sacramentales' in de stijl van Calderón de la Barca, tevens librettist van La púrpura. Ook in Lima verscheen de eerstgedrukte polyfonie, in 1631. Op deze en dergelijke feiten bestaat pas sinds de laatste decennia zicht. Zo hebben we tot 1976 moeten wachten voordat een uitgave van de opera verscheen. Ook een nieuwere editie laat over veel noten nog vragen over.

De opera biedt een lange acte gewijd aan de mythe van Venus en Adonis, door Calderón met levendige zelfbedachte figuren verrijkt. Scènes speelden zich af in een woud, tuin en grot of hoog op een berg en in de hemel. Voor Mars (jaloers op Adonis die door Venus wordt bemind) en Bellona, die gezeten op een regenboog Mars tevergeefs tot bezinning tracht te brengen, zijn off-stage trompetten en cajas-trommels voorgeschreven.

Het afwijkendst is het ontbreken van recitatieven, vervangen door wiegende melodieën die de lyrische kwaliteit van de opera onderstrepen: elke figuur krijgt aan het begin een refreinthema mee dat de scène blijft overheersen. Voorts vallen woordschilderingen op, zoals je die eerder verwacht in een madrigaal dan in een opera, bijvoorbeeld een bizarre alteratie op het woord bastardo. Veruit de interessantste partij is die van Adonis, vol grote sprongen en gewaagde chromatiek. Ellen Hargis zong steeds beter, al was de Venus van Judith Malafronte trefzekerder.

Overigens had ik er moeite mee dat hier slechts een enkele mannenstem viel te horen. Adonis als vrouw kun je je nog wel voorstellen, maar Mars! Viel er individueel op een enkele stem wel iets af te dingen, niet op de vaak bijzonder fraaie koren. The Harp Consort vol tokkelaars met slechts een enkele strijker klonk kruidig en alert, nauwelijks minder authentiek dan Elyma in San Ignacio. Het succes was groot, aan het slot klapte het publiek het laatste refrein met de muziek mee.

Samengevat: de Zuid-Amerikaanse indiaan moet in belerend-artistieke zin niets tekort zijn gekomen, maar de machthebbers in Lima werd nog het allermooiste voorgezet, de zoetste klanken, één welluidende verrukking.