Kamer: Borst moet orde op zaken stellen

DEN HAAG, 3 SEPT. De Tweede Kamer vindt dat minister Borst (Volksgezondheid) zich te weinig heeft bemoeid met de gang van zaken binnen haar departement. Maar de Kamer is tevreden over de wijze waarop de minister nu de reorganisatie, waarmee in 1995 werd begonnen, voortzet.

Wel eist de Kamer dat de minister half oktober een plan van aanpak voorlegt. Daarin moet Borst aangeven hoe zij verder orde op zaken wil stellen. Het oordeel van de Kamer zal dan mede afhangen van de manier waarop zij de belangrijke onderwerpen 'uit het veld' afhandelt. Volgens Borst is het management van deze dossiers, zoals thuiszorg, medisch specialisten of ouderenzorg al op orde.

Dit bleek gisteren bij de bespreking van een evaluatierapport dat het Adviesbureau Twijnstra Gudde schreef over de reorganisatie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In dat rapport wordt, zo oordeelden alle fracties, “zeer zware kritiek” geleverd op het functioneren van het departement.

Volgens Twijnstra Gudde vormt de organisatie en bemanning van de ambtelijke top de belangrijkste oorzaak van het niet goed functioneren van het departement. Ook moet onder meer de financieel-economische deskundigheid binnen de beleidsdirecties worden versterkt. Daarnaast constateert het adviesbureau dat de bedrijfscultuur te sterk intern gericht is.

Borst zei al bezig te zijn met veranderingen in de ambtelijke top. Naar aanleiding van de bevindingen van Twijnstra Gudde stapte secretaris-generaal H.J.T.M. de Maat-Koolen in juli op. Vanaf 1 september neemt de eerder vervroegd uitgetreden plaatsvervangend secretaris-generaal J. Jesserun tijdelijk haar functie over. Hij is onder meer belast met het opstellen van het plan van aanpak. Borst hoopt snel een nieuwe secretaris-generaal te vinden die de plannen kan uitvoeren.

Alle fracties hekelden de minister voor haar toezegging, eind maart in een debat over de thuiszorg, dat binnen vier maanden haar departement weer 'op rolletjes zou lopen'. Die is zij niet nagekomen, meende de Kamer. Borst nuanceerde gisteren die toezegging: zij zou vooral het oog hebben gehad op de aanpak van de belangrijke 'dossiers'. Het management daarvan zou nu op orde zijn. Zij erkende echter dat dit voor de andere feiten van het departement nog niet gold en dat zij te optimistisch was geweest. “Toen ik dat deed wist ik dat de kans erin zat dat het niet haalbaar was”, aldus Borst. De boodschap was volgens haar echter mede bedoeld om haar ambtenaren te prikkelen snel aan verbetering te werken.