'Het liefst zou ik handgranaten gooien'

Keepersgeluk voor programmamakers, zou je het kunnen noemen. Het eerste onderwerp ('De wijk is het zat') van een nieuwe reeks van NCRV's Rondom tien viel prachtig samen met de commotie in een wijk in Den Bosch rond de huisvesting van een Somalisch gezin. Slechte programmamakers hebben overigens nóóit keepersgeluk.

De opname van het programma van Violet Falkenburg was kennelijk te vroeg geweest om nog naar Den Bosch te kunnen verwijzen, maar het was ook zonder dat een belangrijke uitzending. Op haar beste momenten maakt televisie zichtbaar wat er in een samenleving gist en broeit - en dat lukte met deze uitzending volledig.

In de studio zat een aantal bewoners van achterstandswijken in Rotterdam (Spangen), Utrecht (Abstede) en Groningen (Indische buurt). Hun problemen kennen we - junks, allochtone jeugd, onveiligheid - maar met de oplopende graad van hun woede zijn we minder vertrouwd.

Het loog er niet om. Annie Verdoold, de bekende actievoerster uit Spangen, zat er een beetje machteloos en ontdaan bij. Ze had, als de Maartje Luther King van Rotterdam, altijd voor de rustige variant van het protest gekozen, maar tegen het groeiende radicalisme van sommige buurtbewoners was ze niet langer bestand.

“Het liefst zou ik handgranaten gooien”, zei een man, en hij keek erbij alsof hij zich alvast verheugde op het vooruitzicht. Een andere man wist te melden dat er al handgranaten verzameld werden: “Het moet een keertje afgelopen zijn.” “Het wordt steeds moeilijker om acties met zestig, zeventig mensen in bedwang te houden”, zei Annie Verdoold. “Ik wil ze daarom alleen nog samen met de politie leiden.”

Zijn er nog oplossingen te prefereren boven de pin uit de handgranaat? In Utrecht werken ze met wijkpreventieteams: burgers die in teams door de wijk patrouilleren en bij onraad de politie alarmeren. Ze waren redelijk tevreden over het experiment, al had het één keer tot nodeloos geweld door de burgers geleid.

Een Groningse vrouw voelde niets voor zo'n burgerwachtvariant. “Als gewoon burger moet je je niet in zulke situaties begeven. Stel je voor dat ze je uitdagen.” Daar in Groningen hadden ze er iets anders op gevonden, maar het klonk minstens zo dubieus: beïnvloeding van het beleid van de woningbouwvereniging. (In Den Bosch klonk enig gejuich.) “Wij maken kennis met de mensen die hier willen wonen en we zeggen tegen de woningbouwvereniging: die wel en die niet.” “Dát is nog eens het recht in eigen hand nemen”, zei Annie Verdoold gevat.

“Het is discriminatie als je mensen gaat weren”, vond D66-Kamerlid Giskes. “Wij hebben overlast gehad door het toewijzingsbeleid”, zei de Groningse, “nu is het beter verspreid.”

De vraag die hier vooral bleef hangen: zijn er meer steden waar het zó toegaat als in Groningen?

De amusante noot wordt in dergelijke programma's meestal ongewild door de politie verzorgd. Ook nu kwamen weer enkele kloeke dienders ons vertellen dat er 'een capaciteitsprobleem' is. Eén van hen kwam uit Rotterdam, dus zijn mededeling baarde geen opzien - een corps met twee hoofdcommissarissen heeft zelfs een heel bijzonder capaciteitsprobleem.

Schitterend was het verhaal over de politiewijkpost in Spangen. Daar zat drie jaar lang in een woonhuis een groepje politiemensen dat Spangen in de gaten hield. Het functioneerde goed. Toen ging de toenmalige hoofdcommissaris Hessing naar Japan, waar hij tot de ontdekking kwam dat politiewijkposten in woonhuizen aldaar zo effectief zijn.

Verheugd keerde hij terug: het leek hem ook wel iets voor Rotterdam. Hij richtte zes surveillanceposten op en hief de wijkpost in Spangen op. Nu klagen de bewoners van Spangen weer over 'te weinig blauw op straat'. “Er zijn twee agenten te paard”, zei Annie Verdoold, “maar die komen elke middag precies om kwart over vijf.”

Kafka in Rotterdam - nee, dit was niet de leukste uitzending voor een burgemeester die toch al zo'n lange, vermoeiende dag achter de rug had.