Folkloristische verfilming Levi

The Truce (La Tregua). Regie: Francesco Rosi. Met: John Turturro, Rade Serbedzija, In: The Movies, Amsterdam en Plaza Futura, Eindhoven.

Als de vier ruiters van de Apocalyps komen ze aanrijden, de vier Russische soldaten die Auschwitz zullen bevrijden. De Italiaanse schrijver Primo Levi (1919-1987) roept ze op in het eerste hoofdstuk van zijn autobiografische roman Het respijt (La tregua, 1967) en regisseur Francesco Rosi (1922) brengt ze tot leven in de film die hij op Levi's boek baseerde. Het is een mooi, kaal beeld dat herinnert aan de onopgesmukte stijl waarin Levi de zwerftocht en mentale odyssee beschrijft die hem in 1945 door de uithoeken van het oude Habsburgse rijk terug naar Italië brengt. Dat niemandsland tussen overleven-tegen-elke-prijs en de terugkeer naar een totaal onttoverd alledaags bestaan is zelden zo extensief en aangrijpend beschreven als door Levi. Des te treuriger is het daarom dat Rosi van The Truce een folkloristisch aandoende post-Holocaust geschiedenis heeft gemaakt. John Turturro, die in Barton Fink (1991) bewees een mooie kop te hebben om de introspectieve natuur van een schrijver op af te lezen, weet met de gruwelen die Levi heeft gezien duidelijk geen raad. De volle twee uur dat de film duurt, heeft hij dezelfde neutrale en een beetje dommige uitdrukking op zijn gezicht. De weinige teksten die hij on screen heeft, worden uitgesproken met zo'n zwaar Italiaans accent dat het gênant is (een euvel waar meer personages aan lijden). Bovendien doet Rosi's aan het neorealisme verwante manier om markttaferelen of stationsscènes te filmen (hij is een van de nazaten van deze stroming in de Italiaanse cinema) soms kitscherig aan.

Rosi besteedde naar verluidt bijna tien jaar aan de voorbereidingen van The Truce. Kort nadat hij contact had gezocht met Levi, maakte deze een einde aan zijn leven. Wellicht uit eerbied voor de schrijver bleef Rosi, die voor de filmadaptatie de hulp aanzocht van Michelangelo Antonioni's huisscenarist Tonino Guerra, dicht bij de tekst. Het lijkt wel alsof elke beschrijving in beelden vertaald moest worden en alles wat zich niet in plaatjes liet vangen verklaard moest worden door een voice-over. Aangezien het natuurlijk onmogelijk was om élke anekdote uit de ruim 200 pagina's tellende roman te verfilmen, zijn er soms vier of vijf gebeurtenissen in elkaar geschoven. Dat levert een film op die enerzijds dichtgeplamuurd en hermetisch is en anderzijds zo fragmentarisch dat je als toeschouwer wordt buitengesloten.