Fiscale problemen met verrekenprijzen

DEN HAAG, 3 SEPT. De manier waarop multinationals de zogenoemde interne verrekenprijzen van hun vestigingen berekenen keurt de belastingdienst in bijna de helft van de gevallen niet goed. De fiscus verhoogt vervolgens het bedrag aan winstbelasting.

Dit blijkt uit onderzoek van het adviesbureau Moret, Ernst & Young dat gisteren is gepresenteerd.

Als gevolg van de groei van de wereldhandel zijn de interne verrekenprijzen (transfer pricing) een steeds belangrijker onderwerp geworden. De belangstelling van de belastingdienst ervoor neemt toe, omdat ruim de helft van de handel tussen ontwikkelde landen bestaat uit transacties tussen vestigingen van multinationale ondernemingen. Ruim de helft van de ondervraagde ondernemers ziet de fiscale behandeling van interne verrekenprijzen als het belangrijkste fiscale probleem voor de komende twee jaar.

Moret heeft onderzocht hoe de belastingdiensten de interne verrekenprijzen beoordelen. Vertegenwoordigers van ruim 390 hoofdkantoren en 75 dochtervennootschappen hebben meegewerkt aan het onderzoek.

Behalve in de Verenigde Staten en Nederland lopen de multinationals de meeste kans om in het thuisland door de fiscus aan de tand worden gevoeld over hun methode van berekenen. Nederlandse ondernemingen worden het meest getoetst door de Duitse belastingdienst. Bij bijna 70 procent van de ondervraagde Nederlandse bedrijven was dit het geval.

De Nederlandse fiscus controleert 44 procent van de Duitse ondernemingen in Nederland. Slechts 16 procent van de Nederlandse multinationale ondernemingen ziet het systeem van transfer pricing als een instrument om het bedrijfsresultaat te maximaliseren tegen dertig procent in het buitenland.