D66 ruikt 'affaire-Dijkstal'

De rechtbank in Den Haag bepaalde gisteren dat het ontslag van de Rotterdamse korpschef Brinkman moet worden opgeschort omdat er fouten zouden zijn gemaakt bij de ontslagprocedure. Er dreigen nu problemen voor de minister van Binnenlandse Zaken.

DEN HAAG, 3 SEPT. Hoeveel hoofdcommissarissen kan een politieregio aan? Eén? Twee? Of drie? Het kan druk worden op de belangrijkste werkkamer van het hoofdbureau van politie in Rotterdam. De regio Rotterdam-Rijnmond heeft op 1 oktober een nieuwe korpchef, Lutken, maar de vorige, Brinkman, is nog niet weg nu de rechtbank zijn ontslag voor zes weken heeft opgeschort. Officieel is de voorganger van Brinkman, Hessing, ook nog in dienst van het korps, al woont hij inmiddels - gedetacheerd als adviseur - in Parijs en wordt hij betaald door de departementen van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken.

Het wordt een weekje van puzzelen voor de overheidsjuristen in Den Haag. Uiteraard voorziet de Politiewet niet in een casus waarin op één moment twee korpschefs actief zijn. Een ontslag van de pas benoemde Lutken lijkt niet voor de hand te liggen, een terugkeer van Brinkman evenmin gezien de onwerkbare situatie die zich vanaf het begin van dit jaar aftekende. Volgens de rechter moet Dijkstal onderzoeken of Brinkman kan terugkeren in het korps, maar meer voor de hand ligt dat een afkoopsom, een gouden handdruk en eerherstel de beschadigde Brinkman tot een definitieve aftocht zullen kunnen verleiden.

De affaire lijkt intussen uit te draaien op een regelrechte nederlaag voor minister Dijkstal. Enkele maanden geleden, nog voor het ontslag van korpschef Brinkman, was alom in de Tweede Kamer ergernis te horen over het gebrek aan voortvarendheid waarmee Dijkstal de problemen rond het politiekorps aanpakte. De minister zou een einde maken aan de impasse, maar hij wilde niet zo hard van stapel lopen als de Tweede Kamer. Het lijkt erop dat Kamerleden sinds affaires als die rond de personen van procureur-generaal Van Randwijck en de Haarlemse korpschef Straver steeds gemakkelijker zijn te verleiden tot harde uitspraken over individuele personeelszaken. Maar bij personele kwesties, zo zei de vice-premier bij herhaling, moet een werkgever “de grootst mogelijke zorgvuldigheid” betrachten.

Het komt de VVD-minister in het laatste jaar van deze kabinetsperiode bijzonder slecht uit dat de rechtbank in Den Haag gisteren de zaak heeft teruggedraaid en het ontslag van Brinkman heeft opgeschort. De rechterlijke conclusie dat Dijkstal “onzorgvuldig” te werk is gegaan, moet voor de minister keihard zijn aangekomen.

In de Tweede Kamer werd gisteren met verontwaardiging gereageerd. Niet alleen voor de oppositie gloort een kans om Dijkstal in de hoek te duwen. Ook D66 opende gistermiddag tijdens het wekelijkse vragenuur de aanval. De fractie ruikt mogelijkheden om de affaire-Brinkman tot een 'affaire-Dijkstal' op te waarderen. Niet voor niets gebeurt dat een week nadat de VVD openlijk speelde met de politieke levens van de D66-ministers Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) over de Braziliaanse arrestatie van de Surinaamse oud-legerleider Desi Bouterse, hier verdacht van drugshandel. Een probleem voor D66 is echter dat Sorgdrager in alle gevallen wordt betrokken bij de politiezaken van Dijkstal. Zij moet op grond van de Politiewet akkoord gaan met besluiten van de minister van Binnenlandse Zaken.

Ondanks die politieke ketenen bevindt Dijkstal zich in een lastig parket. Hij had grote aarzelingen over de wijze waarop de burgemeesters in de regio Rijnmond, onder leiding van korpsbeheerder Peper, Brinkman probeerden weg te werken. Procureur-generaal Docters van Leeuwen en commissaris van de koningin Leemhuis hadden in een onderzoek in opdracht van Dijkstal ook al geconcludeerd dat de burgemeesters wat kort door de bocht waren gegaan. Docters van Leeuwen en Leemhuis zouden wat dat betreft rechter in Den Haag kunnen worden.

Dijkstal bleef zich formeel opstellen. Volgens de Politiewet zijn de burgemeesters in het regionale college de werkgever van de korpschef. Ondanks de bevindingen van Leemhuis en Docters van Leeuwen had hij niet veel keus. Handhaven van Brinkman op zijn post schuin achter het Rotterdamse stadhuis was ondenkbaar, gegeven de verhoudingen tussen de burgemeesters en de korpschef. De vraag wie het veld moest ruimen was voor Dijkstal simpel: korpschef Brinkman of tweeëntwintig burgemeesters. De roep van de Kamer om een onafhankelijk onderzoek naar de ontslagprocedure lijkt daarmee niet helemaal onbegrijpelijk, zeker niet nu de rechter zich aan de zijde van Brinkman heeft geschaard.

Nog nadrukkelijker dan tijdens de ontslagprocedure van Brinkman is het democratisch gat in de Politiewet op de voorgrond getreden. De meest-betrokkenen in de zaak - de Rijnmond-burgemeesters - kunnen nu door geen enkel democratisch orgaan ter verantwoording worden geroepen. Dijkstal kan als politiek eindverantwoordelijke wel om uitleg worden gevraagd, al zal hij tot aan de wijziging van de Politiewet blijven beweren dat hij bij personele besluiten over hoofdcommissarissen moet afgaan op de mening van de burgemeesters in de regio.