Clint Eastwood

In een reeks korte profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Clint Eastwood, wiens laatste film Absolute Power deze week in première gaat.

Het is moeilijk voor te stellen, maar er was een tijd dat Clint Eastwood (San Francisco, 31 mei 1930) bij filmkenners niet doorging voor één van de groten van Hollywood. Zelfs in het begin van de jaren zeventig, toen hij dankzij kassuccessen als The Good, the Bad and the Ugly (Sergio Leone), Hang 'Em High (Ted Post) en Dirty Harry (Don Siegel) tot een van de populairste actiehelden van de Amerikaanse film was uitgegroeid, zagen critici hem als niet meer dan een omhooggevallen cowboy wiens hele repertoire bestond uit twee toegeknepen ogen en een onverzettelijke mond. Het zou nog tien jaar en een half dozijn klassieke films duren voor Eastwood als acteur én regisseur op waarde geschat werd. Maar toen struikelde ook iedereen over elkaar heen om hem te canoniseren; hij kreeg retrospectieven in het Newyorkse MoMA (1980) en de Cinémathèque Française (1985), won met de onconventionele western Unforgiven (1992) de drieslag bij de Oscaruitreiking (beste film, regie en hoofdrol), werd voorzitter van de jury in Cannes (1994) en mocht op de 50ste editie van hetzelfde festival zijn laatste regie Absolute Power als slotfilm presenteren.

De echte fans van Eastwood bewonderden hem natuurlijk al vanaf de vroege jaren zestig, toen hij als de ruwe-bolster-blanke-pit Rowdy Yates naam maakte in de televisieserie Rawhide. Of anders wel vanaf A Fistful of Dollars (1964), de eerste van drie spaghettiwesterns van Sergio Leone waarin hij de rol speelde van de laconieke, zwijgzame 'Man Zonder Naam' - een voorafschaduwing van de wrekende urban cowboy die hij gestalte zou geven in de Dirty Harry-reeks. Veel tekst had hij nooit, maar sommige van de zinnen die hij zijn tegenstanders als politie-agent met getrokken Magmum toebeet, zijn legendarisch geworden: Go ahead - make my day!

“Ik doe alles wat John Wayne nooit zou doen,” zei Eastwood in de jaren zestig; “ik speel de held maar ik schiet iedereen in de rug.” Onder de regie van Leone en Siegel maakte hij korte metten met twee van archetypische helden van de Amerikaanse cinema: de moreel hagelwitte cowboy en de alleen op het recht vertrouwende politieman. Na Eastwood kon de eenzame wolf van de laagvlakte of de stadsjungle ook gewoon vals zijn. Iets wat nog eens extra werd benadrukt in Unforgiven, een western waarin het verschil tussen good guys en bad guys futiel was.

Wat Eastwood onderscheidt van zijn grote voorganger en voorbeeld John Wayne is zijn veelzijdigheid. Niet tevreden met zijn status als mythische cowboy en supermacho, ontwikkelde hij zich de afgelopen twintig jaar tot een leading man die, zoals hij in 1995 nog eens bewees in het door hemzelf geregisseerde Bridges of Madison County, net zo geloofwaardig is in gevoelige rollen. Niet tevreden met alleen actiefilms regisseerde hij behalve melodrama ook films over zijn favoriete muziek (Thelonious Monk, Bird). Niet tevreden met alleen een carrière in de film werd hij in de jaren tachtig burgemeester van zijn woonplaats Carmel. Geen onaardig curriculum kortom voor iemand die na zijn eerste screentests bij Universal werd omschreven als 'Nice guy - zip personality, zip talent.'