CBS: waardering voor koopzondag lager dan gedacht

DEN HAAG, 3 SEPT. De zondagsopening van winkels wordt door het publiek veel lager gewaardeerd dan minister Wijers (Economische Zaken) tot voor kort aannam. In een onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek naar de populariteit van de beleidsmaatregelen die de minister sinds 1994 nam, krijgen de verruimde winkelopeningen op zondag van burgers nauwelijks een voldoende (5,9).

Als voorbereiding op de memorie van toelichting bij de begroting van Economische Zaken die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, liet minister Wijers uitzoeken hoe bedrijven en burgers denken over de maatregelen die de minister sinds 1994 nam. Van deze maatregelen krijgen de grotere mogelijkheden voor gemeenten om de winkels op zondag open te stellen de minste waardering, althans van burgers en gezinnen. Bedrijven weten de wet veel meer te waarderen, volgens het onderzoek.

In een vraaggesprek met HP/De Tijd van deze week toont Wijers zich verbaasd over de geringe waardering van de zondagsopening. “Gek hè? Kennelijk hoeft die niet zo, terwijl ik dacht dat een vrij grote groep het hartstikke leuk zou vinden.”

Wijers geeft geen oorzaken van de betrekkelijk lage waardering. Een woordvoerder van Economische Zaken doet dat wel, “al blijft het giswerk”. Hij wijst op het feit dat de verruimde winkeltijdenwet slechts een jaar oud is, en nog lang niet overal daadwerkelijk tot meer zondagsopeningen heeft geleid. Daarnaast wijst hij op bezwaren van religieuze kant, die kennelijk wijder verbreid zijn dan aanvankelijk werd gedacht.

De verruiming van de winkeltijdenwet was met name in 1995 inzet van hevig politiek debat. Het CDA verweet minister Wijers een 24-uurseconomie te bewerkstelligen. De PvdA-fractie dwong Wijers, die geen beperkingen aan het aantal koopzondagen wilde stellen, dit aantal te beperken tot één zondag per maand. De PvdA-fractie beoogde hiermee “een stukje relativering van de stress-maatschapij”, zoals PvdA-woorvoerster Van Zuijlen het destijds uitdrukte.