Boeren in zaak-oormerk naar Eurohof

LEEUWARDEN, 3 SEPT. De drie Friese boeren die al zes jaar weigeren hun vee van oormerken te voorzien, gaan een procedure aanspannen bij het Europese Hof. Eerder liep een cassatieverzoek bij de Hoge Raad mis, omdat hun advocaat had verzuimd een schriftuur hiertoe in te dienen.

De boeren willen dat er een aparte regeling wordt getroffen voor veehouders die principiële bezwaren hebben tegen het aanbrengen van gele oorflappen in kalveroren. De drie veehouders, Th. de Groot uit Grou, H. Brandsma uit Bolsward en H. Bouma uit Idsegahuizum, voeren een proefproces tegen het merken van hun vee. Het drietal vindt dit een vorm van dierenkwelling en beschouwt zichzelf als gewetensbezwaarden.

Het Leeuwarder gerechtshof, dat de zaak een aantal keren aanhield, achtte de drie boeren vorig jaar wel schuldig, maar legde hen geen straf op. Dit omdat ze op grond van gewetensbezwaren handelden en financiële schade leden. De veehouders mogen hun vee niet verhandelen, maar alleen afvoeren naar het slachthuis. Sinds 1991 zijn veehouders in ons land verplicht oormerken aan te brengen die dienen ter identificatie en registratie van runderen. De Groot en zijn collega's zien overigens wel iets in de invoering van elektronische bolussen in rundermaag als alternatief voor het oormerk.

Na de uitspraak van het gerechtshof besloten de drie boeren in cassatie te gaan bij de Hoge Raad der Nederlanden, maar die achtte het beroep niet ontvankelijk. Als reden werd gegeven dat er geen schriftuur was ingediend door de advocaat.

De ten minste negen maanden durende procedure bij het Europese Hof zal binnen twee weken worden begonnen. De Groot: “We hopen dat het Hof bepaalt dat er een uitzonderingsregel voor ons moet komen binnen de Europese Unie.” De advocaat van de boeren, mr. A. Comans van het Amsterdamse kantoor Moszkowicz, meent dat er kansen zijn. “De nationale rechtsgang is uitgeput. We hopen nu internationaal gehoor te vinden voor onze argumenten.”