Australische jeugdheld stuurt Agassi terug naar trainingsbaan; Ultieme revanche voor Rafter

NEW YORK, 3 SEPT. Een tobbende entertainer werd geacht het mannentoernooi bij de Open Amerikaanse tenniskampioenschappen te redden na de schokkende aftocht van wereldranglijst-aanvoerder Pete Sampras. Bloeddorstige toeschouwers riepen afgelopen nacht in het uitverkochte Arthur Ashe Stadium de sfeer op van een bokswedstrijd in het Madison Square Garden om Andre Agassi tot een mirakel te inspireren. Maar in de hoogstaande partij tegen de subliem vollerende Patrick Rafter toonde de 27-jarige Amerikaan slechts bij vlagen zijn zo lang verborgen gebleven klasse.

Bijna drie uur duurde het spektakelstuk en ver na middernacht Amerikaanse tijd voltooide Rafter in vier sets (6-3, 7-6, 4-6 en 6-3) de ultieme revanche voor de vernedering in januari 1995 op zijn Australian Open. Als een popster werd de 24-jarige service-volleyspecialist uit Mount Isa, Queensland aanbeden tot hij door Agassi als een kleine jongen te kijk werd gezet. De beoogde opvolger van Pat Cash heeft bijna twee jaar nodig gehad om van die mentale dreun te herstellen.

Met vijf finaleplaatsen en een halve finale op Roland Garros presenteerde Rafter zich dit jaar eindelijk als een potentiële toptienspeler. Agassi volgde de tegenovergestelde route en aan zijn vrije val op de wereldranglijst komt vooralsnog geen einde. In 1996 sneuvelde Agassi pas in de halve eindstrijd tegen Michael Chang; na zijn wonderbaarlijke ontsnapping bij een 2-1 achterstand in sets en 5-2 in de vierde reeks in zijn duel met Cedric Pioline de enige Amerikaan bij de laatste acht op Flushing Meadow.

Agassi zal dus opnieuw terrein moeten prijsgeven op de ATP-ranking, waar hij een voor hem beschamende 63ste plaats inneemt. Maar hoe kon van deze exuberante tennisser een wonder worden verwacht na het slechtste seizoen uit zijn veelbewogen carrière? Gekweld door blessures en een gebrek aan motivatie verscheen Agassi voor de US Open, zijn eerste grandslam dit jaar, op slechts elf toernooien.

Zeven keer vloog hij er al in de eerste ronde uit en na zijn afgang in Cincinnati tegen Roland Garros-kampioen Gustavo Kuerten barstte Agassi in tranen uit. “Ik herken mezelf niet meer”, stamelde de in New York felroze reclamezuil van Nike. “Het lijkt wel alsof mijn racket zestig kilo weegt.” Er lag vooral een steen op zijn hart, al blijft het bij Agassi traditioneel onduidelijk of hij theater speelt of niet.

Zalvend waren zijn teksten tijdens de Spelen van Atlanta, het enige toernooi waarvoor hij zich vorig jaar kon opladen. Een gouden medaille had de publiekslieveling in Amerika nog niet gewonnen en de hem door zijn sponsor in het vooruitzicht gestelde premie van 1 miljoen dollar vormde een welkome, extra stimulans. De olympisch kampioen is pas halverwege zijn tienjarige overeenkomst met de multinational, die het ruige imago van zijn belangrijke cliënt zorgvuldig exploiteert.

Als geen ander herkende Agassi de tragiek in de dood van Lady Diana. Net als de Britse prinses wordt hij sinds jaar en dag achtervolgd door paparazzi, die zijn amoureuze affaires met onder anderen Barbara Streisand maar al te graag in beeld wilden brengen. Zijn huwelijk met Brooke Shields heeft Agassi nauwelijks in rustiger vaarwater gebracht. Met een zwarte button op zijn roze shirt betuigde Agassi eerbetoon aan de overleden Diana en zijn oproep om de “shit people die geen respect tonen voor de ethiek” te negeren, stond in schril contrast met zijn houding ten opzichte van de ceremonie voor Arthur Ashe.

Beledigd omdat USTA-president Harry Marmion tijdens een galadiner zijn naam niet had genoemd in de rij van oud-kampioenen weigerde Agassi te verschijnen bij de officiële opening van het nieuwe stadion op Flushing Meadow. Tijd om de eerste bal te gooien bij een honkbalwedstrijd van de New York Yankees had Agassi wel en fluitconcerten begeleidden zijn entree voor de eerste partij tegen de Amerikaanse qualifier Campbell.

Met fraaie optredens tegen Voinea en Woodforde leek Agassi echter de toon te hebben gezet voor een glorieuze comeback, die herinneringen opriep aan de wijze waarop hij in 1994 als ongeplaatste speler de US Open naar zijn hand had gezet. De openbare biecht van Agassi klonk als een belofte. “Ik ben extreem in alles wat ik doe”, vertelde hij afgelopen week. “Ik had graag gewild dat ik wat meer in balans zou zijn. Maar dan fluistert een stemmetje in mij dat een dergelijke benadering niet bij mij past.”

“Ups en downs horen bij mijn leven en alleen als ik me intens op het tennis richt, kan ik mijn prestaties uit het verleden evenaren of zelfs overtreffen. Ik had het afgelopen jaar echter andere doelen, ik was opgewonden door de gedachte dat ik ging trouwen. Na Wimbledon heb ik echter een lang en indringend gesprek gevoerd met mijn coach Brad Gilbert. We hebben altijd tegen elkaar gezegd dat we onze samenwerking zouden beëindigen als een van ons zich niet langer honderd procent op het tennis zou concentreren.”

“Ik was het point of no return genaderd. Ik moest beslissen of ik op deze wijze door zou gaan of niet. Ik wilde weer plezier krijgen in mijn werk en dat lukt niet als je alleen maar verliest. Ik heb mezelf plechtig beloofd dat ik me weer volledig zou toeleggen op mijn sport. Telkens spookte die ene vraag door mijn hoofd: wil ik het nog? Het antwoord luidde steevast: ja, ik zal de weg terug tot het einde blijven volgen. Ik kan nu eenmaal geen genoegen nemen met middelmaat. Als ik ooit die indruk heb gewekt, heb ik een verkeerd beeld van mezelf geschetst.”

Middelmaat toonde Agassi niet in de opwindende partij tegen Patrick Rafter, maar op cruciale momenten in de partij kon hij een schrijnend gebrek aan wedstrijdritme onmogelijk camoufleren. Timide meldde hij zich vervolgens bij de mensen die hij beterschap had beloofd. Zijn verzoek: “Don't make me smile, I'm pissed off. De US Open blijven voor mij een bron van inspiratie. Ik wil een jaar lang keihard werken om juist op dit toernooi terug te keren op mijn oude niveau.” Het zou wel eens een jaar te laat kunnen zijn geweest.