Ambtenaar hoofdstad moet schuld vereffenen

AMSTERDAM, 3 SEPT. Adjunct-directeur J. Tjon A Ten van het Amsterdams Gemeentevervoerbedrijf (GVB) moet zelf opdraaien voor een schuld van 43.000 gulden die hij heeft gemaakt als secretaris van de Stichting Projectondersteuning Suriname. De Amsterdamse gemeenteraad weigert de in opspraak geraakte stichting nog subsidie te geven, zo bleek gisteren bij een raadscommissievergadering.

De gemeenteraad steunt hiermee het college van B en W. Wethouder A. Krikke (internationale betrekkingen) zei niet achteraf een schuld te willen subsidiëren. “Dan is er sprake van open-eindfinanciering. Daar kan ik onmogelijk aan beginnen.”

Tjon A Ten gaf de stichting uit de kas van het GVB een lening van 27.626 gulden. Hij had de stichting in 1991 zelf opgericht om de 'allerarmsten' in Suriname te ondersteunen. Verscheidene leden van de Amsterdamse raad zaten in het bestuur van de stichting, die zowel in 1992 als in 1993 50.000 gulden subsidie van de gemeente Amsterdam ontving.

Omdat Tjon A Ten verzuimde door middel van jaarrekeningen verantwoording over de uitgaven af te leggen, werd de subsidie stopgezet. In de veronderstelling dat de gemeente alsnog over de brug zou komen, leende Tjon A Ten de stichting geld uit de kas van het vervoersbedrijf. Daarnaast zou hij een schuld hebben van 16.000 gulden bij een bedrijf dat goederen verscheept naar Suriname.

Tjon A Ten bood gisteren zijn excuses aan voor het uitblijven van de jaarrekeningen. Deze waren niet gemaakt wegens een gebrek aan mankracht, zo luidde zijn verweer. Hij overlegde tijdens de vergadering alsnog een financiële verantwoording. De raad nam deze voor kennisgeving aan. Geen van de raadsleden zei te twijfelen aan de goede bedoelingen van Tjon A Tjen, die liet weten de aansprakelijkheid voor de schuld op zich te zullen nemen.