Weldadige monogame liefde

Concert: Boyz II Men. Gehoord: 1/9 Paradiso, Amsterdam.

De redding van het Motownlabel. Dat was de jongensgroep Boyz II Men, die in 1991 debuteerde met de cd Cooleyhighharmony en die sindsdien meer dan dertig miljoen platen verkocht. Sinds de gloriedagen van The Supremes en Stevie Wonder had Motown niet meer zo'n succesverhaal gekend en in het hiphop-tijdperk leek soulmuziek een relikwie uit het verleden. Intussen weten we wel beter, want de muziek die tegenwoordig als r & b bekend staat heeft onmiskenbare wortels in rap en soul.

Boyz II Men brengt een toegankelijke versie van die hedendaagse r & b, met kundig ingestudeerde close-harmonyvocalen en teksten over de goddelijke zegeningen van de monogame liefde. Om niet voor watjes versleten te worden, gooien ze er soms een pittige rap doorheen en werd producer Puff Daddy ingehuurd voor een deel van de nieuwe cd Evolution. Die overigens ook brave nummers met veelzeggende titels als Dear God en A Song For Mama bevat.

In Europa zijn Boyz II Men niet de megasterren die ze in de VS werden. Daarom kon het viertal uit Philadelphia gisteren zonder veel ophef een Nederlands podiumdebuut maken in het betrekkelijk kleine Paradiso. In een uitverkochte zaal brachten ze een soulshow die om de dynamische dansroutines herinnerde aan het voetenwerk van The Temptations. Bekende nummers werden met een oorverdovend gejuich begroet en vooral enkele van de zoetere ballades leenden zich er voor om woord voor woord meegezongen te worden.

Dat Boyz II Men als zoveel soulzangers voor hen hebben leren zingen in de kerk, mocht blijken uit het heilige vuur waarmee de ballades On Bended Knee en Water Runs Dry werden gezongen. Tenor Wanya Morris zou een waardig opvolger voor dominee Al Green kunnen zijn, zoals hij zich door het publiek liet aansporen om op zijn knieën te vallen en zijn ziel te laten spreken. Tussendoor zorgde de diepdonkere basstem van Mike McCary voor hypnotiserende parlando's in de traditie van Barry White, terwijl bariton Nate Morris en tweede tenor Shawn Stockman met de microfoons jongleerden alsof het estafettestokjes waren.

Minder overtuigend klonk het in uptemponummers als Motownphilly, een al te opportunistische poging om het 'say ho'-gevoel van de hiphop in de tamelijk ouderwetse soulshow te verwerken. Op die momenten stoorde de overdaad aan toetseninstrumenten en werd de muziek volgepropt met zinloze synthesizervegen. Ook afgekeken van de hiphop was de manier waarop Boyz II Men na een zorgvuldig opgebouwd crescendo van licht en geluid het podium verliet om niet meer terug te keren. Het was een al te abrupt einde, want het publiek was na anderhalf uur nog maar net opgewarmd.