Onderzoek naar terugkeer Brinkman; Rechter verwerpt ontslag korpschef

DEN HAAG, 2 SEPT. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) moet gaan onderzoeken of de ontslagen korpschef J.W. Brinkman van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond kan terugkeren in zijn functie.

Dat heeft de president van de Haagse rechtbank vanmorgen in een zogenoemde voorlopige voorziening bepaald in het geding dat Brinkman had aangespannen tegen zijn ontslag per 1 oktober. Minister Dijkstal ontsloeg oud-generaal Brinkman op 2 juli eervol per 1 oktober wegens de vertrouwensbreuk tussen de politiechef en het regionaal college van de burgemeesters van de 22 Rijnmondgemeenten en wegens botsing van karakters. Rechtbankpresident mevrouw mr. M.D.J. van Reenen-Stroebel is van oordeel dat Dijkstal en minister Sorgdrager (Justitie) de 'motiverings- en zorgvuldigheidseisen zoals bepaald in de Algemene Wet Bestuursrecht onvoldoende in acht hebben genomen'.

In een eventuele bodemprocedure zal het ontslagbesluit 'voor de rechtbank geen stand kunnen houden', aldus de president. Het ontslagbesluit van 2 juli is geschorst tot en met zes weken na verzending van de beslissing van Brinkman daartegen bezwaar aan te tekenen. De eis van Brinkman per 1 oktober weer als Rotterdams korpschef aan het werk te mogen gaan, is afgewezen omdat daar eerst overleg over moet worden gevoerd, aldus de president.

“Het is een mooi cadeau voor Brinkman die vandaag zijn verjaardag viert,” zei Brinkmans advocaat mr. C. van Leeuwen vanochtend in een reactie op de 'volstrekt duidelijke uitspraak'. Burgemeester Peper onthield zich vanochtend van commentaar. “Het is nu aan de ministers om met Brinkman te gaan overleggen”, aldus zijn woordvoerder. De ondernemingsraad van het Rotterdamse politiekorps zei dat 'er nu een zaak is van minister Dijkstal, Brinkman en eventueel de korpsbeheerder'. “Wij kunnen ons niet voorstellen dat Brinkman terugkeert”, aldus OR-secretaris P. de Witte.

In haar overwegingen laat de president van de Haagse rechtbank weinig heel van de redenen die voor het ontslag van de Rotterdamse korpschef zijn aangevoerd. Zo is de vertrouwensbreuk noch de onverenigbaarheid van karakters 'voldoende geobjectiveerd'. Het conflict met de ondernemingsraad is niet door de korpschef veroorzaakt en evenmin kan hij daarvoor in hoofdzaak verantwoordelijk worden gehouden, zo stelt de president. Het rapport van 24 juni 1997 van Rotterdams burgemeester Peper, de korpsbeheerder, wordt volgens haar “niet gedragen door de feiten en bevat een ongefundeerd waardeoordeel over het functioneren en het karakter van de heer Brinkman”. Het rapport-Peper was de belangrijkste reden voor Dijkstal om de politiechef de laan uit te sturen.

PaGINA 3: Rechter acht grond ontslag onvoldoende

Het incident op 2 juni - toen Brinkman bedenktijd vroeg over een besluit van het regionaal college, onder andere over de door hem afgewezen uitbreiding van de korpsleiding - acht de president in zijn overwegingen 'te onbetekenend om als oorzaak van de vertrouwenbreuk te worden beschouwd'. Het incident dat destijds door de Rijnmondburgemeesters hoog werd opgenomen, kan volgens haar evenmin op onverenigbaarheid van karakters worden teruggevoerd.

De president van de Haagse rechtbank stelt ook vast dat Brinkman 'ten onrechte en in strijd met de Politiewet 1993' niet is uitgenodigd voor de bijeenkomst van de regionaal college op 5 juni. Op die vergadering stelde het college vast dat Brinkman het vertrouwen 'ernstig had ondermijnd'. De president acht het niet duidelijk in hoeverre Dijkstal en Sorgdrager het rapport van procureur-generaal Docters van Leeuwen en van de commissaris van de koningin in Zuid-Holland mevrouw Leemhuis-Stout hebben betrokken in hun besluit Brinkman te ontslaan. Dit rapport was kritisch over het optreden van Peper als korpsbeheerder.

De rechtbankpresident heeft nog meer kritiek op de wijze waarop Brinkman is behandeld. De korpschef is ten onrechte niet in dezelfde mate als de korpsbeheerder en het regionaal college in de gelegenheid gesteld zijn visie op de ontstane situatie te geven en minister Dijkstal is in de informatievoorziening aan Brinkman tekort geschoten, aldus de president.

Brinkman die buitengewoon verlof kreeg in afwachting van zijn ontslag, besloot in juli zijn ontslag aan te vechten. Inmiddels heeft minister Dijkstal de Tilburgse hoofdcommissaris B.A. Lutken per 1 oktober tot korpschef in Rotterdam benoemd. Tot deze datum blijft Lutken, die sinds eind juli in Rotterdam als waarnemend korpschef optreedt, ook nog korpschef van het politiekorps Midden- en West-Brabant. Lutken wil niet reageren. “De rechtsgang moet nog zijn verdere loop hebben”, aldus zijn woordvoerder. Een bezwaarschrift van Brinkman tegen het feitelijke ontslag wordt op 12 september behandeld. De uitspraak in deze bodemprocedure volgt dit najaar. Door het opschorten van het ontslag kan Brinkman niet op straat komen te staan voordat zijn bezwaarschrift is behandeld.