Koor van Tabacki zingt onbewogen de lof van Allah; Egyptische verdient goede luitspeler

Concert: Festival Oude Muziek met Aïcha Redouane en het koor van Tabacki uit Bosnië. Gehoord: 30 en 31/8, RASA, Utrecht. Het koor van Tabacki zingt 2/9 opnieuw in RASA.

“Je verstaat er niks van”, zei de ene dame. “Er gebeurt ook niks”, zei de dame die naast haar stond. “En er valt ook niks te zien”, had een derde dame er aan moeten toevoegen, dan hadden ze samen volmaakt verslag gedaan van wat er gisteravond in RASA te beleven viel tijdens een concert in de serie 'Sjeiks, Sjahs en Soefi's' in het Festival Oude Muziek.

Volgens het programmablad was het Koor van Tabacki uit Sarajevo gekomen om zichzelf en de 'gelovigen' naar 'een staat van extase' te voeren. Dat hoge doel bleef echter pijnlijk ver weg. De negen mannen zaten in een kring op de grond en zongen zonder merkbaar enthousiasme de lof van Allah en de profeet, het publiek zat er onbewogen bij en had het zo te zien alleen maar heet.

Extase? Waardoor dan? De zangers waren niet alleen uniform gekleed, tot de stropdas en de dasspeld toe, maar zongen ook vrijwel alles eenstemmig. Slechts in een enkel lied mocht er één, heel voorzichtig, een reine kwart of kwint bovenop doen. De melodieën hadden niets 'exotisch' of 'mysterieus': wie van niets wist dacht kinder-, arbeids- en trekkersliedjes te horen, ook al door de trommelbegeleiding die alleen hoem-pa en hoem-papa kende. Als je niet zou vrezen voor een proces wegens blasfemie zou je er 'Allah, tralala' bij gaan zingen, want dat was het muzikale niveau. Een gemiddelde hoogmis in een katholieke kerk of zelfs een 'hare krishna' optocht biedt een muzikaal mens meer stichting en vertier.

Ook de mannen van Al-Adwar speelden zaterdag te braaf. Elke frase eenstemmig meespelen en die ook nog eens een keer herhalen, dat moet toch ook voor musici zelf nogal saai zijn. De Egyptische zangeres Aïcha Redouane trok zich er gelukkig niks van aan en zong alle sterren van de hemel. Haar forse altgeluid komt van 'deep down yonder' en wordt met zoveel spanning naar buiten geperst dat je zelf ook je spieren spant. Klinkers die vijftien seconden blijven hangen, virtuoos gegoochel met een enkel woord, prangende tremolo's en enorme glissandi, Aïcha Redouane zorgde wel voor extase, zij het niet van 'heilige' aard.

“De wijn van de liefde was overvloedig in mijn hoofd en het vloeide tussen mijn twee zijden en mijn botten”, schreef een onbekende dichter in een ver verleden en je hoeft Redouane niet te verstaan om intens met haar mee te voelen. Om vervolgens in nuchtere staat de hoop uit te spreken dat ze misschien spoedig zal inzien dat ze te groot is voor de grijze muizen die haar begeleiden. Ze zou andere topmusici moeten ontmoeten. Een echt goede luitspeler of (pop)gitarist, een excellente tablaspeler uit India en misschien wel Joe Zawinul op synthesizer. Maar ach, tamboerijnspeler Habib Yammine is tevens haar echtgenoot en daarbij ook nog etnomusicoloog. Van pest en honger verlos ons Heer, van oorlog en onderdrukking verlos ons Heer, van wetenschappers als artiest... Ach, niet alles hoeft te worden herhaald.