Koelbox

Vroeger heetten ze landlopers of zwervers. De mannen 'zonder vaste woon- of verblijfplaats'. Ze sliepen in hooibergen, verdienden een zakcentje door de boer te helpen met de oogst. Ze waren een doorn in het oog van de veldwachter die vergeefs jacht op ze maakte. En als ze een keer werden opgepakt wegens 'landloperij' was een nachtje cel een welkome afwisseling met de niet altijd even warme nachten buiten.

Als de celdeur de volgende dag weer openzwaaide, knoopte de zwerver zijn bundeltje bezittingen weer in een bonte zakdoek en trok hij welgemoed naar het volgende dorp.

Misschien heb ik vroeger teveel Swiebertje gekeken, maar de hedendaagse zwerver vind ik een beetje burgerlijk. Moest een zwerver vroeger weinig of niets van de maatschappij weten, tegenwoordig doet hij alles om erbij te horen, zo lijkt het. Allereerst heet hij geen zwerver meer, maar dakloze. Het gaat er kennelijk niet om wat hij doet, maar wat hij niet heeft. De zwerver is niet meer de avontuurlijke vrijbuiter die over 's Heeren wegen struint, maar het slachtoffer dat een dak boven zijn hoofd mist. Ook is de dakloze tegenwoordig georganiseerd. Als echte Nederlanders hebben daklozen een belangenorganisatie. Deze zomer werden er zelfs speciale Daklozendagen gehouden. En in plaats van garen en band verkopen daklozen nu hun eigen krant, waarin ze vertellen hoe het allemaal zo is gekomen, en dat het leven op straat geen pretje is. Daklozen beginnen steeds meer op 'normale' burgers te lijken. Ze willen het ook.

Dat laatste werd me duidelijk toen ik tijdens de hittegolf drie daklozen om negen uur 's ochtends op een bankje in het Vondelpark bier zag drinken. Ondanks het vroege uur werden de halve liters koude Heineken al aan de mond gezet. Koud? Ja, koud: want alledrie hielden als een kostbaar bezit een koelbox tussen de knieën geklemd. Aftands, half kapot, maar zijn doel dienend in deze hitte: het bier koel houden. De koelbox, symbool van de burgermaatschappij, heeft zijn intrede gedaan in de ruige wereld van de zwerver, pardon dakloze. Het wachten is op de eerste dakloze onder een party-tent. Swiebertje, waar ben je gebleven?