Karabach: geen doorbraak door stembus

De verkiezing van minister van Buitenlandse Zaken Arkadi Goekasian tot president van Nagorny Karabach, het republiekje dat zich in 1994 vrij vocht van Azerbajdzjan, heeft géén gevolg voor het vredesproces.

ROTTERDAM, 2 SEPT. De conclusie dat het vredesproces vast blijft zitten kon al voor de stembusslag worden getrokken, want de drie kandidaten - naast Goekasian (leider van de delegatie van Karabach in het vredesproces) parlementsvoorzitter Arthur Tovmazian en ex-vice-premier Boris Aroetsjanian - waren het over één cruciale vraag onderling eens: Nagorny Karabach is een zelfstandige republiek, ook al erkent geen land ter wereld het, en zal zich nimmer meer voegen naar enig Azerbajdzjaans gezag. Over die bottom line bestaat onder de Armeniërs in de enclave geen verschil van mening. En omdat Azerbajdzjan even hardnekkig vasthoudt aan zijn eigen bottom line - een herstel van het Azerbajdzjaanse gezag over de enclave - blijft het vredesproces muurvast zitten.

De 140.000 Armeniërs van Nagorny Karabach kwamen in 1988 in opstand tegen dat gezag, waaraan ze door Stalin in de jaren twintig waren onderworpen. In een zes jaar durende oorlog verdreven ze met veel materiële en financiële steun van Armenië en van de Armeense diaspora de Azerbajdzjaanse minderheid uit de enclave - 23 procent van de bevolking in 1988 - en bezetten bovendien achtduizend vierkante kilometer Azerbajdzjaans gebied. Een miljoen Azeri - een op elke zeven inwoners van het land - werd op de vlucht gedreven en leeft nog steeds in tamelijk kommervolle omstandigheden buiten het door de Armeniërs veroverde gebied.

De facto is Nagorny Karabach sindsdien onderdeel van Armenië: tot het veroverde gebied behoort de nauwe corridor die tot de oorlog de enclave van Armenië scheidde. Men kan Nagorny Karabach alleen via de Armeense hoofdstad Jerevan bereiken, de Armeense dram is er het geldend betaalmiddel en de Armeense banken (en de diaspora) helpen bij de wederopbouw en zetten de economie van Karabach op poten. De sterke man van Nagorny Karabach, Robert Kotsjarian, werd in maart premier van Armenië, hoewel hij formeel niet eens de Armeense nationaliteit bezat. Als gevolg van die benoeming moesten de inwoners van de enclave gisteren naar de stembus, voor verkiezingen die Azerbajdzjan als illegaal bestempelde en die de internationale gemeenschap - vergeefs - had afgeraden.

Sinds 1994 geldt een bestand en loopt een vredesproces dat nooit echt op gang is gekomen. Het zit vast op de diagonaal tegenover elkaar staande basiseisen van beide partijen: Nagorny Karabach eist onafhankelijkheid, Azerbajdzjan eist het herstel van zijn gezag over de enclave en is bereid de Armeniërs hooguit regionale autonomie toe te staan: zelfbestuur, maar zonder eigen leger, zonder ministerie van Buitenlandse Zaken en zonder grens met Armenië. Beide partijen weigeren elke concessie ten aanzien van die basiseis. De Armeniërs schragen hun standpunt met een uiterst gediciplineerd en professioneel leger, dat veruit superieur is aan dat van Azerbajdzjan.

Armenië heeft sinds 1994 - om de toegang tot Europa te vergemakkelijken - een belangrijke eis laten vallen: het staat niet langer op aansluiting van de enclave bij Armenië. Het erkent formeel de 'republiek' Nagorny Karabach (Arzach in het Armeens) ook niet. Maar hoe stevig dat afzien is, is onduidelijk, want Kotsjarian, nu premier van Armenië, heeft onlangs toch weer gezinspeeld op zo'n aansluiting: als de regering van Karabach er om vraagt, kan de aansluiting “serieus worden overwogen”, aldus Kotsjarian in mei.

In juli diende de Groep van Minsk - een uit vertegenwoordigers van twaalf landen bestaande bemiddelingsgroep van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE - een nieuw vredesplan in. Het voorziet in terugtrekking van de Armeense troepen uit bezet Azerbajdzjaans gebied, uit de Laçin-corridor tussen Karabach en Armenië en uit de strategisch belangrijke stad Su. In die regio's zou een vredesmacht van de OVSE met Russische, Amerikaanse en Europese militairen moeten worden gelegerd. Ze zouden onder andere moeten toezien op de terugkeer van vluchtelingen en de heropening van wegen en verbindingen. Vervolgens zouden besprekingen moeten beginnen over het moeilijkste punt, de status van Nagorny Karabach. De Armeniërs zouden voorlopig hun leger mogen handhaven. Na een akkoord zou het verkleind moeten gaan optreden als politiemacht. Karabach zou in de toekomst een vrijhandelszone worden.

Het vredesplan werd op 22 augustus bij monde van de gisteren tot president gekozen minister Goekasian afgewezen: Arzach blijft volledige onafhankelijkheid eisen. Daarover wil het direct met Azerbajdzjan praten. Azerbajdzjan wil echter nog steeds niets weten van directe onderhandelingen met de Armeniërs uit Karabach.

Intussen blijft het wederzijds wantrouwen groot. In mei boden de Armeniërs aan gevangenen vrij te laten, als gebaar van goede wil. Baku wees het voorstel als een 'verdachte manoeuvre' van de hand. En ook aan dat wantrouwen zal na de verkiezing van Arkadi Goekasian, gisteren, geen eind komen.