'Je kunt geen trein naar het verleden nemen'

De Engelse editie van V.S. Naipauls nieuwste boek staat pas voor volgend jaar op stapel, maar de Nederlandse uitgave is deze week al verschenen. In Meer dan geloof is Naipaul somber over de islamisering van Azië. “Deze landen hebben hun geschiedenis verloren.”

V.S. Naipaul: 'Meer dan geloof. Islamitische reizen onder de bekeerde volken.' Atlas, 479 pagina's. ƒ59,90.

LONDEN, 2 SEPT. Behoedzaam omklemt V.S. Naipaul het exemplaar van zijn nieuwe boek, Meer dan geloof. “Het ziet er zó mooi uit”, zegt de schrijver in zijn Londense appartement. “En het is zó snel geproduceerd. Wonderful.” Al staat er dan een verouderde foto van hem op de achterflap - nog zonder baard. “Maar dat kan bij een herdruk wel worden aangepast.”

Meer dan geloof is de Nederlandse uitgave van Beyond Belief, Naipauls tweede grote reisboek over de islamitische wereld, dat deze week in Nederland is verschenen. Een scoop voor de Amsterdamse uitgeverij Atlas, want de Engelse editie staat pas op stapel voor volgend jaar. Naipaul gunde de vroege vertaling aan Atlas, dat ook zijn andere boeken uitgeeft.

“Het is vast een goede vertaling, niet?” zegt hij. “Alleen, in de Engelse titel zit ook iets van: dit is te veel om te geloven, echt te veel. Die dubbelzinnigheid is verloren gegaan.” Maar Naipaul (65) kan erom lachen, zoals hij helemaal een goedgehumeurde en energieke indruk maakt, al is hij nog maar “net hersteld van het schrijven”. Zestien maanden duurde het bewerken van de 700 pagina's notities die hij meenam van zijn vijf maanden durende reis in 1995 door Indonesië, Iran, Pakistan en Maleisië.

In Beyond Belief legt Naipaul dezelfde reis af als in zijn eerste grote boek over de islam, Among the Believers (1981), en spreekt hij een aantal van dezelfde mensen. Ze komen uitvoerig aan het woord, en evenals in zijn meest recente reisverslag uit India, A Million Mutinies Now (1990), beperkt Naipaul zijn commentaar tot een minimum. “Het is hún boek. Ik wil de lezer kennis laten maken met hun levens en verhalen. Het is een boek van vertellingen.” Lachend: “Het is een soort Decamerone, eigenlijk.”

Was het moeilijk dezelfde mensen weer te vinden? “Ik had geweldige problemen in Indonesië”, valt hij uit. “Ziet u, Indonesië is een tirannie. De mensen zijn bang. Nerveus. Ze durven niet te praten. Het was een enorme klus.” In Maleisië lukte het de schrijver niet de voorman te vinden van een islamitische jeugdbeweging die hij destijds had ontmoet. Naipaul glimlacht. “Zijn omgeving wilde niet dat ik hem vond. Men schaamde zich voor hem. Dat is begrijpelijk, want van voorhoede is hij deel van de achterhoede geworden. Maleisië is in zekere zin een succes story, men heeft daar zonder de islam een nieuw gevoel van eigenwaarde gevonden.”

Zijn bezoek aan de wereld van de islam bracht Naipaul behalve een boek dit keer ook persoonlijk geluk. Op reis leerde hij zijn huidige vrouw Nadira Khannum Alvi kennen, een Pakistaanse journaliste die hij ontmoette aan een diner in Lahore. “Dit is zijn beste boek”, zegt zij resoluut. “Hij heeft de sleutel gevonden tot het hart van deze bekeerde volken, tot hun neurose.” Naipaul knikt, terwijl zijn vrouw achter hem langs loopt om thee te halen en even liefkozend door zijn haren strijkt.

Meer dan geloof gaat over bekeerde volken. Aan de hand van verhalen van Indonesiërs, Iraniërs, Pakistani en Maleisiërs laat Naipaul nauwgezet zien hoe de islam probeert de bevolking los te weken van haar traditionele achtergrond en een nieuwe, geïslamiseerde identiteit aan te meten. “Among the Believers was een eerste verkenning”, zegt hij. “Ik liet de mensen aan het woord over hun geloof, maar ik had zelf nog geen clou.”

Die clou bleek het begrip van bekering, oftewel: ommekeer. In het voorwoord schrijft Naipaul: “De bekeerling moet zich afwenden van alles wat van hemzelf is. De mensen ontwikkelen fantasieën over wie en wat ze zijn: en in de islam van bekeerde landen vindt men ook een element van neurose en nihilisme. Die landen kunnen heel gemakkelijk tot het kookpunt worden gebracht.”

“Ze zijn uit balans, op drift”, licht hij toe. “Deze landen hebben hun geschiedenis verloren. Dat is een afwijking van de koers die de rest van de ontwikkelde wereld vaart. Wij hebben een besef van geschiedenis, maar daar... daar is geen waarheid. Waarheid is er iets om te vertrappen. Men verzint gewoon een geschiedenis. Zulke landen hebben intellectueel geen plaats in de moderne wereld, en dat zal zeker tot meer onrust leiden.”

Het is een terugkerend thema in Naipauls werk, dat hem steeds meer in zijn greep heeft gekregen: de verwoesting van een beschaving of godsdienst door een andere. In eerder werk over het Caraïbisch gebied beschrijft de in Trinidad geboren auteur de vernietiging van het verleden en de ontheiliging van het land. “Dat is de verborgen tragedie van de Nieuwe Wereld: het uitroeien van de oorspronkelijke bevolking. Het idee dat ik ben opgegroeid op zo'n verleden, vind ik onverdraaglijk. Je ziet het nu nog in Brazilië, waar de mensen het land behandelen als een vuilnisbelt, en zodoende zélf vuilnis worden. Terwijl in India zelfs de vreselijkste plekken nog iets heiligs hebben. Er zijn overal tempels en altaren, ongeveer zoals de antieke wereld van Griekenland en Rome er moet hebben uitgezien. Maar in Goa bijvoorbeeld, daar hebben de Portugezen het verleden werkelijk weggevaagd, eigenlijk zoals de islam dat nu doet in sommige landen.”

In Meer dan geloof is dat besef van culturele obliteration, ontheemding en vernietiging, van begin tot eind tastbaar. “Mensen raken los van hun tradities en moeten zich een cultuur eigen maken die niet de hunne is. Je ziet het in Iran, een van de gebieden die het eerst tot de islam werden bekeerd. Dat land is nog altijd niet in het reine gekomen met zijn verleden van verovering en bekering. En als dat in dertien eeuwen niet is gelukt, vraag je je af of het nog ooit zal gebeuren. Misschien zullen Iraanse mensen altijd die twee kanten houden, de kant van het geloof en de kant van het ressentiment. Dat maakt hen tot wat ze zijn.”

Terwijl de Iraanse revolutie twintig jaar later verzand blijkt in verstikkende regels en voorschriften, wordt met name Pakistan door Naipaul beschreven als een land dat wordt verscheurd door geweld en terreur. “Het grote probleem van Pakistan is dat de mensen niet het idee hebben dat het hún land is. Het is een veroverd land, dat kan worden geplunderd. Leeggeroofd. Zoals Afghanistan is leeggeroofd en geplunderd.”

Het thema van culturele kolonisatie en verwoesting rijpte vroeg bij de schrijver Naipaul. “Toen ik voor het eerst Rome bezocht, in 1959, was ik verbijsterd door de christelijke destructie van Romeinse overblijfselen. Dus je zou kunnen zeggen dat dit boek toen al is begonnen. Er komt ook een ander beeld bij me op, uit een zendingstijdschrift dat ik in Trinidad onder ogen kreeg. Het bevatte een afbeelding van een Amerikaanse missionaris die zich met een mokerhamer over afgodsbeelden boog. Hij stond te lachen als een jager die zojuist een of ander onschuldig beest had neergelegd. Zo jong als ik was, maakte dat diepe indruk op me. Ik was geschokt.”

Is de islamisering van Azië, van Indonesië, vergelijkbaar met die kerstening van het heidense Europa tweeduizend jaar geleden? “Oh, absoluut. Het is precies hetzelfde. Ook daar zie je het verdwijnen van een oudere wereld. Ik heb een paar jaar geleden geprobeerd om de kerstening van Europa beter te begrijpen en ik vond het immens moeilijk. De evangelies zijn nog betrekkelijk toegankelijk, maar zodra je begint te lezen over de conflicten, de ruzies, de sektes... Het is onmógelijk te begrijpen.”

Overeenkomst tussen de kerstening van Europa en de islamisering van Azië is dat in beide gevallen lokale, rituele religies worden verdrongen door een geopenbaarde godsdienst die aanspraak maakt op exclusieve waarheid. Zoals het christendom Jezus predikt als Weg en Waarheid, zo monopoliseert de islam het gevoel voor heiligheid en toewijding aan God. In een van de mooiste passages van Meer dan geloof beschrijft Naipaul een bezoek aan Sumatra, waar hij tussen eeuwenoude rijstvelden resten aantreft van ten minste zo oude rituelen. “Mogelijk werd dat land al gecultiveerd voor de rijstbouw op het moment dat keizer Augustus in Rome heerste. Ik vond dat een intrigerende gedachte, een prachtige gedachte.”

Het deed hem denken aan een verwijzing bij Tacitus naar een tempel van Venus op Cyprus. “De Venus die daar werd vereerd was een soort steen, die door een of ander natuurproces de vorm van een mens had aangenomen. Dat zijn zeer mysterieuze dingen. Toen kwam het christendom, en dat heeft natuurlijk alles vernietigd. Ik vind die oudere religies, zelfs het animisme, zeer fascinerend. Ze voeren je terug naar het allerprilste begin van de dingen.”

Zulke archaïsche religies, zegt Naipaul, “gaan niet over de manier waarop mensen met elkaar moeten samenleven. Ze gaan over het bovennatuurlijke, over de wereld boven en buiten de mens. De openbaringsgodsdiensten hebben het idee geïntroduceerd dat wij moeten samenleven, als vrome en godvruchtige mensen. Ze brachten een morele wereldbeschouwing, en dat is hun kracht. Het christelijke idee van naastenliefde, het islamitische idee van een gemeenschap van gelovigen, dat zijn mooie ideeën. Je vindt ze niet in het boeddhisme, en iets als naastenliefde al helemaal niet in het hindoeïsme.”

Nu deze nieuwe godsdiensten de oudere tradities verdringen, is het belangrijk de laatste te koesteren, meent Naipaul, omdat ze iets zeggen over de menselijke geschiedenis. Al is het onmogelijk erin te blijven gelóven, behalve uit “sentimentaliteit”. Gevraagd naar New Age-groepen die indiaanse rituelen praktizeren, knijpt Naipaul zijn ogen tot spleetjes. “Dat is een karikatuur. Ze drijven er de spot mee, nietwaar? Dat zijn mensen die hun eigen gevoel van veiligheid vieren. Ze leveren geen echte strijd. Ze vieren feest over hun vrijgevochten levens. Het is een tapdans.”

In de landen die nu tot de islam worden bekeerd woedt wél een echte 'strijd der ideeën'. Zoals in Indonesië, waar christendom en islam “slag leveren om de ziel van een volk dat van zijn eigen tradities is losgeraakt”. Geen wapen wordt geschuwd: Naipaul beschrijft hoe Indonesische moslims zich het jargon eigen maken van de technologische samenleving, en islam-cursussen verpakken als 'human resource management' en 'mental training'. “Het wordt er met de haren bijgesleept, omdat het modern oogt. Maar zoiets is geen echte bevestigingvan de moderniteit, het is een manier om zich in te dekken tegen het verwijt van achterlijkheid.”

Kan islamisering in zulke landen toch niet ook een poging zijn de opgelopen achterstand in te halen? De schrijver trekt een gepijnigd gezicht. “Ik geloof niet dat er op die manier over wordt nagedacht. Er zijn zulke tweede-rangs geesten aan het werk. Men probeert zichzelf te troosten voor het feit dat men niet langer dominant is in de wereld. Ik denk niet dat zoiets werkt. Je kunt geen trein nemen naar een paar eeuwen geleden. Wat ze ook zeggen, deze landen zijn volkomen afhankelijk van het Westen, voor hun goederen, voor de verspreiding van kennis, voor vliegtuigen. Ze staan in de schaduw van een andere beschaving. Als er sprake was van echt, vitaal imperialisme, zoals dat van Engeland in de negentiende eeuw, zouden alle stemmen in dit boek direct worden verpletterd.”