Internationale prijs voor Groene Strand van Terschelling; Strand wordt weer natuurgebied

Het Groene Strand van Terschelling wordt, na het afgraven van een zeedijkje, weer natuurgebied. De oude toestand met in- en uitstromend zout water is zo veel mogelijk in ere hersteld.

WEST-TERSCHELLING, 2 SEPT. Het fjordenpaardje op het Groene Strand van Terschelling is een en al dartelheid, al zit hij vast aan een touw. Ook al blij met de verandering, zou men denken.

Freek Zwart van Staatsbosbeheer is het zeker. Mede door zijn bemoeienis heeft deze langgerekte strook grasland in de zuidwesthoek van het eiland, vlak bij het dorp West-Terschelling, weer de status van natuurgebied. Het zoute water van de Waddenzee kan hier vrij in- en uitstromen. “De oude toestand is zo veel mogelijk in ere hersteld”, aldus Zwart.

Ooit was het een begroeid stuk strand van circa twintig hectare en vermaard om zijn bijzondere planten. In de jaren 1868 en 1869 telde de bioloog Franciscus Holkema er 45 soorten, hoofdzakelijk klein grut, maar verre van alledaags en veelal behorend tot het dwergbiezenverbond.

In 1884 schreef de botanicus Frederik Willem van Eeden, vader van de gelijknamige letterkundige, na een bezoek aan Terschelling: “Het Groene Strand is hoogst merkwaardig om z'n plantengroei. Het ligt boven volzee en wordt aan de west- en noordzijde beschut door een brede zandplaat, de Noordsvaarder. Hier groeit een rijke flora van kleine planten (...) Ze vormen een strandweide, waar schapen en ander vee hun voedsel vinden.”

Er was dus eind vorige eeuw al sprake van agrarisch gebruik en dat werd nog versterkt door maatregelen van Staatsbosbeheer, destijds belast met de taak om woeste gronden te ontginnen “ten nutte” van de landbouw. Voor dat doel werd in 1911 aan de zuidkant dwars door het Groene Strand een dijk aangelegd, waarmee een eind kwam aan overstromingen met zout water. Vervolgens zijn de kavels bemest, ingezaaid met gras, klaver en haver en verpacht aan een stuk of tien Terschellinger boeren. Tegelijk werd een duinbeekje vergraven tot een rechte, diepe sloot voor drainage van de landbouwgrond en afwatering van achterliggende toekomstige duinbebossing.

Die toestand duurde voort tot omstreeks 1960, toen de belangstelling voor dit gebied als agrarisch domein sterk afnam. In de woorden van Zwart: “De boeren ruilden hun koeien in voor toeristen.”

Tien jaar geleden trok de laatste boer zich terug van het Groene Strand, althans formeel, want een deel van zijn veestapel bleef er grazen, en begon Staatsbosbeheer te broeden op plannen voor ontpoldering en natuurherstel. Die plannen hebben vorig jaar in samenwerking met Rijkswaterstaat hun beslag gekregen.

Voornaamste ingreep was het afgraven van de zeedijk uit 1911, terwijl een verharde toegangsweg naar de Noordsvaarder onder zeeniveau kwam te liggen. Sindsdien is het Groene Strand, waar wandelaars vrij toegang hebben, drie keer met zout water overstroomd. Naar verwachting zal dat gemiddeld eens per maand blijven gebeuren ten gunste van onaanzienlijke maar zeldzame plantjes als dwergzegge, dwergbloem en draadgentiaan. Beheerder Zwart voorspelt bovendien een uitbreiding van de vogelstand. Afgelopen zomer liepen er al lepelaars rond en ook witgatje, bosruiter en kemphaan blijken de nieuwe toestand op prijs te stellen.

De verandering is ook internationaal niet onopgemerkt gebleven. Het omgetoverde Groene Strand verwerft binnenkort de Eurosite Award 1997, die wordt toegekend door een Europees samenwerkingsverband van overheidsinstanties en particuliere organisaties op het gebied van natuurbescherming. Zwart: “Om voor die prijs in aanmerking te komen, moet zo'n project vrij simpel uit te voeren zijn en als voorbeeld dienen voor andere delen van Europa. Aan die voorwaarden voldoet het Groene Strand volgens de jury in hoge mate. Ook aan de westkust van Frankrijk en de Britse oostkust liggen gebieden die zich voor deze vorm van natuurherstel lenen.”

De prijs, die op 29 september in het Franse Rochefort wordt uitgereikt, is mede toegekend voor de effectieve voorlichting. Zwart: “Er is veel aandacht besteed aan de communicatie met de eilandbewoners, die generaties lang strijd hebben gevoerd tegen het vrije spel van de natuurkrachten, dat immers hun have en goed bedreigde. Ook wij stuitten met ons plan aanvankelijk op wantrouwen. Vlakbij het Groene Strand liggen tientallen volkstuintjes en de mensen dachten al dat ze in plaats van prei voortaan zeekraal moesten gaan kweken. Maar we hebben ze gerust kunnen stellen. Die tuintjes lopen absoluut geen gevaar.”