Gedisciplineerd afscheid van korpschef Nordholt

AMSTERDAM, 2 SEPT. Het ceremonieel afscheid van de Amsterdamse korpschef Eric Nordholt verliep gisteren vooral gedisciplineerd. Cameraploegen en radioverslaggevers waren opgeborgen op het frontbalkon van het Concertgebouw. Fotografen kregen een vaste plaats in de zaal aangewezen. 'Op aanwijzing van een persbegeleider mag men kort naar voren komen om plaatjes te schieten', zo was reeds lang van tevoren duidelijk gemaakt.

Kritische noten klonken alleen in de gladstrijkende grappen en grollen van presentator Jos Brink (“De straatcriminaliteit is teruggedrongen, ze komen nu gewoon bij je thuis.”).

Weinig was aan het toeval overgelaten. Of zoals hoofdofficier Vrakking het aan het begin van zijn speech zei: “Enige tijd geleden vertelde meneer Nordholt mij dat ik bij de gelegenheid van zijn afscheid iets ging zeggen.”

Geheel spontaan was Nordholt ingegaan op een uitnodiging van Jos Brink. “Jij vindt het Zwanenkoor een heel mooi koor, hè?”, had Brink gezegd. “En jij wil heel graag zingen met dit koor, hè? Kijk het publiek eens klappen en joelen.” Het werd: Mijn wiegie was een stijfselkissie. Nordholt wilde nog wel een keer. “Nog één keer een couplet en een refrein, maar dan allemaal”, riep hij de zaal toe. Hier en daar werd voorzichtig meegezongen.

IJdel, bekwaam, intelligent, autoritair, een ouderwetse sociaal-democraat, manipulatief, egogericht. Het zijn allemaal eigenschappen die de scheidend korpschef volgens burgemeester Patijn de afgelopen tien jaar toegedicht heeft gekregen. Maar deze dag werd Nordholt in aanwezigheid van onder anderen de ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vooral geprezen. “Het is niet iedereen gegeven zijn idealen tijdens zijn loopbaan te verwezenlijken”, zei burgemeester Patijn, die hem de zilveren medaille van de stad Amsterdam uitreikte. “De winnende coach heeft altijd gelijk”, zei zijn opvolger als korpschef Jelle Kuiper, die hem de 'korpsaward' mocht overhandigen. “Het boegbeeld van het Amsterdamse korps”, zo luidde de typering van G. de Rouw, voorzitter van de ondernemingsraad.

Zelf nam Nordholt op de valreep nog stelling tegen wat hij “monkelend leiderschap” noemt. “Praten met een pleister op je mond, zodat het geluid alleen door het gaasje naar buiten komt. Leuk om te zien, lullig om te horen.” Nordholt riep de leidinggevenden van Nederland op geen blad voor de mond te nemen. “De vraag is niet of een hoofdcommissaris mag zeggen wat hij denkt”, zei hij. “Het is een ieders plicht aan de orde te stellen wat moet.”

Dat onder Nordholt het aantal dienders is gestegen van 3.500 naar 5.000 was gisteren in ieder geval goed te merken. Er was veel blauw op het rode pluche van het Concertgebouw.