EU betaalt Zalm teveel aan BBP-geld terug

DEN HAAG, 2 SEPT.Minister Zalm (Financiën) krijgt ruim 75 miljoen gulden terug van de Europese Unie, omdat met terugwerkende kracht het Bruto Binnenlands Produkt (BBP) lager wordt vastgesteld. Dit blijkt uit 'De Nederlandse economie 1996', dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft gepresenteerd.

Vanaf 1999 moeten alle Europese lidstaten dezelfde definitie voor het BBP hanteren. Onder BBP wordt verstaan het totale inkomen dat door middel van produktie in een land is gevormd. Landen als Griekenland en Portugal zien hun BBP door de EU-richtlijnen tussen de 10 en 20 procent hoger worden. Het Nederlandse BBP valt door de EU-definitie gemiddeld vier miljard gulden lager uit. Dit komt onder meer omdat in Nederland de huurwaarde van het eigen huis wordt berekend op basis van het huis in lege staat, terwijl de richtlijn uitgaat van het lagere 'bewoonde staat'.

Omdat de afdracht aan de Unie een percentage is van het BBP en dit cijfer door de Europese richtlijn met terugwerkende kracht tot 1988 lager wordt vastgesteld, heeft Nederland uiteindelijk teveel aan de Europese Unie betaald. Het gaat daarbij om een bedrag van ruim honderd miljoen gulden.

Een lager vastgesteld BBP zou ook betekenen dat het financieringstekort dat als percentage van het BBP wordt uitgedrukt, ook omhoog gaat. Volgens CBS-onderzoeker dr. S. Keuning is de daling van het BBP als gevolg van een andere definitie daar evenwel te gering voor.

Keuning plaatste verder enkele kanttekeningen bij de goede prestaties van de Nederlandse economie. Het groeitempo is lager dan in bijvoorbeeld de periode 1987-1991, de inkomensongelijkheid neemt toe en de groei is onder meer gestoeld op twee kwetsbare elementen. Het gaat daarbij volgens de onderzoeker om de enerzijds de grote stijging van het aantal afgesloten hypotheken en om de sterke groei van het aantal flexibele arbeidscontracten.

Van 1991 tot vorig jaar is het totale bedrag waartegen hypotheken zijn afgesloten gestegen met jaarlijks gemiddeld bijna 11 procent, in 1996 was de stijging 13,4 procent. Reden hiervoor is de lage rente en de gestegen huizenprijzen. Volgens het CBS zijn de nieuwe hypotheken maar voor iets meer dan de helft (24,2 miljard gulden) opgegaan aan de aanschaf van huizen of de financiering van verbouwingen. Ruim twintig miljard gulden werd besteed aan consumptieve uitgaven en in mindere mate aan effecten en koopsompolissen hetgeen de groei van het BBP mede heeft veroorzaakt. Volgens Keuning een “kwetsbare groei, omdat de huizenprijzen niet tot het oneindige zullen stijgen”.

Ook de groei van het aantal flexibele contracten vanaf 1994 maakt de economie volgens het CBS kwetsbaarder. Als de groei minder wordt, maken de huidige flexibele werknemers een grote kans werkloos te worden.