Dubbelvier gooit remmen los op Lac d'Aiguebelette

De nieuwe mannen dubbelvier verraste gisteren favoriet Duitsland in de series van de WK roeien in Frankrijk. “Ik voel dat dit een echte raceploeg is.”

LAC D'AIGUEBELETTE, 2 SEPT. Het gezicht van Joris Loefs straalt. Hij proeft nog de smaak van de overwinning. “Ik zit al sinds 1994 in de dubbelvier. Verder zijn alle jongens nieuw, maar ik voel nu al dat dit een echte raceploeg is. In de training heeft iedereen wel eens een slechte dag, maar in de race doen we wat er van ons wordt verwacht. Het klopt 110 procent.”

Met zijn ploegmaten Diederik Simon, Gerritjan Eggenkamp en Michiel Bartman heeft Loefs zich zojuist toegang verschaft tot de halve finales van het WK op het Meer van Aiguebelette. In een van de drie series eindigde de dubbelvier als eerste. In alle rust kan het kwartet zich nu voorbereiden op de race van vrijdag. Na de wedstrijd van gisteren kregen de vier toestemming van Jan Klerks, coach van de scullers (twee riemen per roeier) en van de lichte mannen, om het de rest van de dag rustig aan te doen.

Van de dertien boten waarmee Nederland actief is bij de WK , wordt de mannen dubbelvier de grootste kans op een medaille toegedicht. Eggenkamp (21) en Loefs (24) hadden al ervaring met een dubbelvier, Simon (27) en Bartman (30) zijn aan een nieuw avontuur begonnen. De laatste twee wonnen vorig jaar olympisch goud met de Holland Acht.

Bartman geeft toe dat het eerste seizoen van de dubbelvier beter verloopt dan hij had verwacht. “Wij zijn een compleet nieuwe ploeg. Ik dacht eerst: misschien kan het dit jaar nog niet en zijn we niet op tijd klaar voor het WK.” Dankzij hard trainen, wat Bartman “een brok ervaring” noemt, is de dubbelvier de meest sprankelende Nederlandse boot bij de WK.

“Ik wilde gewoon scullen”, zegt Simon over zijn ambities in het post-olympische jaar. Voor het eerst in zijn carrière roeit hij met twee riemen. “Roeien met één riem (zoals bij de boordroeiers in de Acht, red.) is mij te beperkt. Goeie roeiers kunnen het allebei. We moeten hier goud winnen. Nou ja, als we de finale halen is ons doel al bereikt. En dan moeten we natuurlijk niet zesde en laatste worden, maar tenminste vijfde.”

In Luzern kwam de dubbelvier medio juli voor het laatst in actie. De Nederlanders eindigden bij de prestigieuze Rotsee Regatta op een teleurstellende negende plaats. Simon: “Op dat toernooi hadden we ons niet goed voorbereid. Bovendien moesten we daar vier keer in één weekend over de baan en dat kunnen wij niet zo goed. Daarom ben ik blij dat we niet naar de herkansing hoeven. Maar de halve finale zal een crime worden. Iedereen is extreem aan elkaar gewaagd. Er zijn wel tien ploegen die in de finale horen.”

Duitsland was gistermiddag de te kloppen ploeg. Dit seizoen waren de Nederlanders nog niet voor de Duitsers geëindigd. De Duitse dubbelvier ging de eerste 1.500 meter aan de leiding, maar de voorsprong op Nederland was minimaal. In de laatste 500 meter versnelden de mannen van Klerks nog een keer, net als voor het 1.000 meter-punt, waarna de Duitsers zich definitief gewonnen gaven en uiteindelijk als derde finishten, achter Nederland en Oostenrijk. Bartman: “Toen we gecontroleerd de remmen los gooiden, hadden de Duitsers al opgegeven.”

De Nederlandse dubbelvier won gistermiddag niet alleen de eigen wedstrijd, de ploeg van Klerks realiseerde ook de snelste tijd van de zestien teams. Simon, Loefs, Bartman en Eggenkamp bleven de Franse vier - winnaar in een van de andere series - slechts een honderdste seconde voor. Met Nederland en Frankrijk plaatste Italië zich rechtstreeks voor de halve finale. “Het wordt een slachting”, zo blikt Loefs alvast vooruit naar vrijdag.

Inclusief de voorwedstrijd van gisteren hebben de vier niet meer dan vijf wedstrijden met elkaar gevaren. “Om conditie op te bouwen hebben we heel veel kilometers gemaakt op de Bosbaan. Echte arbeiders waren we”, zegt Loefs. Omdat de Bosbaan niet veel langer is dan twee kilometer en er steeds zestien tot twintig kilometer werd afgelegd, moest er tijdens die sessies veel gekeerd worden. Loefs: “Bij elk keerpunt gingen we goed hard, zodat de hartslag een uur op het niveau bleef dat nodig is om conditie op te doen.”

Bartman is in gedachten al bij de race van vrijdag. Hij brengt in herinnering hoe de Holland Acht in Atlanta zich vorig jaar al op maandag voor de finale van zondag plaatste. “Op een ontspannen manier moet je jezelf scherp houden. Je moet het zo benaderen alsof je woensdag de herkansing moet varen”, herinnert hij zich de les van de zomer van 1996. “En soms moet je een beetje drillerig zijn en als een sergeant naast het peloton gaan staan.” Eigent hij zich die rol bij de dubbelvier ook toe? “Als het me niet zint, heb ik wel eens een uitbarsting. Dat zit nou eenmaal in mijn aard.”