Dierentuinen op drift: Amersfoort; De schoenmaat van een olifant

Dierenpark Amersfoort houdt het graag eenvoudig. Er zijn geen talloze miljoenen geïnvesteerd - het park richt zich op kleine verbeteringen, die het vooral kleine kinderen naar de zin moet maken. Laatste deel in de serie over de harde strijd om het dierentuinbestaan.

Dierenpark Amersfoort doet niet mee aan de ratrace. Alhier geen superattracties in de orde van overdekte regenwouden, mangrovebossen en steenwoestijnen. Op het eerste gezicht is er weinig meer te beleven dan het kijken naar dieren in binnen- en buitenverblijven. Vogels zitten gewoon in volières, olifanten achter hekwerk, kamelen achter muurtjes, beren in klassieke kuilen. En toch komen hier jaarlijks bijna net zoveel mensen als in Artis. “Dat komt omdat wij er helemaal voor het kind zijn”, verklaart parkmanager Mario J.A. Hoedemaker. “Deze hele tuin is op het kind gericht, vanuit het kind gedacht, en dat met de bedoeling tussen kinderen en dieren een emotionele band te kweken.”

Wie de ronde door het park maakt kan overal zien op welke simpele wijze daaraan vorm wordt gegeven. Het zijn de kleine dingen die het 'm doen. In plaats van muurtjes waar de kleinsten niet overheen kunnen kijken zijn er glasafscheidingen. Bij de lynxen kunnen kinderen in een hol kruipen van waaruit ze achter glas oog in oog met deze dieren in contact kunnen komen. Overal in het park staan bronzen beelden van dieren, op waar formaat of op schaal. “En dat niet zomaar voor de sier”, zegt Hoedemaker, “maar omdat kinderen overal aan willen zitten en het liefst een aap of een beer in het echt zouden willen voelen. Dat kan niet, dus hebben we overal die bronzen beelden laten plaatsen en kijk maar: op sommige plaatsen zijn die beelden door zoveel kinderhandjes aangeraakt dat ze geel zijn gaan glimmen. Bovendien is die beeldenroute zeer aantrekkelijk gebleken voor visueel gehandicapten; met hele groepen komen die hier om te voelen, en overal staan bordjes in braille bij. Dat zijn enorm leuke verrijkingen voor weinig geld.”

Verder wijst de parkmanager op de vele bordjes met geboortedata van in het park geboren dieren: “U zult het misschien niet geloven, maar voor kinderen is dat een regelrechte attractie, want permanent hoor je hier enthousiast: 'Op die dag, 13 maart of zo, ben ik óók jarig, of oma.' Je hebt 365 dagen in het jaar, dus op duizenden bezoekers is er altijd wel iemand op enigerlei dag jarig. Op die manier kun je zelfs met de miniemste middelen ervoor zorgen dat kinderen en daarmee ook hun ouders of grootouders zich bij de dieren betrokken voelen, en dat er gesprekjes ontstaan.”

Ook zijn oppassers laat hij volop met de mensen praten, met name als het voedertijd is. Die voedertijden staan, zoals in elke dierentuin, voor alle dieren overal aangegeven, maar slaat de klok in Amersfoort het aangegeven uur, dan wordt hier niet van achter de schermen een homp brood, groente en vlees in hokken en kuilen geworpen. “Nee”, zegt Hoedemaker enthousiast, “daar maken we een hele ceremonie van. De oppasser van de jachtluipaarden komt bijvoorbeeld met manden vlees over het pad aanwandelen, gaat tussen de mensen staan en werpt het voedsel naar de dieren. Hele gesprekken ontstaan dan aan het hek, over hoeveel de dieren eten, en hoe vaak, en wat ze wel en niet lusten, en of ze gevaarlijk zijn. In principe kun je deze dierentuin in een uurtje belopen, maar door dat soort dingen te doen blijven de mensen soms wel een half uur bij één dierenverblijf hangen en zo biedt je iedereen voldoende lering en vermaak voor een hele dag uit. Op alle mogelijke speelse manieren proberen we kinderen hier iets bij te brengen en het bezoek te rekken.”

Welke schoenmaat heeft een olifant? Bij hun perk is de pootafdruk van zo'n beest geplaatst, aan de hand waarvan ieder kind kan nagaan hoe klein het eigen voetje daarmee in vergelijking is.

Van een al even ontroerende eenvoud is de overdekte attractie “Krijg de Kriebels”, een soort spookhuis met diorama's van reusachtige spinnen, mijten, vlooien en ander huiselijk ongedierte. Via een telefoon kun je een boktor bellen en draai je diens nummer dan hoor je wat voor een geluid zo'n beestje maakt. De grootste (alweer van 1988 daterende) attractie van het dierenpark is echter 'de Ark van Amersfoort', een op het droge gebouwde stoomboot. Bovendeks is een expositie van door Dick Bruna gemaakte dierentekeningen. Aan werktafeltjes kunnen kinderen de Nijntjes en andere dierfiguren natekenen, inkleuren of met stempels een hele dierentuin drukken. Voor degenen die passief televisie willen kijken worden continu Nijntjes-video's vertoond. In het binnenste van het schip is een getraliede speelkooi gebouwd waarin kinderen kunnen voelen hoe het is om een dierentuindier te zijn en de hele dag door mensen te worden aangekeken. Ook zijn er diorama's met nestjes van allerlei vogels, een rariteitenkabinet met skeletten, opgezette dieren en aapjes op sterk water. Vrijwilligers, onder wie een oud-leraar biologie, demonstreren aan de hand van dierkaken hoe je kunt zien of een bepaald beest een vlees- of een planteneter is. De kleinen mogen hun vingers in de bek steken en de tanden voelen. Een voor een verdringen ze zich, ook om de kale schedel van een olifant te mogen aaien of de staart van een leeuw vast te houden. Hoe groot is het ei van een kolibri? En hoe groot dat van een struisvogel? En hoe baart een kangoeroe een jong zo groot als een aardwurm? In de Ark van Amersfoort is van alles in die sfeer te zien en zo op het oog heeft deze attractie geen miljoenen gekost.

“Nou, toch wel 1,7 miljoen”, zegt Hoedemaker, “maar dat is voor een aanzienlijk deel gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw, de gemeente, de provincie en enkele sponsors. En wat denkt u dat de Ark ons sinds de opening in 1988 aan nieuwe bezoekers heeft opgeleverd, ook buiten het hoogseizoen? Van 200.000 zijn de bezoekerscijfers in enkele jaren omhoog geschoten naar 350.000, en inmiddels zitten we op ruim 550.000. Niet allemaal dankzij de Ark natuurlijk, want we hebben nog wel wat meer gedaan, maar allemaal in deze sfeer. Wij houden het hier graag eenvoudig en kindvriendelijk, in de geest van onze oprichters.”

Dierenpark Amersfoort heeft een nog niet zo lange historie. In 1947 besloten Piet Knoester en Wim Tertoolen, tot dat moment in dienst van het inmiddels verdwenen Dierenpark Wassenaar, voor zichzelf te beginnen. Op zoek naar een geschikte locatie stuitten zij op een bos in Amersfoort, met aan de rand daarvan een theehuis. Toen op 22 mei 1948 de kassa (een houten hokje) openging bestond de dierencollectie uit nog niet meer dan één kameel, een papegaai en enkele pony's en ezeltjes. Tertoolen deed de zaken, 'Ome' Piet hield zich met de dieren bezig en metselde eigenhandig de eerste wasberenrots van in het vrije veld geraapte stenen. Ook kwamen er buffels, panters, leeuwen en successievelijk zo'n beetje alle andere beesten die in een klassieke dierentuin niet mochten ontbreken. Het theehuis werd verbouwd tot café-restaurant De Berenhof, er kwam een speeltuin, en zo ging het verder totdat in 1960 de leiding van het park in handen kwam van de dochter van Tertoolen en haar echtgenoot Henk Vis, een voormalige zeeman. Tot hun uittreden in oktober 1995 gaven zij leiding aan de uitbouw van het park tot de huidige omvang van bijna 13 hectare. Sindsdien is de leiding van dit familiebedrijf in handen van een vierhoofdig 'management-team', bestaand uit de gebroeders Fred en Ronald Vis, de jonge econoom Johan Troelstra en de 51-jarige Mario Hoedemaker. De laatste treedt tevens op als woordvoerder van het bedrijf en vertelt desgevraagd over zichzelf: “Mijn vader was bakker in Arnhem en leverde oud brood aan Burgers' Zoo. Als hij dat ging brengen mocht ik altijd mee en door bij Burgers achter de schermen te kijken wist ik al heel jong wat ik wilde worden: oppasser van olifanten. Sindsdien is de olifant mijn lievelingsdier gebleven. Ik verzamel beeldjes van ze en daarvan heb ik er nu ruim 600. Bijna dagelijks draag ik een stropdas met olifanten erop. Het zijn beesten waarmee ik kan lezen en schrijven. Krachtig en machtig, en toch zeer fijnhartig van gevoel.”

Alle weekeinden, vrije middagen en vakanties was Hoedemaker vanaf zijn 13de jaar in de Arnhemse dierentuin te vinden en toen zijn ouders naar Bussum verhuisden mocht hij in Amersfoort Ome Piet komen helpen: “Op een dag vroeg hij me zelfs in vaste dienst te komen en toen ben ik als 15-jarige HBS'er van school gegaan, zò brandde ik van verlangen om de hele dag met dieren bezig te zijn. Werkweken van 7 dagen per week heb ik nooit een probleem gevonden en nu nog niet, het is gewoon m'n hobby. Als het aan mij ligt blijf ik dit werk nog tot lang na mijn pensioen doen.” Ruim vijftig procent van zijn tijd brengt Hoedemaker in de tuin door: “Ik bemoei me overal mee, met de vezorging van de dieren, het onderhoud, problemen... Ook praat ik voortdurend met bezoekers, vooral als ik ze iets hoor zeggen waarvan ik denk: hee. Zo kan het in het voorjaar gebeuren dat mensen bij de kamelen zeggen: 'Die beesten zien er uit als voddebalen.' Op dàt moment in het jaar zijn ze namelijk bezig hun winter- voor hun zomervacht te wisselen. Dan leg ik uit dat je die pluizenbos niet zomaar kunt wegscheren, want dan scheer je tevens de haaraanzet voor de volgende winter weg.”

Door voortdurend met bezoekers te praten komt Hoedemaker ook geregeld op wat hij “uiterst verrassende ideeën” noemt: “Zo hoorde ik twee oudere mensen eens mopperen bij het naar buiten gaan. 'Ik vind er hier niets aan.' Toen ik vroeg waarom niet zeiden ze: 'Je moet soms een heel eind lopen voordat je hier ergens kunt zitten.' Sindsdien hebben we stelselmatig banken geplaatst, om de 35 meter, voor alle opa's en oma's en anderen. Wat we daar tevens mee bereiken is dat mensen soms wat langer blijven zitten om 's rustig naar de dieren te kijken in plaats van almaar door te lopen. Als je permanent naar je publiek luistert, kom je vanzelf op zulke gedachten. Het hoeft allemaal geen miljoenen te kosten.”

Veel andere ideeën krijgen Hoedemaker c.s. tijdens periodieke 'brainstormsessies': “Bij alles wat we willen doen gaan we gezamenlijk in conclaaf om te bedenken hoe we nieuwe attracties binnen een redelijk budget kunnen realiseren. Neem de laatste vernieuwing van onze speeltuinaccomodatie. Waarom zou je een achtbaan bouwen als het veel meer bij onze tuin past om een speeltuin in te richten zoals de apen die hebben? Dus hebben wij hier een Speel-O-Droom, de enige hangende speeltuin ter wereld die vrijwel uitsluitend bestaat uit touw- en netwerk. Een sensatie, althans voor de kinderen, en daar draait het hier om.”

Eerder dit jaar heeft het managementteam van Dierenpark Amersfoort besloten het park klaar te maken voor het jaar 2000 en verder. Er is een 'masterplan' voor ontworpen, maar wat dat inhoudt wenst Hoedemaker niet prijs te geven: “Het zou niet voor het eerst zijn dat de ene dierentuin aan de haal gaat met het idee van een andere.” Ook na aandringen wil hij slechts kwijt dat de nieuwe plannen allemaal passen binnen het op gezinnen met kinderen tot 10 jaar gefocuste beleid. Evenmin wil hij zeggen wat de realisatie van de nieuwe plannen gaat kosten, maar wel dat hij hoopt een en ander voor een groot deel te realiseren met gemeentelijke subsidie en sponsorgelden.

Nu al worden op diverse plekken in het park de namen gemeld van sponsors. Aan het nieuwe binnenverblijf voor de 'dikhuiden' hebben maar liefst 18 bedrijven meebetaald, bij de Ark van Amersfoort staat eveneens een hele reclamezuil en ook de zitbanken en bronzen beelden zijn 'aangeboden' door het bedrijfsleven, hoofdzakelijk uit de regio. Zo fourneerde Kippersluis Supermarkten (met filialen in Amersfoort, Zeist en Doorn) het bronzen beeld van een beer. Verder kom je namen tegen als van Hoka Snacks uit Soest. Zeer beslist zegt Hoedemaker: “Wat we hier voor geen prijs doen is het laten adopteren van onze levende dieren door sponsors. We willen namelijk voorkomen dat sponsors de dieren op enigerlei wijze gaan claimen. Stel dat we een van onze olifanten aan een andere dierentuin willen uitlenen binnen het kader van ons internationale fokprogramma, dan wil ik niet aan de sponsor hoeven te vragen of dat wel mag. Wij blijven liever de baas in onze eigen tuin. Maar wil men meebetalen aan de dierenverblijven en andere accomodaties, dan graag, als het maar niet gaat om bedrijven in de sfeer van tabak en alcohol, want dat past niet bij kinderen.”

Over de jaarcijfers wil Hoedemaker aanvankelijk niets zeggen: “De aandelen zijn nog steeds in handen van de familie Vis en met wat hier omgaat heeft een ander niets te maken. We hebben alles in eigen hand, we verpachten niets, behalve het maken van foto's van bezoekers die ze bij hun vertrek kunnen kopen.” Pas als Hoedemaker wordt geprikkeld met de opmerking dat Dierenpark Amersfoort vermoedelijk veruit de kleinste dierentuin van Nederland is, reageert hij gebeten: “Nou, dat weet ik nog zo net niet. Als ik alles meetel, ook de kinderen tot drie jaar die gratis binnen mogen, dan kom ik op 550.000 bezoekers. En de omzet komt toch wel in de richting van de acht miljoen; we hebben 60 mensen in vaste dienst en ons jaarlijkse resultaat ligt in de orde van enkele tonnen. In ieder geval zijn wij van alle dierentuinen het minst kwijt aan investeringen en toch zien wij het aantal bezoekers met het jaar stijgen. Dat kunnen lang niet alle dierentuinen ons nazeggen.”