De strijd tegen de 'Atlantikwall' in Oostende

Een paar jaar geleden hield de bevolking van Oostende niet echt van het casino, een massief gebouw uit 1953. Maar toen het gemeentebestuur plannen had om het gedeeltelijk af te breken, werd er een actiecomité ter redding van het casino opgericht. Het is nu voorlopig gered.

OOSTENDE, 2 SEPT. Wie Oostende kent, kent het casino. Het massieve gebouw in de bocht van de Zeedijk beheerst de kustlijn. Van verre zijn de strakke lijnen zichtbaar van de grotendeels glazen muren die de ronding van de dijk volgen. Dichterbij gekomen, is te zien dat de kozijnen geroest zijn en dat ook het natuursteen is aangevreten door de zeelucht.

Binnen ademt het 'casino-kursaal' een jaren-vijftig sfeer. Het rood-zwarte tapijt op de trappen wordt met tape aan elkaar gehouden. Ook de concert- en theaterzaal, nog altijd bekend om zijn goede akoestiek, is aan renovatie toe. Het meest florissant oogt het casino aan de zij-ingang, dat busladingen vol spelers trekt uit Antwerpen en Brussel.

Op een paar meter van het gebouw is op de tegels van de Zeedijk een paarse boog geschilderd. Als het aan het stadsbestuur ligt, wordt tot deze streep een tien verdiepingen hoog appartementsgebouw opgetrokken. De westzijde van het complex zou hiervoor worden afgebroken en met de opbrengst van de grond zou de renovatie worden betaald van de rest van het gebouw, die op ruim 40 miljoen gulden wordt geschat.

Massaal werd de bevolking gemobiliseerd toen deze plannen bekend werden. Een Comité Kursaal aan Zee werd in het leven geroepen, de koning werd aangeschreven en er stroomden ruim 13.000 bezwaarschriften binnen op het stadhuis. Bekende Vlamingen als Eric de Kuyper en Kamagurka schaarden zich achter het protest.

“Ook moderne architectuur heeft het recht ouder te worden”, stelt het actiecomité dat een aanvraag indiende om het casino uit 1953 op de monumentenlijst te plaatsen. Het comité beroept zich op een document uit 1873 waarin koning Leopold II, die Oostende verhief tot de 'koningin der badsteden', de grond op de Zeedijk exclusief bestemde voor een kursaal.

Het is paradoxaal: Oostendenaars verdedigen een gebouw waarover de Anwerpse architect Léon Stynen zelf nooit tevreden is geweest. Hij zou zelfs gezegd hebben dat het wat hem betreft mocht worden afgebroken. Stynen had zijn oorspronkelijke ontwerp herhaaldelijk moeten aanpassen, wegens geldproblemen van de stad en bezwaren van de middenstand die geen concurrerend terras op de Zeedijk wilden. Zo werd de zaal, die Stynen in het midden van het gebouw had gewild, aan zeezijde geplaatst.

Zonder overleg met de architect werd in de jaren zestig een toneeltoren op het casino geplaatst. Een lomp, betonnen blok dat het aanzicht ingrijpend veranderde. Hiermee werd ook de glazen wand afgeschermd, die zicht gaf op zee. Terwijl er tot dan toe gordijnen hingen achter het podium, die soms bij optredens werden geopend, staat er nu een betonnen muur.

Oostendenaars lieten tot voor kort weinig sympathie blijken voor het casino-kursaal, zoals ze het gebouw noemen. “Drie jaar geleden werden nog voorstellen gesteund om het af te breken”, verbaast zich burgemeester Jean Vandecasteele. Volgens Roland Laridon, initiatiefnemer van het Comité Kursaal aan Zee, hebben zijn stadsgenoten nog altijd heimwee naar het vorige casino: een elegant gebouw van de Franse architect Alban Chambon, dat in de Tweede Wereldoorlog afgebroken.

“Het echte verzet van de bevolking kwam met het plan voor de appartementengordel, dat het kursaal èn het zicht op zee zou hebben vernietigd”, zegt Laridon. “Dit plan betekent vervolmaking van de Atlantikwall van appartemensgebouwen langs de kust. Nu vormt het casino nog een opening.” Laridon weet dat Oostendenaars genoeg hebben van de opeenstapeling van afbraken in hun stad: van de belle époque-villa's langs zee en van de sierlijke stadsschouwburg, ook een ontwerp van Chambon uit 1904.

Het stadsbestuur worstelt al jaren met de toekomst van het casino. In 1992 werd een wedstrijd georganiseerd, waaruit architect Bob van Reeth als winnaar naar voren kwam met een voorstel voor een veel groter complex dat deels in zee zou worden gebouwd. Oostendenaars voelden veel meer voor een plan van Sir Norman Foster, dat ook voorzag in een nieuw gebouw dat kleiner en eleganter was en herinneringen opriep aan het oude casino. De wedstrijd kreeg geen vervolg.

In april deed het college aan de gemeenteraad het gewraakte voorstel voor gedeeltelijke afbraak van het casino en de bouw van appartementen. Na het heftige protesten besloot het stadsbestuur nu om deze optie weer te verlaten - ook al omdat de Vlaamse minister van cultuur het casino op een ontwerplijst van te beschermen gebouwen zette. Dat betekent dat het in ieder geval de komende anderhalf jaar monument is.

Minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte, gemeenteraadslid en achter de schermen de machtige man van Oostende, schreef een woedende open brief aan minister Martens, waarin hij diens besluit om het gebouw als monument aan te merken en zijn voorstel om de theatertoren af te breken hekelt. “Het auditorium wordt daarmee onbruikbaar, behalve als parochiezaal”, schrijft hij. “Als de minister van Cultuur een veredelde parochiezaal met een mislukte façade wel belangrijk vindt, kan hij dat gebouw krijgen voor 1 symbolische frank.” Burgemeester Vandecasteele, die achter dit aanbod staat, wacht eerst de gesprekken af met minister Martens. “We moeten horen welke delen beschermd zijn”, aldus de burgemeester, die persoonlijk vindt dat het gebouw het niet verdient om op de monumentenlijst te staan.

Het stadsbestuur moet nu opnieuw plannen maken voor het casino. Misschien kan het opteren voor het voorstel dat Eric de Kuyper doet in zijn boek Met zicht op zee: “de uitdaging zou juist zijn het gebouw te restaureren en het zo te verbouwen dat het alsnog aan de oorspronkelijke ideeën van Stynen beantwoordt (...) De toneelzaal wordt dan natuurlijk naar de stadszijde verplaatst, en ingang, tearoom, restaurant, leeszalen enzovoort krijgen zicht op zee (zoals in het oude casino).”