De burger is een partner met pit

Als eerste in het parlement vertegenwoordigde partij, heeft GroenLinks zijn ontwerpverkiezingsprogramma gepresenteerd. Hieronder een bijna integrale weergave van de inleiding en enkele passages uit het hoofdstuk over de verhouding tussen overheid, burgers en markt.

GroenLinks meent dat liberalisering en marktwerking onder dit kabinet te ver zijn doorgeschoten. De economie groeit weliswaar als kool, maar de schaduwzijden worden ook steeds zichtbaarder. Van de voorgenomen terugdringing van broeikasgassen als CO2 is niets terechtgekomen. De fixatie op de rol van Nederland als distributieland doet het ergste vrezen voor een toekomstig milieubeleid. Het feit dat de armoede en de steeds meer haperende zorg in Nederland belangrijke politieke onderwerpen zijn geworden, zegt wat over het verkilde sociale klimaat.

Dat deze onderwerpen centraal staan in een verkiezingsprogramma van GroenLinks, hoeft dan ook niet te verbazen.

[...]Het weer van stal halen van oude maakbaarheidsmodellen als tegenwicht tegen de doorgeschoten marktwerking is geen antwoord dat overtuigt. De eenzijdige fixatie op de rollen van overheid en markt heeft de burger uit beeld gebracht. Terwijl burgers en verbanden van burgers juist een cruciale rol kunnen spelen bij veranderingen. Zonder het 'maatschappelijke middenveld' zou de sociale samenhang in ons land ver te zoeken zijn. Het is echter niet het traditionele middenveld, dat GroenLinks voor ogen staat. Het is geen terug willen achter de individualisering. De burger functioneert niet louter als lid van een groep, maar telt ook als individu maatschappelijk mee. Uitgangspunt is dat de burger niet alleen wil, maar ook zelfstandig kan beslissen. Het is echter een misvatting dat dit leidt tot bij de liberale opvatting van de burger als een autonoom, rationeel en calculerend individu dat maximalisatie van persoonlijk nut nastreeft.

De opvatting van GroenLinks is dat burgers hun voorkeuren en wensen juist in omgang met anderen vormgeven. Ook de moderne, geïndividualiseerde burger weet van lotsverbondenheid. Dat uit zich in tal van nieuwe of hervonden netwerken en sociale verbanden. Deze zogenoemde 'civiele maatschappij' is een onmisbare kracht bij noodzakelijke veranderingen en vormt het kloppende hart van onze democratie. Nederland is voor GroenLinks een land van burgers.

Dit betekent niet dat GroenLinks pleit voor een terughoudende overheid, die zich aan de zijlijn van het maatschappelijk leven opstelt. Onze overheid heeft op drie terreinen een wezenlijke taak: ze draagt de waarden en normen van de rechtsstaat uit (zowel in eigen land als wanneer het gaat om de handhaving van de internationale rechtsorde), ze schept de voorwaarden voor de kwaliteit van het bestaan en de participatie van burgers in het maatschappelijk leven (in Nederland en - voorzover ons land daaraan kan bijdragen - ook elders) en ze voert een beleid gericht op duurzame ontwikkeling op verschillende niveaus: lokaal, nationaal en wereldwijd. Rechtsstaat, kwaliteit van het bestaan en duurzaamheid zijn daarmee de fundamenten waarop het GroenLinks-programma is gestoeld.

[...]Volwaardige deelname aan de samenleving van burgers en het bieden van kwaliteit van het bestaan begint bij GroenLinks met bestrijding van de armoede en herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Opvattingen dat Nederland daar amper eigen beleid op kan voeren, worden bestreden en de eenzijdige fixatie op de traditionele betaalde arbeid wordt vervangen door een kleurrijk palet aan mogelijkheden van moderne arbeids- en zorgpatronen. Ook wordt er belangstellend een hand uitgestoken naar het 'maatschappelijk' of 'ethisch' ondernemen, dat in opkomst is.

Tegenover het paarse scenario 'Nederland Distributieland' met bijbehorende investeringen in luchthavens, wegen en een tweede Maasvlakte, komt GroenLinks met een ander scenario: 'Nederland Innovatieland'. Met daarin niet alleen kennisintensieve activiteiten, milieutechnologie en hoogwaardige dienstverlening, maar ook aandacht voor openbaar vervoer, biologische en duurzame landbouw, duurzame energievoorziening en woning- en kantorenbouw. Gedachten over lightrail, Zeppelins en verhandelbare vervuilingsrechten zijn de knipogen naar de toekomst.

GroenLinks pretendeert niet voor elk probleem een oplossing te hebben. Er worden richtingen geschetst en mogelijkheden verkend. Maar vooral wil dit programma laten zien, dat er veel meer te kiezen valt voor heilzame veranderingen dan vaak wordt verondersteld. De burger is daarbij niet een blok aan het been voor politiek en overheid, maar een partner met pit.

Uit het hoofdstuk de overheid, de burger en de markt:

[...]GroenLinks meent dat liberalisering en marktwerking te ver zijn doorgeschoten. De overheid treedt niet meer op waar ze dat wel zou moeten doen. Maar als antwoord hierop moeten we niet de oude maakbaarheidsmodellen van stal halen. Het gaat om een stelsel van meerdere overheden en nieuwe arrangementen tussen overheden en burgers. Hierbij staat centraal dat de overheid rechtsgelijkheid waarborgt, en voorwaarden schept voor duurzame ontwikkeling en de participatie van burgers in de samenleving.

De legitimiteit van het overheidsingrijpen is allerminst vanzelfsprekend. De emancipatie van de burger dwingt de overheid voor haar beleid draagvlak te zoeken in het publieke debat. Voor de kans van slagen van overheidsingrijpen is dit echter niet voldoende. De overheid zal met uitproberen en evalueren moeten uitvinden welke aanpak het beste werkt en met welke maatregelen de gewenste resultaten te bereiken zijn.

Een overheid die gericht wil sturen, zou goed op de hoogte moeten zijn van het gedrag en de wensen van de burgers. Dat is nu vaak niet het geval. De overheid weet te weinig van wat burgers beweegt. Overheidsregels zijn vaak gebaseerd op onvoldoende of onjuiste informatie. Zo woont in de grote steden een derde van de inwoners in een andere woning dan het bevolkingsregister vermeldt. Wie denkt dat dit is op te lossen met meer efficiëntie en nauwkeuriger onderzoek, vergeet dat het gedrag van burgers steeds minder voorspelbaar is.

Burgers zijn niet alleen minder voorspelbaar dan vroeger, ze zijn ook minder volgzaam. Er duiken altijd wel weer mensen op die regels aan hun laars lappen. Soms is dat een vorm van verzet tegen een samenleving die als onrechtvaardig wordt beschouwd, soms is het onverschilligheid, soms is het ook puur eigenbelang. Ook allerlei mengvormen komen voor.

Voor de overheid wordt het in deze situatie steeds moeilijker één lijn te trekken.

Elke keer moet een keuze worden gemaakt tussen strikte handhaving, repressieve tolerantie, gedoogbeleid of verandering van als onhoudbaar beschouwde regels. Die keuze is voor de overheid zoals die nu werkt vaak te ingewikkeld, wat de machteloosheid van de overheid versterkt.

[...]Wat de overheid niet kan regelen, wordt te gemakkelijk aan de markt toebedeeld. 'Minder overheid, meer markt' lijken in het publieke debat onlosmakelijk aan elkaar verbonden te zijn. Toch is daar geen reden voor. De markt kan een aantal zaken goed regelen, maar lang niet alles. De markt heeft weinig oog voor sociale normen en waarden, terwijl milieukosten niet in de prijs terugkomen. Zonder overheid kan de markt niet functioneren. De overheid zorgt voor zekerheden en regels - bijvoorbeeld om monopolievorming tegen te gaan -, voor infrastructuur, gezondheidszorg en onderwijs. De markt kan dat nooit alleen af.

De overheid heeft de taak corrigerend op te treden, als de politiek van mening is dat de marktwerking ongewenste effecten heeft. Wanneer marktwerking in de gezondheidszorg ertoe leidt dat wie het meeste geld heeft het eerste en het beste wordt geholpen, moet de overheid daar een stokje voor steken door een selectiecriterium voor te schrijven. Daarmee gaat niet de marktwerking overboord. In diezelfde gezondheidszorg zouden farmaceutische kartels bijvoorbeeld best aan meer marktwerking mogen worden blootgesteld. Ook hier gaat het dus om maatwerk en precisie.

Maar ook de overheid kan het niet alleen. Kijken we naar het onderwijs, dan bestaat daar een taakverdeling tussen overheid en de civiele samenleving, vastgelegd in de Grondwet. In het zoeken naar nieuwe arrangementen tussen overheid en burger wordt ook deze taakverdeling - terecht - ter discussie gesteld. De vraag welke kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen jonge burgers in onze samenleving nodig hebben, is een politieke vraag die steeds opnieuw moet worden gesteld. Daarmee stelt de overheid voorwaarden en kaders waarbinnen burgers en schoolbesturen zelf vorm en inhoud kunnen geven aan hun school.

[...]De burger van GroenLinks is niet het autonome, calculerende individu dat uit is op nutsmaximalisatie. Burgers zijn afhankelijk van anderen, kunnen zich dankzij anderen ontplooien en worden door derden in toom gehouden. Emancipatie en zelfbeschikking krijgen pas betekenis in een politieke gemeenschap van burgers die zich verantwoordelijk weten voor elkaar. De democratie - en de uitbreiding daarvan met referenda, zelfbeheer en interactieve besluitvorming - is zonder die gemeenschap van burgers een zielloos project.

Binnen de gemeenschap kunnen burgers zeer verschillend zijn en moeten ze de mogelijkheid hebben om die verschillen ook te tonen en ernaar te handelen zonder een hirarchische normering van de verschillen. Voor GroenLinks is cultuur steeds een ontwikkelingsproces en geen statisch gegeven. De essentie van een multiculturele en pluriforme samenleving wordt gevormd door interactie tussen culturen. Daarmee worden strijdige elementen binnen en tussen de culturen blootgelegd, wat leidt tot het telkens opnieuw vaststellen van de regels van het onderlinge verkeer.

Deze regels vormen het hart van onze gemeenschap.