Boek met boodschap

Een van de eerste winkels die het boek Diana: Her True Story vrijwel onmiddellijk na verschijning in 1992 uit de handel namen om het publiek tegen de 'leugens en verdachtmakingen' van de schrijver Andrew Morton te beschermen, was het Londense warenhuis Harrods, eigendom van Mohammed Al-Fayed, de vader van 'Dodi'.

Hoewel de Fayeds al vele jaren bevriend waren met de prinses van Wales, zagen weinigen op dat moment de aparte ironie van die censuur in. Harrods deed wat zoveel andere warenhuizen, boekhandels en kiosken deden, het volgde het voorbeeld van de winkelketen Tesco, wiens hoogste baas Sir Ian MacLaurin uit 'de allerbeste bron' had gehoord dat het boek van a tot z 'a bunch of lies' was. MacLaurin voegde daar fijntjes aan toe dat de schrijver misbruik had gemaakt van de 'mentale ontwrichting' van de prinses. Pas later werd bekend dat MacLaurin, een vriend van prins Charles, zich als boodschappenjongen had laten gebruiken in de door Buckingham Palace ('the Family Firm') geregisseerde anti-Diana-campagne.

Diana werd aan een schervengericht onderworpen, waarin niet alleen de vrienden van Charles zich verdrongen om haar te stenigen (Engelse variant van een schervengericht), maar ook gedienstige journalisten die schreven of op televisie verklaarden, dat de prinses een narcistische hysterica was, die het zicht op de werkelijkheid had verloren en hoognodig in therapie moest gaan.Een andere vriend van Charles, Nicholas Soames, minister in het kabinet van Major, zal er dezer dagen wel aan herinnerd worden dat hij zich in dat gericht manifesteerde om Diana te typeren als een vrouw die voortdurend “leefde op de rand van paranoia”. De particulier secretaris van koningin Elizabeth deed er nog een schepje bovenop door de prinses onomwonden te beschuldigen van samenzweren (tegen Charles). Heel het establishment spande samen om Morton's boek af te branden en de prinses zwart te maken. Zelfs premier Major liet zich niet onbetuigd en verklaarde dat hij zich niet meer voor de prinses zou inspannen om “een waardig vertrek” uit de koninklijke familie te bevorderen als de prinses de pers “zou blijven manipuleren”.

Het duurde enige tijd voordat het tot de Britse publieke opinie doordrong dat Diana: Her True Story geen derderangs boek van een derderangs schrijver was, maar een zorgvuldig geschreven en goed gedocumenteerd relaas van een koninklijke familiegeschiedenis op het hoogtepunt van een stammenoorlog. Andrew Morton had zich in de verste verte niet aan sensatieschrijverij schuldig gemaakt en hij was wel zo verstandig geweest zijn informanten, overwegend personen die wisten waarover zij praatten, vooraf schriftelijk te laten verklaren dat zij tegenover eventuele ontkenningen van de andere partij (Charles) voor hun informatie zouden instaan. Zijn enige doodzonde was dat hij het klassieke gebod van de grote negentiende-eeuwse uitlegger van de constitutionele mores Walter Bagehot ('never let daylight in upon magic') aan zijn laars had gelapt en de betovering ruw had verstoord door het sprookje van de koninklijke model-familie aan zijn genadeloze belichting bloot te stellen. In het boek figureerde de koningin-moeder in de verrassende hoedanigheid van kwade genius. De (op dat moment) 92-jarige Elizabeth zette de familie op tegen de 'outsider' Diana, die weigerde zich te conformeren aan de wetten van 'de firma' en evenmin van plan was zich te laten insnoeren in het verstikkende keurslijf van het leven aan het hof. Onder het tegenoffensief van het paleis gaf de biograaf van Diana geen krimp. Morton bleek zich effectief te hebben ingedekt: zijn bronnen hielden stand en sloegen zo energiek van zich af dat 'het paleis' uiteindelijk geen brood zag in gerechtelijke stappen. Het was een publiek geheim dat de prinses zelf Morton's belangrijkste bron was geweest en dat zij het initiatief had genomen om de wurgende tradities van het Engelse hof aan het licht te brengen.

Volgens de journalist Andrew Neil heeft Morton's biografie van Diana de publieke opinie over het Britse koningshuis fundamenteel veranderd. Neil is de voormalige hoofdredacteur van het zondagsblad The Sunday Times, die in 1992 in wekelijkse afleveringen grote delen van het boek in zijn krant publiceerde en daarmee de weg effende voor Morton's succes (bijna vijf miljoen exemplaren). De furore die het boek veroorzaakte veranderde vooral de houding van de Britse pers tegenover het koninklijk huis. Ook de ultra-koningsgezinde kranten zoals the Sun en the Daily Mirror, 'tabloids' die commercieel altijd zijde hadden gesponnen bij hun royalisme, lieten na de publicatie van Morton's boek hun traditionele bedeesdheid varen en braken met steeds grover geweld door de paleishekken, maar ook door de grenzen van de privacy heen. De jacht was nu geopend op het privé-leven van alle prinsen en prinsessen. De koningin werd nog wel gespaard, maar nadat de Sun de hand had gelegd op een bandopname van particuliere telefoongesprekken was het hek van de dam. Na 'Dianagate' werd Groot-Brittannië opgeschrikt door 'Fergiegate' en vervolgens door 'Camillagate'. De Sun, die de bandopnamen onwettig had verkregen, openbaarde in alle schaamteloosheid haar dubbele moraal door een aantal compromitterende fragmenten van telefoongesprekken tussen Charles en zijn vriendin te publiceren nadat ze eerst een enquête onder haar lezers had gehouden.

De lezers konden via een speciaal nummer laten weten of zij een volledige weergave van de banden in de krant afgedrukt wilden zien of niet. Ruim 21.000 lezers reageerden positief. En de Sun stelde vervolgens de persen in werking, onder het motto: Men vraagt en wij draaien. De krant maakte niet zelf uit wat zij van belang vond, maar legde beslissing voor aan de stem des volks. Dankzij die hooggestemde interactie kon de wereld gratis en discreet meeluisteren naar de wettige en onwettige slaapkamerbesognes van de vermoedelijke Britse troonopvolger.